ECLI:NL:GHSHE:2026:939

ECLI:NL:GHSHE:2026:939

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 20-000515-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Verdachte in zijn verklaring gevolgd alleen door hof anders gekwalificeerd. Niet als medeplichtigheid maar als medeplegen van hennepteelt.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats s’-Hertogenbosch, van 8 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-258823-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1967,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van feit 3 en ter zake van:

feit 1:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel en

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen

veroordeeld tot:

- een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis en

- een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en de verdachte ter zake het onder 1 primair, 2 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een taakstraf van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

De verdediging heeft verweren gevoerd betreffende de bewezenverklaring en de strafoplegging.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in 3, in elk geval een of meer, ruimte(n) van een bedrijfspand aan [adres 2] aldaar) een grote hoeveelheid van (ongeveer) 1087, in elk geval een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] , althans een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, met elkaar, althans één van hen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (in 3, in elk geval een of meer, ruimte(n) van een bedrijfspand aan [adres 2] aldaar)

een grote hoeveelheid van (ongeveer) 1087, in elk geval een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2.hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat (telkens) geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval (telkens) aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] , althans een of meer onbekend gebleven personen meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat (telkens) geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval (telkens) aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, meermalen, althans eenmaal,(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen , een bedrijfspand aan [adres 2] aldaar althans in elk geval een of meerdere de(e)l(en) daarvan, ter beschikking te stellen en/of die onbekend gebleven persoon/personen toegang te verlenen/verschaffen tot voornoemd pand, althans in elk geval een of meerdere de(e)l(en) daarvan.

3. hij op of omstreeks 3 juli 2014 te Oss, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een huurovereenkomst kantoorruimte, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op/in die huurovereenkomst te vermelden

- onder 'Huurder(s)'; 'De heer [medeverdachte 2] , geboortedatum [geboortedag 2] 1965 en geboorteplaats [geboorteplaats 2] ', en/of

- onder 'Zijn overeengekomen, punt 1.1'; 'Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de bedrijfsruimte, hierna 'het gehuurde' genoemd bedrijfs-/opslagruimte, bij partijen genoegzaam bekend, adres [adres 2] ', en/of

- onder 'Duur, verlenging en opzegging, punt 3.1'; 'Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 3 jaar, ingaande op 1 juli 2014 en lopende tot en met juni 2017' en 'Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van 3 jaar, derhalve tot en met 30 juni 2020', en/of

- ( telkens) bij 'paraaf verhuurder' een paraaf en/of de naam [medeverdachte 2] te vermelden, welke paraaf (telkens) moest doorgaan voor de paraaf van de heer [medeverdachte 2] , en/of

- die huurovereenkomst te voorzien van de datum 3-7-2014 en/of onder 'handtekening huurder(s)' de naam 'De heer [medeverdachte 2] ' te vermelden, met het oogmerk om voormelde huurovereenkomst als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 mei 2019 te Oss, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een huurovereenkomst kantoorruimte als ware het echt en onvervalst, door deze aan de politie te overhandigen , bevattende navolgende valsheden:

- onder ‘Huurder(s)’; ‘De heer [medeverdachte 2] , geboortedatum [geboortedag 2] 1965 en geboorteplaats [geboorteplaats 2] ’, en/of

- onder ‘Zijn overeengekomen, punt 1.1’; ‘Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de. bedrijfsruimte, hierna ‘het gehuurde’ genoemd bedrijfs- / opslagruimte, bij partijen genoegzaam bekend, adres [adres 2] ’, en/of

- onder ‘Duur, verlenging en opzegging, punt 3.1’; ‘Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 3 jaar, ingaande op 1 juli 2014 en lopende tot en met juni 2017’ en ‘Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van 3 jaar, derhalve tot en met 30 juni 2020’, en/of

- ( telkens) bij ‘paraaf verhuurder’ een paraaf en/of de naam [medeverdachte 2] te vermelden, welke paraaf (telkens) moest doorgaan voor de paraaf van de heer [medeverdachte 2] , en/of

- die huurovereenkomst te voorzien van de datum 3-7-2014 en/of onder 'handtekening huurder(s)’ de naam ‘De heer [medeverdachte 2] ’ te vermelden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal maar met de verdediging spreekt het hof verdachte vrij van de diefstal van stroom (feit 2 primair) en de medeplichtigheid aan die diefstal (feit 2 subsidiair) nu het hof niet is gebleken dat verdachte de voor diefstal vereiste opzet noch de voor medeplichtigheid aan de diefstal vereiste “dubbele” opzet heeft gehad.

Met de rechtbank spreekt het hof de verdachte tevens vrij van het onder 3 primair ten laste gelegde nu verdachte zelf noch als medepleger de huurovereenkomst valselijk heeft opgemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.hij in de periode van 1 april 2019 tot en met 14 mei 2019 te Oss, tezamen en in vereniging met anderen en in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld in 3 ruimten van een bedrijfspand aan [adres 2] aldaar een grote hoeveelheid van 1087 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

3.

hij op 14 mei 2019 te Oss opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een huurovereenkomst kantoorruimte als ware het echt en onvervalst, door deze aan de politie te overhandigen , bevattende navolgende valsheden:

- onder ‘Huurder(s)’; ‘De heer [medeverdachte 2] , geboortedatum [geboortedag 2] 1965 en geboorteplaats [geboorteplaats 2] ’, en/of

- onder ‘Zijn overeengekomen, punt 1.1’; ‘Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de. bedrijfsruimte, hierna ‘het gehuurde’ genoemd bedrijfs- / opslagruimte, bij partijen genoegzaam bekend, adres [adres 2] ’, en/of

- onder ‘Duur, verlenging en opzegging, punt 3.1’; ‘Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 3 jaar, ingaande op 1 juli 2014 en lopende tot en met juni 2017’ en ‘Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van 3 jaar, derhalve tot en met 30 juni 2020’, en/of

- ( telkens) bij ‘paraaf verhuurder’ een paraaf en/of de naam [medeverdachte 2] te vermelden, welke paraaf (telkens) moest doorgaan voor de paraaf van de heer [medeverdachte 2] , en/of

- die huurovereenkomst te voorzien van de datum 3-7-2014 en/of onder 'handtekening huurder(s)’ de naam ‘De heer [medeverdachte 2] ’ te vermelden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

In het geval tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Feit 1 primair

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair ten laste gelegde – kort gezegd – medeplegen van hennepteelt dan wel het aanwezig hebben van hennepplanten. De verdediging heeft zich gerefereerd aan een bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan hennepteelt door het ter beschikking stellen van een bedrijfspand.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Voorop dient te worden gesteld dat voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

In het licht van deze vooropstelling stelt het hof het navolgende vast.

Verdachte heeft in 2014 met drie andere personen een afspraak gemaakt om in een van zijn bedrijfspanden een hennepkwekerij te vestigen. Verdachte zou daarvoor elke drie maanden een bedrag ontvangen afhankelijk van de opbrengsten van de hennepkwekerij. De huur van het pand zou op naam van een ander worden gesteld zodat bij ontdekking ervan men niet direct bij verdachte of een van de andere bij de hennepkwekerij betrokken personen zou uitkomen.

Verdachte heeft van één van de andere bij de hennepkwekerij betrokken personen een legitimatiebewijs ontvangen van een voor hem onbekend persoon. Dit legitimatiebewijs heeft verdachte vervolgens aan zijn makelaar overhandigd met het verzoek een huurovereenkomst op te stellen voor het bedrijfspand waarin de hennepkwekerij gevestigd zou worden. Daarbij heeft verdachte verzocht in de huurovereenkomst een huursom van € 6.000 per jaar (€ 500,- per maand) op te nemen, terwijl hij op dat moment wist dat hij een veelvoud van dat bedrag aan verdiensten zou gaan ontvangen.

Verdachte heeft vervolgens de van zijn makelaar ontvangen huurovereenkomst aan een andere bij de hennepkwekerij betrokken persoon verstrekt, waarna hij het betreffende contract getekend van hen terug ontving.

Vervolgens is de hennepkwekerij ca. vijf jaren in bedrijf geweest. De verdachte heeft naar eigen zeggen daarmee een bedrag tussen de € 250.000,- en € 300.000,- verdiend.

Nadat de politie verdachte op 14 mei 2019 had aangehouden heeft verdachte de vervalste huurovereenkomst aan de politie overhandigd, kennelijk met het doel hen om de tuin te leiden en de aandacht van de werkelijk bij de hennepkwekerij betrokkenen en hemzelf af te leiden.

Na zijn aanhouding vinden er gesprekken en ontmoetingen plaats tussen verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] waarin deze laatste niet alleen spreekt over zijn betrokkenheid bij de kwekerij, maar ook uitlatingen doet die zien op de betrokkenheid van de verdachte. Zo spreekt hij over het onderhoud van de betreffende hennepkwekerij, verschillende door hem ( [medeverdachte 1] ) daarin verrichtte werkzaamheden, hun gezamenlijke verdiensten en dat hij niet tegen betaling de schuld voor de kwekerij op zich zou nemen.

Uit het dossier blijkt verder dat in de kwekerij DNA-sporen van de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangetroffen maar niet van verdachte.

Het hof leidt uit het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien het volgende af.

Niet kan worden vastgesteld dat verdachte een uitvoeringshandeling in de kwekerij heeft verricht. Zo zijn er bijvoorbeeld van verdachte geen DNA-sporen in de kwekerij aangetroffen noch blijkt anderszins van directe betrokkenheid van verdachte bij teelthandelingen.

Wel wist verdachte dat er een hennepkwekerij in het betreffende bedrijfspand zou worden gevestigd en heeft hij er actief aan bijgedragen dat bij ontdekking ervan men niet direct bij hem of een van de andere betrokkenen bij de kwekerij terecht zouden komen. Daartoe heeft hij bij zijn aanhouding onder meer een valse huurovereenkomst aan de politie overhandigd.

Verder heeft verdachte meegedeeld in de opbrengst van de kwekerij omdat de verdiensten die hij ontving afhankelijk waren van de resultaten van de hennepoogsten. Deze verdiensten waren bovendien het veelvoud van de in de huurovereenkomst opgenomen huursom van

€ 500,- per maand.

Tenslotte kan worden vastgesteld dat de verdachte na de ontdekking van de hennepkwekerij direct contact heeft gezocht met de medeverdachte [medeverdachte 1] , waarvan is vastgesteld dat die teelthandelingen in de kwekerij heeft verricht. In die gesprekken worden door de medeverdachte [medeverdachte 1] jegens verdachte uitlatingen gedaan die eerder passen bij een gelijkwaardige bij de kwekerij betrokkene dan aan een persoon die enkel een loods ter beschikking heeft gesteld. Waarbij het hof overigens met de rechtbank opmerkt dat in die gesprekken niets van een afkeurende, verbaasde, distantiërende reactie van de zijde van verdachte is te bespeuren.

De rechtbank omschrijft dit aldus:

“De rechtbank constateert dat verdachte in het gesprek naar voren komt als een goed geïnformeerde insider. Verdachte presenteert zich immers gedurende het gesprek steeds als

een gelijkwaardige medepleger die nergens van schrikt en zich alleen grote zorgen maakt

over de gevolgen van de aangetroffen DNA-sporen, de mogelijke aanwezigheid van zijn

eigen DNA in het pand en de mogelijke financiële consequenties van de verdenkingen.”

Het hof heeft neemt deze overweging over.

Het hof is gelet op al het vorenstaande van oordeel dat de bijdrage van verdachte aan de hennepteelt van zodanig gewicht is geweest dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van het medeplegen van hennepteelt als onder 1 primair is ten laste gelegd. Het hof verwerpt het andersluidende standpunt van de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel.

Het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank heeft omtrent de strafoplegging het navolgende overwogen:

“De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende ten nadele van verdachte in aanmerking

genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de teelt van in totaal 1087 hennepplanten in

een professioneel ingerichte hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit ten behoeve

van die kwekerijen. De kwekerij bevond zich in een pand dat toebehoorde aan verdachte

met, zo blijkt uit het procesdossier, een fictieve huurder.

Hennep kan gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Het telen

van hennep gaat bovendien gepaard met andere, ook zware vormen van criminaliteit,

waarbij geweld, intimidatie en bedreiging niet worden geschuwd.

(…)..

Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en hij heeft zich

niets aangetrokken van de negatieve gevolgen van zijn keuzes en gedrag.

Het hof neemt vorenstaande overwegingen over en maakt deze tot de zijne.

Aanvullend overweegt het hof het navolgende.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een andere proceshouding aangenomen. Daar waar verdachte telkens ontkende iets met de hennepkwekerij te maken te hebben gehad, heeft verdachte nu aangegeven dat hij wist van de hennepkwekerij, dat hij de loods daarvoor ter beschikking heeft gesteld, dat deze kwekerij 5 jaren heeft gedraaid en dat hij daaraan een bedrag van tussen de 250.000 en 300.000 euro heeft overgehouden. Verdachte heeft daarop het stempel geplakt dat hij dus enkel als medeplichtige van de hennepkwekerij kon worden aangemerkt. Verdachte heeft daardoor – gelet op de inhoud van het dossier – de meest gunstige uitleg voor zijn handelen proberen te geven. De vraag is dan ook in hoeverre verdachte oprecht is in deze veranderende procesopstelling en daadwerkelijk verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn handelen.

De landelijke oriëntatiepunten straftoemeting indiceren voor een hennepkwekerij van meer dan 1000 planten een werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. In deze zaak gaat het om een kwekerij die professioneel van opzet was en die 5 jaren in bedrijf is geweest. Deze feiten rechtvaardigen zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur en zeker meer dan de door de rechtbank opgelegde straf.

Anderzijds stelt het hof vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. De aanvang ervan stelt het hof met de rechtbank op 8 september 2020, het moment waarop verdachte werd aangehouden. Het einde ervan stelt het hof op 8 februari 2024, zijnde de datum van het vonnis van de rechtbank. Daarmee is de redelijke termijn van 2 jaren met 17 maanden overschreden.

Voor wat betreft de fase van het hoger beroep stelt het hof de aanvang van de termijn op de datum van het instellen van het hoger beroep op 20 februari 2024 en het einde ervan op de datum van dit arrest, zijnde 9 april 2026. Daarmee is de redelijke termijn van twee jaren met ruim een maand overschreden.

Het hof ziet in voormelde overschrijding aanleiding om in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen een taakstraf van na te melden duur alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur.

Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

In de strafoplegging wordt aldus tevens voldoende verdisconteerd het gegeven dat de verdachte door deze zaak zowel privé als zakelijk veel negatieve gevolgen heeft ondervonden en in de toekomst nog zal ondervinden. Voor een verdergaande matiging ziet het hof geen aanleiding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 2 subsidiair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 3 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,

mr. C.P.J. Scheele en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,

en op 9 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. C.A. van Roosmalen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.A. van Roosmalen
  • mr. C.P.J. Scheele
  • mr. J.C. Gillesse

Griffier

  • mr. J.H.W. van der Meijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?