ECLI:NL:GHSHE:2026:953

ECLI:NL:GHSHE:2026:953

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 09-04-2026
Zaaknummer 20-000991-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting (feit 1), diefstal (feit 3 primair) en verduistering (feit 3 subsidiair). Ter zake van verkrachting (feit 2) en het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen (feit 4), wordt de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. In het kader van het voorwaardelijk strafdeel heeft het hof bijzondere voorwaarden gesteld. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en het beslag.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 april 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-284075-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1996,

thans verblijvende in [detentieadres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het onder 3 primair tenlastegelegde, het onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘verkrachting’ (feit 1 en feit 2), ‘verduistering’ (feit 3 subsidiair) en ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen’ (feit 4), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. In het kader van het voorwaardelijke strafdeel zijn – kort gezegd – de volgende bijzondere voorwaarden gesteld:

De rechtbank heeft bevolen dat voormelde bijzondere voorwaarden, alsmede het door de reclassering uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Voorts heeft de rechtbank aan de verdachte een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] is toegewezen tot een bedrag van € 7.623,96, bestaande uit € 123,96 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaard. De verdachte is veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 250,00. De benadeelde partij is ten aanzien van de overige gevorderde proceskosten niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] is tevens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Tot slot heeft de rechtbank de teruggave aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken persoon gelast van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen:

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde sanctie, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de beslissing op het beslag. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, waarbij de door de rechtbank geformuleerde bijzondere voorwaarden worden gesteld en dadelijk uitvoerbaar worden verklaard, en dat het hof aan de verdachte de maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen. Voorts heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hof de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] wat betreft de materiële schade geheel kan toewijzen tot het gevorderde bedrag van € 25.389,37 en dat het hof de vordering ter zake van immateriële schade kan toewijzen tot een bedrag van € 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het hof de verdachte zal veroordelen in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, begroot op € 250,00, en gevorderd dat het hof ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen. Ter zake van het inbeslaggenomen mes heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de teruggave aan de verdachte zal gelasten. Ten aanzien van de frisdrank en het rookwaar heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof zal gelasten dat deze worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit is partiële vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde feit heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts heeft de verdediging een straftoemetingsverweer gevoerd en verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissingen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij:

1. op of omstreeks 15 oktober 2023 in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin, dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- misbruik heeft gemaakt van het fysieke overwicht dat hij, verdachte, ten aan zien van die [slachtoffer 2] had en/of

- die [slachtoffer 2] (onverhoeds) (onder de kleding) aan/over de buik en/of borst en/of rug, althans het (gehele) (boven)lichaam, heeft betast en/of gewreven en/of

- toen die [slachtoffer 2] zei dat hij het niet fijn vond, (onverhoeds) een hand in de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of gehouden en/of (vervolgens)

- aan die [slachtoffer 2] heeft toegevoegd (de) woorden (van de strekking): “Dit gaat gebeuren.” en/of “Dit moet gebeuren.” en/of “Jawel.” en/of “Jij wil dat.” en/of

- de penis en/of de testikels van die [slachtoffer 2] heeft aangeraakt en/of betast en/of de testikels van die [slachtoffer 2] heeft gegrepen en/of vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, hand de testikels van die [slachtoffer 2] heeft gedraaid en/of in de testikels van die [slachtoffer 2] heeft geknepen en/of

- die [slachtoffer 2] vasthoudend aan/bij zijn testikels heeft meegesleurd en/of meegetrokken en/of meegenomen een steegje en/of brandgang in en/of

- de testikels van die [slachtoffer 2] is blijven vasthouden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat deze hem, verdachte, moest pijpen en/of dat hij op de knieën moest en/of

- zijn, verdachtes, broek en/of onderbroek naar beneden heeft gedaan en/of

- (de schouders van) die [slachtoffer 2] omlaag heeft geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] bij zijn (achter)hoofd heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en/of gebracht en/of

- zijn, verdachtes, penis (met kracht en/of diep en/of ver) in de mond van die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- die [slachtoffer 2] (opnieuw) (van achteren) bij diens testikels en/of een schouder en/of de jas heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer 2] heeft meegetrokken en/of mee geduwd en/of meegenomen een schuur in en/of (vervolgens) de toegangsdeur van die schuur (aan de binnenkant) heeft afgesloten en/of

- die [slachtoffer 2] (gedeeltelijk) heeft uitgekleed en/of

- zichzelf (gedeeltelijk) heeft uitgekleed en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij zijn broek en/of onderbroek uit moest doen en/of dat hij zich moest omdraaien en/of

- zijn, verdachtes, vinger(s) in/op/tegen de anus van die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of gebracht en/of (met kracht en/of diep en/of ver) zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat deze hem, verdachte, moest pijpen en/of

- (met kracht en/of diep en/of ver) zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- die [slachtoffer 2] heeft afgetrokken en/of gepijpt en/of

- zich door die [slachtoffer 2] heeft laten aftrekken,

waardoor verdachte (aldus) voor die [slachtoffer 2] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of die [slachtoffer 2] (telkens) in een situatie heeft gebracht waarin hij zich niet of onvoldoende kon en/of durfde te verzetten tegen en/of te onttrekken aan het seksueel binnendringen van zijn lichaam en/of daaraan geen of onvoldoende weerstand kon en/of durfde te bieden en/of (telkens) een zodanige situatie voor die [slachtoffer 2] heeft doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;

2. op of omstreeks 28 oktober 2023 in de gemeente Venray, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin, dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- misbruik heeft gemaakt van het fysieke overwicht dat hij, verdachte, ten aan zien van die [slachtoffer 1] had en/of

- die [slachtoffer 1] (onverhoeds) heeft betast aan de kleding en/of het lichaam en/of

- die [slachtoffer 1] (onverhoeds) heeft gezoend en/of gekust en/of

- die [slachtoffer 1] (onverhoeds) (bij de nek en/of de kleding en/of rug) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

-(onverhoeds) een hand in de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en/of gehouden en/of (vervolgens) de billen van die [slachtoffer 1] heeft aangeraakt en/of betast en/of zijn, verdachtes, vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] uit en/of naar beneden heeft getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat deze hem, verdachte, moest pijpen en/of

- toen die [slachtoffer 1] zei dat hij dat niet wilde, het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (met kracht) naar beneden en/of naar zijn, verdachtes, penis heeft geduwd en/of

- zijn, verdachtes, penis (met kracht) in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- die [slachtoffer 1] heeft meegetrokken en/of meegenomen naar (een) bos(jes) en/of (onder het lopen) (telkens) zijn, verdachtes, hand in de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of (telkens) die [slachtoffer 1] is blijven kussen en/of

- toen die [slachtoffer 1] probeerde weg te rennen en/of weg te lopen, achter die [slachtoffer 1] is aangelopen en/of voor die [slachtoffer 1] is gaan staan en/of die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of terug getrokken en/of

- die [slachtoffer 1] heeft meegesleurd en/of meegetrokken een steegje in en/of

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] helemaal naar beneden heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer 1] bij zijn shirt en/of bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd (de) woorden (van de) strekking: “Soms moet je dingen doen die je niet wilt doen.” en/of “Als je niet doet wat ik wil, vermoord ik je.” en/of

- die [slachtoffer 1] heeft afgetrokken en/of

- zijn, verdachtes, penis (opnieuw) (met kracht) in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- die [slachtoffer 1] op/tegen een muur heeft geduwd en/of met diens rug naar hem, verdachte, toe heeft gedraaid en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij, verdachte, hem wilde neuken en/of

- zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) (met kracht) in de anus van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht,

waardoor verdachte (aldus) voor die [slachtoffer 1] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of die [slachtoffer 1] (telkens) in een situatie heeft gebracht, waarin hij zich niet of onvoldoende kon en/of durfde te verzetten tegen en/of te onttrekken aan het seksueel binnendringen van zijn lichaam en/of daaraan geen of onvoldoende weerstand kon en/of durfde te bieden en/of (telkens)een zodanige situatie voor die [slachtoffer 1] heeft doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;

3. op of omstreeks 28 oktober 2023 in de gemeente Venray een telefoon (Apple iPhone 15) en/of een ID-kaart, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om die/dat zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2023 in de gemeente Venray opzettelijk een telefoon (Apple iPhone 15) en/of een ID-kaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4. op of omstreeks 28 oktober 2023 in de gemeente Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een ophoudcel van het cellencomplex van de politie te Venlo, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan Politie Eenheid Limburg, in elk geval aan een ander, toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt door meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht) tegen die celdeur te trappen en/of te schoppen en/of te slaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van feit 1 en feit 3

Ten aanzien van feit 1

Het hof stelt voorop dat de term ‘dwingt’ in artikel 242 Sr (oud) aldus dient te worden verstaan dat daaraan slechts is voldaan indien het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte mede omvat dat hij iemand handelingen die bestaan of mede bestaan uit seksueel binnendringen doet ondergaan tegen zijn of haar wil (vgl. HR 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2194).

Niet ter discussie staat dat tussen de verdachte en aangever [slachtoffer 2] in de nacht van 15 oktober 2023 seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof is echter niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat voor de verdachte kenbaar is geweest dat toen seksuele handelingen tegen de wil van aangever [slachtoffer 2] plaatsvonden, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde verkrachting.

Ten aanzien van feit 3 primair en subsidiair

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel de onder 3 primair tenlastegelegde diefstal niet bewezen is, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof vast dat aangever [slachtoffer 1] op 28 oktober 2023 in Venray, toen hij een ontmoeting had met verdachte, zijn mobiele telefoon is kwijtgeraakt. Rond 05.00 uur bevond de telefoon zich nog in de zak van aangever. Toen aangever bemerkte dat hij zijn telefoon niet meer had, zijn aangever en verdachte daarnaar op zoek gegaan. Eerst zochten zij samen, maar op enig moment hebben zij zich opgesplitst. Aangever heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt om naar huis te vluchten. Om 05.35 uur werd de verdachte door de politie aangehouden. De mobiele telefoon van aangever werd diezelfde dag tijdens een doorzoeking van de schuur van de verdachte aangetroffen. De verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij de telefoon van aangever had gevonden, deze heeft meegenomen en vervolgens boven de ingang van zijn schuurtje heeft gelegd.

Gelet op het korte tijdsverloop tussen het moment waarop de verdachte de beschikking kreeg over de telefoon van aangever en het moment waarop de verdachte werd aangehouden in samenhang met het feit dat aangever zich uit de voeten heeft gemaakt toen hij samen met de verdachte op zoek ging naar de telefoon en er dus voor de verdachte geen gelegenheid was om de telefoon aan aangever terug te geven, kan naar het oordeel van het hof niet zonder meer worden aangenomen dat de verdachte, door de telefoon (met identiteitskaart) in zijn schuurtje achter te laten, deze zich wederrechtelijk heeft willen toe-eigenen. Het feit dat de telefoon in de schuur werd achtergelaten en niet naar de woning van de verdachte werd meegenomen had volgens verdachte – kort gezegd – te maken met de wens geen openheid te moeten geven over hetgeen die nacht was voorgevallen. Deze door verdachte op zitting in hoger beroep gegeven uitleg acht het hof niet onaannemelijk. Het hof zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onder 3 subsidiair tenlastegelegde feit.

Resumerend heeft het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1, 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:

2. op 28 oktober 2023 in Venray, door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , bestaande dat geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hierin, dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] heeft meegetrokken een steegje in en

- de broek en van die [slachtoffer 1] helemaal naar beneden heeft getrokken en

- die [slachtoffer 1] bij zijn shirt en bij de keel heeft vastgepakt en aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden: “Soms moet je dingen doen die je niet wilt doen.” en “Als je niet doet wat ik wil, vermoord ik je.” en

- die [slachtoffer 1] heeft afgetrokken en

- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en

- die [slachtoffer 1] tegen een muur heeft geduwd en met diens rug naar hem, verdachte, toe heeft gedraaid en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij, verdachte, hem wilde neuken en

- zijn, verdachtes, penis en vinger in de anus van die [slachtoffer 1] heeft gebracht,

waardoor verdachte (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of die [slachtoffer 1] in een situatie heeft gebracht, waarin hij zich niet of onvoldoende durfde te verzetten tegen en te onttrekken aan het seksueel binnendringen van zijn lichaam en daaraan geen of onvoldoende weerstand durfde te bieden en een zodanige situatie voor die [slachtoffer 1] heeft doen ontstaan dat hij dat seksueel binnendringen niet kon of wist te voorkomen;

4. op 28 oktober 2023 in Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een deur van een ophoudcel van het cellencomplex van de politie te Venlo, dat aan Politie Eenheid Limburg, toebehoorde, heeft beschadigd door meermalen, (telkens) tegen die celdeur te schoppen en te slaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, Team Zeden, op ambtseed opgemaakt onder registratienummer 2023171381 door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie, gesloten d.d. 31 januari 2024, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-346. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van feit 2

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 oktober 2023, dossierpagina’s 109-112, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

p. 109

Op 28 oktober 2023 was er een melding dat er een jongeman mishandeld en aangerand is. Wij zijn omstreeks 05.30 uur naar de woning van de melder gegaan.

Wij troffen daar in de woonkamer het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , in het bijzijn van zijn vader en moeder aan. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat [slachtoffer 1] op bank zat en zat uit te huilen bij zijn moeder.

Wij verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hoorden dat [slachtoffer 1] uit zichzelf vervolgens het volgende verhaal vertelde: “Ik sprak af met een man die ik leerde kennen via de datingapp Grindr. Ik kende deze man pas een uur en we hadden rond 2.30 uur en 2.45 uur afgesproken bij de [bedrijf 1] te Venray. Toen wij elkaar troffen, gingen wij een stukje wandelen. Tijdens het wandelen begon de man mij aan mijn lichaam te betasten. Ik gaf meerdere keren aan dat ik dit niet wilde, maar de man bleef doorgaan met mij te betasten. De man begon mij meerdere keren te zoenen en heeft mij gedwongen seksuele handelingen bij hem uit te voeren. Toen ik aangaf dat ik wilde stoppen heeft de man mij bij mijn nek en aan mijn kleding vastgepakt. Op een gegeven moment ben ik ter hoogte van [bedrijf 2] aan [adres 1] in een steegje getrokken. Ik hoorde de man zeggen: “Ik ben teleurgesteld dat dat je niks met mij wilt doen. We doen allemaal wel eens dingen die we liever niet doen. Als je niet meewerkt ga ik je vermoorden.”

p. 110

In dit steegje ben ik gedwongen om seksuele handelingen te verrichten. Hij dwong mij om hem te pijpen en heeft mij hierna tegen een muur geduwd en mijn broek omlaag getrokken.

Hierna heeft hij mij in mijn kont geneukt.”

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 november 2023 met bijlagen (dossierpagina's 254-287), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :

p. 254

Op donderdag 2 november 2023, werd door verbalisant [verbalisant 6] onderzoek gedaan aan de mobiele telefoon van het slachtoffer [slachtoffer 1] . In de applicatie Grindr werd een chat tussen het slachtoffer en iemand genaamd ' [verdachte] ' aangetroffen (het hof begrijpt uit de foto die ' [verdachte] ' aan aangever van zichzelf stuurt op p. 258 in samenhang met de foto van de verdachte op de SKDB-staat van 25 november 2025 dat ' [verdachte] ' is: de verdachte).

Als relevante weergave van het chatgesprek:

p. 267:

[verdachte] : Zullen we afspreken.

p. 268

Aangever: Ik doe alleen zoenen en jou pijpen.

Aangever: Ik wil zelf niet gepijpt worden en geneukt.

[verdachte] : Ok

[verdachte] : Reply to: "Ik wil zelf niet gepijpt worden en geneukt." Geen probleem.

p. 278

[verdachte] (3:23 uur): Reply to: Ik ben over 10 min daar

p. 285

[verdachte] (3.45 uur): Ik ben er.

3. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 31 oktober 2023, dossierpagina’s 116-127, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1]

p. 116

V: Vraag verbalisanten

O: Opmerking verbalisanten

A: Antwoord/opmerking aangever

p. 120

V: Vertel eens over de aanrakingen?

A: Hij heeft me aangeraakt op mijn kont, mijn anus door te vingeren.

V: Hoe ging dat?

A: Gewoon zijn vinger in mijn anus.

p. 121

V: Wat deed dat met je?

A: Niet prettig maar ik had al vaker gezegd tegen hem dat ik het niet prettig vond dat ik eigenlijk naar huis wilde maar hij kwam achter me aan. Ik was op een bepaald moment redelijk dicht in de buurt van mijn huis en toen stonden we stil. Ik zei toen dat ik naar huis ging en hij naar zijn huis, ik zei dat wel een miljoen keer, iedere keer als ik een stapte naar links zette kwam hij weer voor me staan, zo ging dat steeds.

p. 122

V: Dwang?

A: Ik had het gevoel dat hij best wel dominant kon zijn omdat hij me aanraakte en best wel stevig vastpakte.

V: Waaruit bestond die dwang nog meer?

A: Het was dat pusherige, kom nu effe, doe nu effe, de hele tijd door drammen. Zijn zin proberen te krijgen tot dat ik het doe.

V: Wat deed hij toen waardoor jij je gedwongen voelde?

A In het steegje moest ik hem pijpen, hij zei “soms moet je dingen doen die je niet wilt doen”. En hij pakte een paar keer mijn hoofd aan de achterkant bij mijn nek vast om mijn hoofd naar beneden te drukken.

V: Wat zei hij nog meer waaruit jij dwang voelde dat je moest doen wat hij zei?

A: De bedreiging dat hij me zou vermoorden als ik het niet zou doen. Die blik die hij op dat moment had, de manier waarop hij het zei. Hij zei dat alsof hij het echt bedoelde, hij was echt kwaad op mij, hij bedoelde het echt serieus. Hij greep mij toen bij mijn keel. Toen trok hij aan mijn shirt en maakte hij die bedreiging dat hij me zou gaan vermoorden. Toen wist ik dat ik het niet meer voor het zeggen had.

p. 123

O: Je benoemde in het begin bij het omschrijven van de gepleegde seksuele handelingen dat hij jou ook heeft afgetrokken.

V: Vertel daar eens alles over.

A: Toen hij mijn broek omlaag had gedaan in het steegje toen heeft hij mij afgetrokken.

V: Wat was de reden dat jij dit aftrekken toch liet gebeuren ondanks dat jij al had aangegeven dat jij dit niet wilde?

A: Omdat ik denk ik toch wel bang was, ik had al vaak aangegeven wat ik niet wilde, ik had zijn hand weggeduwd en na de bedreiging toen sloeg dat bij mij om en had ik zelf geen inspraak meer over wat ik wel en niet wilde en hem tevreden wilde stellen.

V: Hoe stopte dat?

A: Hij vroeg of ik hem weer wilde pijpen.

V: Waardoor stopte het pijpen?

A: Omdat hij me toen wilde neuken denk ik. Dat denk ik omdat hij me tegen de muur aan duwde en me omdraaien. Ik heb heel vaak gezegd “ik wil niet, ik wil niet”.

p. 124

O: We gaan nu verder met datgene wat er in het steegje, de [locatie 1] is gebeurd.

V: Vertel daar eens alles over.

A: Hij zei dat ie me wilde neuken. Ik zei ik ben niet schoon gespoeld en ik wil het buiten niet maar hij wilde toch. Ik weet niet meer wat hij zei maar hij probeerde zijn geslachtsdeel in mijn anus te stoppen. In eerste instantie lukte het niet en hij bleef maar proberen door te duwen en door het natter te maken met speeksel en op een gegeven moment lukte het en deed hij hem er in. Ik had heel veel pijn en dat zei ik ook.

4. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 28 oktober 2023, dossierpagina’s 113-115, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

p. 113

[slachtoffer 1] vertelde dat hij op 27 oktober 2023 omstreeks middernacht via Grindr een afspraak had gemaakt met een man om elkaar te ontmoeten op de [locatie 2] in Venray om 02:30 uur. Nadat ze elkaar op de afgesproken plek ontmoet hadden zijn ze een stukje gaan wandelen.

Toen ze in het begin van het centrum waren werd de man boos, pakte [slachtoffer 1] bij zijn shirt vast en zei: “Als je niet doet wat ik wil, dan vermoord ik je”. De man had [slachtoffer 1] toen meegetrokken, meegesleurd, een steegje in, de [locatie 1] . Daar moest [slachtoffer 1] de man weer pijpen. Nadat [slachtoffer 1] de man gepijpt had

p. 114

trok de man de broek van [slachtoffer 1] helemaal naar beneden. De man draaide [slachtoffer 1] om duwde hem tegen een muur en penetreerde hem met zijn penis anaal. [slachtoffer 1] zei dat hij dit niet wilde en dat het pijn deed. De man zei dat iedereen wel eens iets moest doen wat we niet wilde en zei ook dat hij teleurgesteld was in [slachtoffer 1] . Toen is het [slachtoffer 1] gelukt om weg te rennen.

5. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 oktober 2023, dossierpagina’s 128-131, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige] :

p. 129

Ik lag op 28 oktober 2023 rond 05.00 uur in bed te slapen. Toen hoorde ik dat [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: aangever [slachtoffer 1] ) riep: “Mama mama, kom eens.” [slachtoffer 1] stond boven op de overloop. [slachtoffer 1] rende voor mij de trap af en ik ging achter hem aan. [slachtoffer 1] was helemaal in paniek.

[slachtoffer 1] stond te hijgen in de keuken. Ik pakte [slachtoffer 1] vast en voelde zijn hart kloppen en dat dat hij snel ademde. Net alsof hij hyperventilatie had. We zijn toen samen de kamer in gelopen en op de bank gaan zitten. Toen zei [slachtoffer 1] : “ik ben verkracht”. Hij werd bedreigd dat als hij zijn broek niet naar beneden zou doen hij gedood zou worden. Die persoon had hem bij zijn kraag gepakt en gezegd dat als hij niet deed wat mij moest doen dan zou hem doden. Ik begreep van [slachtoffer 1] dat hij een

p. 130

steegje was ingetrokken ergens in het centrum. [slachtoffer 1] was helemaal overstuur. Hij huilde de hele tijd.

6. Het proces-verbaal forensisch onderzoek persoon d.d. 30 oktober 2023, dossierpagina’s 183-185, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7] :

p. 183

Op 28 oktober 2023 om 14:00 uur kwam ik, naar aanleiding van een verkrachting, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] .

Betrokkene

Achternaam : [slachtoffer 1]

Voornamen : [slachtoffer 1]

p. 184

De navolgende lichaamsdelen werden bemonsterd:

- Bemonsteringen van de anus, in en rondom de anus.

De volgende sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader

onderzoek veiliggesteld:

Sporendragers

Goednummer : PL2300-2023171294-1650175

SIN : ZAAE1516NL

Object : Bemonsterset

Bijzonderheden : Zedenkit [slachtoffer 1]

7. Het proces-verbaal van forensisch onderzoek persoon d.d. 30 oktober 2023, dossierpagina’s 204-206, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :

p. 204

Op 28 oktober 2023 om 11:30 uur kwam ik, verbalisant, naar aanleiding van een verkrachting, voor forensisch onderzoek aan in het cellencomplex van het politiebureau te Venlo.

Betrokkene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboortedatum : [geboortedag 1] 1996

p. 205

De navolgende lichaamsdelen werden bemonsterd:

- Bemonsteringen van de penishuid, rand eikel / slijmvlies voorhuid.

De hierna omschreven sporendragers werden gewaarmerkt en op de daartoe geschikte wijze veiliggesteld.

p. 206

Sporendragers

Goednummer : PL2300-2023171294-1650212

SIN : ZAAE1490NL

Object : Zedenkit

Bijzonderheden : Zedenkit ve [verdachte]

8. Een schriftelijk bescheid, te weten deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute d.d. 6 december 2023, dossierpagina’s 244-248, opgesteld door drs. B.J. Blankers LLB, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige, voor zover inhoudende:

Tabel 4 Resultaat van het DNA-onderzoek

Berekening van de bewijswaarde

Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van slachtoffer [slachtoffer 1] in de bemonstering ‘eikel ZAAE1490NL#02’ is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.

Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en slachtoffer [slachtoffer 1] .

Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en één onbekende, niet

verwante persoon.

De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.

9. Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute d.d. 28 februari 2024, dossierpagina’s 425-428, opgesteld door drs. B.J. Blankers LLB, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige, voor zover inhoudende:

Tabel 2 Resultaat van het DNA-onderzoek

Berekening van de bewijswaarde

Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van verdachte [verdachte] in de spermafractie van de bemonstering ‘In de anus ZAAE1516NL#04SF’ is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.

Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en één onbekende, niet verwante persoon.

Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee onbekende, niet verwante personen.

De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.

10. Het proces-verbaal van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, d.d. 20 maart 2025, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

p. 2

Ik zag een steegje waar niemand ons kon zien. Zo zijn we daarheen gegaan.

p. 3

Ik dacht dat hij misschien ook wel geneukt wilde worden. U zegt mij dat hij heeft verklaard dat hij heeft gezegd dat hij niet wilde. Ik dacht dat hij mogelijk van gedachten zou veranderen. Ik had gelijk mijn piemel tussen zijn billen gegaan.

Het klopt dat ik de woorden ‘ik wil niet’ heb gehoord. Ik ging door. Ik was dronken en dacht dat hij van gedachten zou veranderen.

11. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 20 maart 2026, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 28 oktober 2023 in Venray heb afgesproken met [slachtoffer 1] . Ik wist dat hij had gezegd dat hij mij alleen wilde zoenen en pijpen. Ik wist dat hij wilde dat anaal niet bij hem gebeurde. Ik heb gehoord dat hij tegen mij zei dat hij het niet wilde. Ik ben toen doorgegaan. U houdt mij voor dat er in de anus van [slachtoffer 1] sperma is aangetroffen waarvan de kans is berekend dat het van u is. Ja dat klopt. Ik heb mijn piemel tussen zijn billen gedaan en ik denk dat het daardoor kan komen.

Ten aanzien van feit 4

Het hof volstaat, gelet op de omstandigheid dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft bekend en dienaangaande geen vrijspraak is bepleit, met de navolgende opgave van de bewijsmiddelen conform het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering:

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Het verweer van de verdediging dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde dwingen van aangever [slachtoffer 1] tot het ondergaan van seksuele handelingen door geweld, bedreiging met geweld en/of misbruik van fysiek overwicht, wordt naar het oordeel van het hof weerlegd door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. Anders dan de verdediging ziet het hof geen redenen om aan de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] op deze punten te twijfelen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat aangever meerdere keren is gehoord, in die verhoren telkens consistent en gedetailleerd heeft verklaard en die verklaringen op essentiële onderdelen steun vinden in de overige bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de moeder van aangever over wat zij heeft waargenomen en vernomen van aangever kort na de gebeurtenissen, de resultaten van het verrichte DNA-onderzoek, het aan de afspraak voorafgaande chatgesprek waarin aangever aan verdachte duidelijk maakt welke seksuele handelingen hij wel en niet wil, en de verklaring van de verdachte zelf dat hij wist dat aangever alleen wilde zoenen en pijpen en geen anale seks wilde en dat de verdachte in het steegje desondanks daarmee is doorgegaan.

Het hof spreekt de verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde voor zover het ziet op gedragingen die vooraf zijn gegaan aan de handelingen die in het steegje plaatsvonden. Naar het oordeel van het hof is namelijk niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat (het voor de verdachte kenbaar was dat) toen seksuele handelingen tegen de wil van aangever plaatsvonden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

verkrachting.

Het onder 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer 1] en het beschadigen van een celdeur. In het bijzonder rekent het hof het de verdachte aan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer 1] , waarmee hij op grove wijze de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer heeft geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk gedrag langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers en dat het vertrouwen in de medemens als gevolg van het bewezenverklaarde handelen ernstig verstoord kan raken, hetgeen bevestiging vindt in de in eerste aanleg overgelegde schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] . Uit voormelde slachtofferverklaring volgt dat [slachtoffer 1] tot op heden negatieve consequenties van het bewezenverklaarde ondervindt, waaronder angstgevoelens en psychische problemen, en dat hij naar aanleiding van het incident kampte met onder andere paniekaanvallen, herbelevingen, nachtmerries en een negatief zelfbeeld.

Met het beschadigen van de deur van een politiecel heeft de verdachte schade en ongemak veroorzaakt en ervan blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 februari 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van een soortgelijk strafbaar feit.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft in dit verband naar voren gebracht dat hij een vrouw en twee kinderen heeft, met wie hij dagelijks contact heeft. De verdachte heeft verklaard hulp te willen bij zijn alcoholproblematiek en bereid te zijn zich te houden aan de na te noemen door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Voorts heeft het hof zich rekenschap gegeven van de overige in het dossier aanwezige stukken die betrekking hebben op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, daaronder mede begrepen de pro-Justitiarapportage betreffende het multidisciplinair onderzoek, opgesteld door J.L.M. Dinjens , psychiater, S. Labrijn , GZ-psycholoog en

J. Volders , forensisch milieurapporteur, d.d. 20 maart 2025. Uit deze rapportage volgt – kort gezegd – dat bij de verdachte sprake is van een stoornis in alcoholgebruik (matig) en cannabisgebruik (licht) en dat sprake is van antisociaal gedrag. De rapporteurs beschrijven dat de verdachte opportunistisch gebruik lijkt te maken van de gelegenheid en vooral gericht is op zijn eigen (seksueel) gerief. De verdachte was ten tijde van het tenlastegelegde onder invloed van alcohol, hetgeen een ontremmend en drempelverlagend effect kan hebben. Het problematisch middelengebruik is volgens de rapporteurs echter niet dermate ernstig dat sprake was van afhankelijkheid. De rapporteurs zien geen doorwerking vanuit de antisociale trekken en het problematisch middelengebruik van de verdachte die kan leiden tot enige vermindering van de toerekenbaarheid. Als beschermende factoren worden de langdurige relatie van de verdachte, de goede banden met zijn (schoon)familie en een positief levensdoel genoemd. In het kader van de risicofactoren wordt beschreven dat de verdachte vanuit het streven naar lustbeleving relatief gemakkelijk antisociale keuzes kan maken en dat alcoholgebruik hierbij drempelverlagend werkt. Het recidiverisico op een gewelddadig zedendelict wordt ingeschat als matig-hoog, waarbij het gebruik van alcohol een belangrijke risicoverhogende factor is. Gelet op het voorgaande wordt geadviseerd de verdachte een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen, zodat de reclassering langdurig toezicht kan houden op de verdachte. Hierbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de verdachte abstinent blijft van middelen en hierop kan controle plaatsvinden. Daarnaast zou volgens de rapporteurs als voorwaarde kunnen worden gesteld dat de verdachte deelneemt aan een ambulante (groeps)training gericht op de preventie van zedendelicten.

Uit het reclasseringsadvies d.d. 21 maart 2025 volgt dat de risico’s op recidive en letsel worden ingeschat als gemiddeld-hoog en het risico op onttrekken aan voorwaarden als gemiddeld. Ten tijde van het tenlastegelegde was bij de verdachte volgens de reclassering sprake van problematiek op het gebied van financiën, dagbesteding, seksualiteit, middelengebruik en houding. Dit zijn mogelijk delictgerelateerde factoren die aandacht behoeven teneinde het recidiverisico te verminderen. Bij oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

Gelet op de risico’s en de ernst en aard van de delicten wordt dadelijke uitvoerbaarheid van voormelde voorwaarden en het toezicht geadviseerd. Tevens adviseert de reclassering in verband met de ernst van de verdenkingen, de complexe problematiek van de verdachte en het recidiverisico, oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr, zodat na de (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf toezicht kan worden gehouden op de verdachte.

Het hof heeft tot slot acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Bij verkrachting met geweld of met een daarmee vergelijkbare mate van dwang wordt als vertrekpunt voor de op te leggen straf uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Naar het oordeel van het hof kan, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en in verband met een juiste normhandhaving, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van de hierna te vermelden duur met zich brengt. Gelet op de bevindingen uit het multidisciplinair onderzoek en het advies van de reclassering ziet het hof aanleiding om aan de verdachte een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, zodat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke strafdeel kunnen worden verbonden.

Gelet op het vorenoverwogene zou het hof in beginsel passend en geboden achten de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van drie jaren, waarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gesteld.

Met betrekking tot het procesverloop overweegt het hof in deze zaak evenwel nog het volgende.

Het hof heeft in aanmerking genomen dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling en afdoening van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg wordt afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat vanwege de Staat der Nederlanden jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. In gevallen zoals het onderhavige, waarin de verdachte in verband met de zaak in voorlopige hechtenis verkeert, dient de zaak echter in iedere procesfase binnen zestien maanden te worden afgedaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in eerste aanleg met ruim een maand is overschreden, nu de verdachte op 28 oktober 2023 in verzekering is gesteld en het vonnis waarvan beroep is gewezen op 8 april 2025. Van bijzondere omstandigheden die de overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigen, is het hof niet gebleken.

Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn in het voordeel van verdachte verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof het onvoorwaardelijke gedeelte van de op te leggen gevangenisstraf zal verminderen met twee maanden.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden.

De verdachte wordt onder meer veroordeeld voor verkrachting. Nu er – gelet op de hiervoor genoemde rapportages – ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde, zonder behandeling en beheersing van zijn middelengebruik, wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal het hof bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het daarop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Met oplegging van deze gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof, ondanks de conclusies uit de pro-Justitiarapportage en het reclasseringsadvies, geen aanleiding om daarnaast aan de verdachte een maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. Naar het oordeel van het hof wordt het recidiverisico voldoende beheerst door de in het dictum te noemen dadelijk uitvoerbare bijzondere voorwaarden in combinatie met een proeftijd van drie jaren, temeer nu de verdachte intrinsieke motivatie toont voor behandeling en zich bereid toont mee te werken aan deze voorwaarden.

Beslag

Bij gelegenheid van het onderzoek zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen:

Het hof is van oordeel dat het inbeslaggenomen mes dient te worden teruggegeven aan de verdachte, nu is gebleken dat dit mes aan de verdachte toebehoort en het belang van strafvordering zich tegen teruggave hiervan niet meer verzet.

Met betrekking tot het rookwaar en de fles frisdrank is het hof van oordeel dat niet genoegzaam is komen vast te staan wie in juridische zin als rechthebbende(n) kan/kunnen worden aangemerkt. Het hof zal ten aanzien van deze voorwerpen daarom de bewaring daarvan ten behoeve van de rechthebbende(n) gelasten.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 44.859,42, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering valt uiteen in de volgende bedragen:

Tevens heeft de benadeelde partij in eerste aanleg een bedrag van € 4.215,17 aan proceskosten gevorderd.

Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een totaalbedrag van € 7.623,96, bestaande uit een bedrag van € 123,96 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld in de proceskosten, tot dan toe begroot op € 250,00.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de vordering in hoger beroep te handhaven. Bij mail van 27 februari 2026, ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd, is aangegeven dat de post studievertraging wordt verlaagd naar een bedrag van € 25.025,41. Tevens worden de gevorderde proceskosten verlaagd tot een bedrag van € 250,00. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] is derhalve in hoger beroep aan de orde tot een bedrag van € 40.389,37 ter zake van materiële en immateriële schade en € 250,00 ter zake van proceskosten.

De verdediging heeft ten aanzien van post i. en post ii. bepleit dat de vordering dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien in onvoldoende mate zou kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen de gestelde schade en de bewezenverklaarde gedragingen. Voorafgaand aan het bewezenverklaarde had de benadeelde partij immers reeds studievertraging opgelopen wegens de ziekte van Crohn, hetgeen een complicerende factor zou vormen bij het vaststellen van een causaal verband. Tevens zou de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de studievertraging te gecompliceerd zijn om binnen het strafproces te behandelen.

Voorts heeft de verdediging bepleit dat het bedrag aan immateriële schade aanzienlijk dient te worden gematigd gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan, te weten in het kader van een seksafspraak.

Ten aanzien van de gevorderde schade wegens kosten voor aanschaf van een alarmsysteem en verfspray, reiskosten en de proceskosten, heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Het hof overweegt met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

Post i. en post ii.

Het hof is, anders dan de verdediging, niet van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van post i. en post ii. te gecompliceerd is om binnen het strafproces te behandelen. Naar het oordeel van het hof gaat het in dit geval niet om een substantiële vordering van complexe aard waarvan de omvang zich niet eenvoudig laat vaststellen en zijn de betrokken partijen in voldoende mate in de gelegenheid geweest hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de toewijsbaarheid van de vordering genoegzaam naar voren te brengen.

Het hof heeft zich rekenschap gegeven van hetgeen namens de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, te weten dat de ziekte van Crohn van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten tijde van het bewezenverklaarde onder controle was en dat de benadeelde partij op koers lag om zijn opleiding eind 2023 af te ronden. Op grond van de bij de vordering gevoegde medische stukken stelt het hof vast dat de situatie rondom de ziekte van Crohn in september 2023 – nog voordat het bewezenverklaarde plaatsvond – inderdaad stabiel was en dat de ziekte van Crohn ná het bewezenverklaarde door stress als gevolg van het bewezenverklaarde is gaan opvlammen. Uit de schriftelijke verklaringen van [school 1] en [school 2] blijkt voorts dat de benadeelde partij na oktober 2023 een studievertraging voor de duur van tien maanden heeft opgelopen ‘omdat hij slachtoffer is geworden van een zedenmisdrijf’. Anders dan de verdediging is het hof, op grond van het voorgaande, van oordeel dat voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de ontstane schade. De posten zijn ook overigens voldoende onderbouwd en onvoldoende weersproken. Daarom zal het hof post i. en post ii. integraal toewijzen, te weten tot een bedrag van

(€ 25.025,41 + € 240,00 =) € 25.265,41.

Post iii. en post iv.

Ten aanzien van de gevorderde kosten voor de aanschaf van een alarmsysteem en verfspray en de reiskosten is het hof genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden tot een bedrag van (€ 32,02 + 91,94 =) € 123,96. Deze posten zijn voldoende onderbouwd en niet betwist, reden waarom het hof deze posten integraal zal toewijzen.

Post v.

De benadeelde partij heeft een bedrag van € 15.000,00 gevorderd ter zake van immateriële schade. Het hof stelt voorop dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

Het hof is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon in de zin van artikel 6:106, aanhef en onder b, BW kan worden aangenomen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat verkrachting, zoals ook in het onderhavige geval aan de orde is, doorgaans een ernstige inbreuk maakt op de (seksuele) integriteit en persoonlijke levenssfeer van slachtoffers en dat slachtoffers nog geruime tijd met de psychische gevolgen ervan te kampen kunnen hebben. Dat dit in dit geval niet anders is, blijkt onder meer uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] . Bovendien is bij het slachtoffer PTSS vastgesteld.

Het hof begroot de omvang van de immateriële schade, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de bedragen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, naar billijkheid op een bedrag van € 7.500,00. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade voor het overige afwijzen.

Resumé

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 32.889,37, bestaande uit € 25.389,37 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige afwijzen.

Wettelijke rente

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025, zijnde het moment waarop de (aanvulling op de) vordering tot schadevergoeding is ingediend, ten aanzien van de materiële schade en vanaf 28 oktober 2023, zijnde het moment waarop deze schade is ontstaan, ten aanzien van de immateriële schade, tot aan de dag der algehele voldoening.

Proceskosten

Het hof zal de verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit arrest is bepaald.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 1] is toegebracht tot een bedrag van € 32.889,37. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de in het dictum te noemen aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36f, 57, 242 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet in zoverre opnieuw recht;

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 (vierendertig) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt;

heft op het door de rechtbank gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de rechtbank gestelde bijzondere voorwaarden en het daarop uit te oefenen toezicht;

beveelt dat de door het hof gestelde bijzondere voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 STK Mes (Omschrijving: PL2300-2023171294-G1650173, vleesmes);

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 32.889,37 (tweeëndertigduizend achthonderdnegenentachtig euro en zevenendertig cent) bestaande uit € 25.389,37 (vijfentwintigduizend driehonderdnegenentachtig euro en zevenendertig cent) aan materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 250,00 (tweehonderdvijftig euro);

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 32.889,37 (tweeëndertigduizend achthonderdnegenentachtig euro en zevenendertig cent) bestaande uit € 25.389,37 (vijfentwintigduizend driehonderdnegenentachtig euro en zevenendertig cent) aan materiële schade en € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 167 (honderdzevenenzestig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente ten aanzien van de materiële schade op 17 maart 2025 en ten aanzien van de immateriële schade op 28 oktober 2023;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.

Aldus gewezen door:

mr. A.C. Bosch, voorzitter,

mr. R.G.A. Beaujean en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,

en op 3 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Burgmeijer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.C. Bosch
  • mr. R.G.A. Beaujean
  • mr. H.A.T.G. Koning

Griffier

  • mr. A. Burgmeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?