ECLI:NL:HR:1958:AY1834

ECLI:NL:HR:1958:AY1834, Hoge Raad, 12-02-1958, 13 424

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-02-1958
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer 13 424
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 6 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

Effecten. Stichting.

Uitspraak

12 Februari 1958.

V.

No. 13424.

DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ,

Gezien het beroepschrift in cassatie van [X] te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 Juli 1957 betreffende den aan belanghebbende opgelegden aanslag tot navordering van vermogensbelasting over het jaar 1951;

Gezien de stukken;

Overwegende dat aan belanghebbende een aanslag tot navordering van vermogensbelasting over het jaar 1951 werd opgelegd, berekend naar een zuiver vermogen van f. 117.700, =;

Overwegende dat op het door belanghebbende daartegen ingestelde beroep het Gerechtshof den aanslag heeft verminderd tot een aanslag berekend naar een nader vastgesteld zuiver vermogen van f, 114.000,=, zulks na voorzover in cassatie nog van belang te hebben overwogen:

"dat het Hof te behandelen heeft de vraag of tot het zuiver vermogen van belanghebbende per 1 Januari 1951 behoren een aantal effecten ter waarde van f. 12.060, = die volgens belanghebbende toebehoren aan een door hem in het leven geroepen stichting [A], doch volgens de Inspecteur aan belanghebbende, wijl zijns inziens die stichting niet bestaat;

dat niet gesteld noch gebleken is, dat de effecten aan een derde zouden behoren en partijen met het Hof dan ook ervan uitgaan dat ze of behoren aan de stichting of behoren aan belanghebbende;

dat belanghebbende in het slot van zijn beroepschrift, doch in ieder geval duidelijker ter zitting heeft gesteld, dat ter zake van de bedoelde effecten het recht tot navordering van vermogensbelasting ontbreekt omdat de Inspecteur reeds voor het opleggen van de primitieve aanslag van het bestaan van de stichting op de hoogte was, zodat derhalve het nieuwe feit tot navordering ontbreekt;

dat echter onweersproken is vastgesteld dat in het tijdvak 1940-1945 belanghebbende het vermogen van de stichting op het stichtingskapitaal na tot zich heeft genomen en zich er bij heeft neergelegd, dat de stichting door de Inspecteur als niet bestaand zou worden aangemerkt;

dat, nu het de Inspecteur nader, dat is na het opleggen van belanghebbendes primitieve aanslag vermogensbelasting 1951, bekend is geworden dat belanghebbende wederom een deel van zijn vermogen bij de aanvang van het jaar 1951 bestaande uit de eerder genoemde effecten ter waarde van f. 12.060, =, in de stichting had ondergebracht, sprake is van een nieuw feit dat grond oplevert voor het vermoeden dat die primitieve aanslag ten onrechte tot een te laag bedrag is opgelegd;

dat derhalve belanghebbendes grief als zou geen nieuw feit tot navordering aanwezig zijn wordt afgewezen; dat alsnu is te onderzoeken of door de Inspecteur terecht de stichting [A] als niet bestaande is aangemerkt;

dat de stichting [A] zou zijn opgericht bij een stichtingsbrief van de navolgende inhoud: "Heden de drie en twintigsten December negentienhonderd negen en dertig, verscheen voor mij Meester [B], notaris ter standplaats [Z];

de Heer [X] , candidaat-notaris, wonende te [Z].

De comparant verklaarde hierbij af te zonderen een bedrag van duizend gulden en daarmede in het leven te roepen een stichting genaamd [A], gevestigd te [Z], met het na te melden doel en onder de navolgende bepalingen:

Artikel 1.

De stichting heeft ten doel het vormen van een fonds, waaruit zullen moeten worden bestreden de kosten van het onderhoud en de opvoeding van de afstammelingen van den oprichter der stichting, voorzover die kosten niet op andere wijze geheel kunnen worden bestreden.

Artikel 2.

Het vermogen der stichting bestaat uit voormeld bedrag van duizend gulden, en uit hetgeen zij hetzij om niet, hetzij onder bezwarenden titel mocht verkrijgen, benevens uit de onverbruikte revenuen van dit vermogen.

Artikel 3.

Het bestuur over het vermogen der stichting zal worden gevoerd door den oprichter, behoudens het hierna bepaalde, die daarover tevens op de uitgebreidste wijze zal mogen beschikken; hij is bevoegd om een medebestuurder te benoemen, onder door hem aan te geven bepalingen, benevens om een bestuurder aan te wijzen, die hem zal opvolgen bij het beeindigen zijner functie.

Artikel 4.

De bestuurder zal, indien daartoe gronden zijn, het doel der stichting mogen wijzigen, zoals hij nodig mocht oordelen. Hij zal bovendien het recht hebben het bestaan der stichting te doen beëindigen, indien daartoe gegronde redenen zijn.

Artikel 5.

Behalve in het geval hiervoor bedoeld zal de stichting haar bestaan beëindigen door het verlies van haar gehele vermogen, benevens door het beëindigen van de functie van den bestuurder, uit welken hoofde ook, zonder dat door hem in het bestuur der stichting is voorzien.

Artikel 6.

Bij het eindigen van het bestuur der stichting zal haar vermogen, geheel toebehoren aan den oprichter indien in leven zijnde, of anders aan degenen die ten tijde van dat eindigen, tot zijn nalatenschap zouden zijn geroepen door hen te verdelen, op de wijze zoals alsdan zijn nalatenschap zou worden verdeeld."

dat het in deze bepalingen de aandacht trekt, dat de almacht van de oprichter-bestuurder zo ver gaat, dat hij niet alleen "op de uitgebreidste wijze" over het stichtingsvermogen vermag te beschikken , doch ook het doel der stichting mag wijzigen en het bestaan der stichting mag beeindigen, in welk laatste geval het vermogen automatisch zal toebehoren aan hem zelf of zijn rechtverkrijgenden;

dat volgens de stichtingsbrief de oprichter-bestuurder dit laatste weliswaar slechts zal mogen doen, wanneer daartoe gegronde redenen aanwezig zijn, doch de beoordeling van de vraag, of dit het geval is, aan niemand anders dan hemzelf is overgelaten;

dat dit geheel van bepalingen in geen enkel opzicht zelfs maar een schijn van waarborg biedt, dat het vermogen van de stichting inderdaad tot verwezenlijking van het in de stichtingsbrief genoemde doel zal worden besteed;

dat de oprichting van de stichting door de belanghebbende dan ook kennelijk bedoeld is als een poging om, naar mate en zo lang hem dit zou conveniëren, vermogensbestanddelen van zijn eigen vermogen gescheiden te houden, zonder daaraan nochtans enige consequentie te verbinden ten aanzien van zijn zeggenschap over die vermogensbestanddelen;

dat hieruit naar het oordeel van het Hof volgt, dat de wil om een werkelijke stichting in het leven te roepen, waaruit toch geheel andere gevolgen zouden moeten voortvloeien, bij de belanghebbende niet aanwezig is geweest;

dat zijn handeling dus in wezen niet datgene vormde, in de schijn waarvan zij zich kleedde;

dat hieruit voortvloeit, dat nimmer een stichting [A] kan zijn tot stand gekomen en dat het dusgenaamde stichtingsvermogen re vera vermogen van belanghebbende is;"

Overwegende dat belanghebbende, zonder dat hij bepaalde wetsartikelen als geschonden of verkeerd toegepast aanhaalt, tegen de uitspraak als grief aanvoert :

dat het Hof onder meer stelt "dat onweersproken is vastgesteld, dat in het tijdvak 1940-1945 belanghebbende het vermogen in de stichting op het stichtingskapitaal na tot zich heeft genomen en zich er bij heeft neergelegd, dat de stichting door de Inspecteur als niet bestaand zou worden aangemerkt";

dat slechts het eerste gedeelte dezer zinsnede juist is daar ondergetekende zowel in zijn bezwaarschrift als bij het beroep het geldig bestaan der stichting ook tegen de Inspecteur heeft staande gehouden;

dat dit ook geheel logisch is, omdat de voormelde stichtingsakte niet is gepasseerd met de bedoeling om daarmede niets te bereiken en een stichting eenmaal bestaande slechts door een bepaalde rechtshandeling kan worden beeindigd;

dat het terugnemen van het vermogen der stichting slechts een formele daad is geweest, welke in het laatst der oorlogsjaren nodig leek met het oog op maatregelen van de bezetters;

dat voorts het feit, dat de oprichter-bestuurder teveel bevoegdheden heeft niet als beslissend kan worden beschouwd;

dat het immers in de praktijk gewenst is gebleken, dat in bepaalde omstandigheden, b.v. door het vervallen van het doel, wijziging ener stichting of opheffing mogelijk moet zijn;

dat het geheel normaal is, dat de bevoegdheid daartoe ligt in handen van het bestuur;

dat tenslotte stichtingen met gelijksoortig doel van ouds bekend zijn, zoals het Klaas Tiglerleen te Leeuwarden, waarbij ook aanvankelijk de band tussen oprichter en bevoordeelden nauw was;

dat echter de onderhavige kwestie geheel wordt beslist door de Wet op stichtingen van 31 Mei 1956 waarbij is vastgelegd wat tot daartoe praktisch als geldend werd beschouwd;

dat de onderhavige stichting voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3 dier wet en derhalve als geldig bestaande moet worden beschouwd;

Overwegende hieromtrent :

dat belanghebbende er ten onrechte van uitgaat, dat het Hof zou hebben beslist, dat de stichting, welke belanghebbende in het leven heeft willen roepen, geen rechtsgeldig bestaan heeft verkregen wijl zij niet voldeed aan de wettelijke eisen;

dat de beslissing van het Hof echter aldus is te verstaan, dat belanghebbende wel in den stichtingsbrief heeft verklaard een van hem te onderscheiden rechtssubject, de stichting, in het leven te roepen en deze eigenares te maken van het afgezonderd kapitaal, maar dat uit de bepalingen, die hij daarbij stelde, zelve blijkt, dat hij hetgeen hij aldus heeft verklaard te willen in werkelijkheid niet wilde;

dat deze beslissing, welke het Hof op grond van den stichtingsbrief heeft kunnen en mogen nemen, is van feitelijken aard en niet met vrucht in cassatie kan worden bestreden ;

Verwerpt het beroep .

Gedaan bij de Heren Nypels, Vice-President, van Rijn van Alkemade, Wiarda, van der Loos en Houwing, Raden, en door voornoemden Vice-President uitgesproken ter Raadkamer van den twaalfden Februari 1900 acht en vijftig, in tegenwoordigheid van den Substituut-Griffier Verstraaten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl BNB 1958/115
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?