ECLI:NL:HR:1990:ZC8648

ECLI:NL:HR:1990:ZC8648, Hoge Raad, 04-12-1990, 87.641

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 04-12-1990
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 87.641
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1990:1
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 13 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en oplichting (art. 326.1 Sr). Voortgezette handeling, art. 56.1 Sr? Uit gebezigde b.m. heeft Hof kunnen afleiden dat bewezen verklaarde valsheid in geschrift primair is gepleegd om gemakkelijker financiering van de aankoop van een schip te kunnen verkrijgen. Hof kon overwegen dat bewezen verklaarde feiten reeds door het verschil in tijd waarop de feiten zijn begaan niet in zodanig verband staan dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling in de zin van art. 56 Sr, aangezien Hof er kennelijk van is uitgegaan dat bewezen verklaarde valsheid in geschrift en op het verkrijgen van te veel W.I.R.-premie gerichte oplichting van de Staat geen uiting zijn van één ongeoorloofd wilsbesluit.

Uitspraak

BOUW OVEREENK0MST

De ondergetekenden:

[verdachte] , reder, gevestigd te [vestigingsplaats] , verder' te noemen "opdrachtgeefster" en

[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur [betrokkene 2] en [B] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur [betrokkene 3] , ten deze domicilie kiezende te [adres] , verder te noemen "de bouwer" zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Opdrachtgeefster draagt de bouwer op, gelijk de bouwer jegens opdrachtgeefster op zich neemt, de bouw van één motortankschip, hierna te noemen het schip, met de navolgende afmetingen:

lengte over alles - 110 m.

breedte over alles - 11,40 m.

holte 3,70 m.

diepgang ca. 3,60 m.

Het schip wordt gebouwd volgens het Algemeen Plan no. 721-001A en het bestek, welke een integrerend bestanddeel van deze overeenkomst uitmaken.

Het casco zal worden gebouwd onder bouwnummer 721-001A bij de scheepswerf " [C] " B.V. te Zaltbommel. De afbouw zal plaatsvinden overeenkomstig het bestek bij een nog nader door de bouwer te bepalen bedrijf.

Artikel 2

De bouwprijs van het schip, bedraagt ƒ 6.250.000,— (in woorden: zes miljoen tweehonderdvijftig duizend gulden).

Exclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting.

De betaling van bovengenoemde bouwprijs zal door opdrachtgeefster franko ten kantore van de bouwer geschieden als volgt';

a. ƒ 200.000,— als aanbetaling bij tekening van deze overeenkomst

b. ƒ 3.875.000,— uit 1e. hypotheek van Scheepshypotheekbank te Rotterdam en NESEC bij levering van het schip

c. ƒ 550.000,— uit 2de. hypotheek van Nederlandsche Middenstandsbank te Rotterdam

d. ƒ 1.000.000,— uit verkoop van m.t.s. "Prestige"

e. ƒ 150.000,— door bevrachter bij levering van het schip

f. ƒ 475.000,— uit achtergestelde lening van A.T.C. te Antwerpen, uit te betalen na levering van het schip

Aldus overeengekomen en in 4-voud getekend te Gorinchem,

[A] B.V.

[B] B.V.

Voor deze handelende als direkteuren

3. een als bijlage 6 bij het hiervoor onder 2 vermelde proces-verbaal (bladzijde 22) gevoegd geschrift, aangeduid als "Addendum op bouwovereenkomst d.d. 26-1-1984", inhoudende hetgeen hieronder in fotccopie is opgenomen:

9

ADDENDUM OP BOUWOVEREENKOMST d.d. 26-01-1984

Onder verwijzing naar de door partijen ondertekende bouwovereenkomst, wordt voorts nog het volgende overeengekomen:

De bouwer verplicht zich, indien de in de bouwovereenkomst genoemde transactie doorgaat, het huidige motortankschip van opdrachtgeefster, t.w. m.t.s. "Prestige" bouwjaar 1961, 1207,766 ton voorzien van een MAK motor, type III, in te nemen voor een bedrag van ƒ 1:700.000,—. (zegge een miljoen zevenhonderdduizendgulden). Exclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting.

De opdrachtgeefster dient dit vaartuig uiterlijk twee maanden voor de aflevering van het nieuwbouw motortankschip, te leveren aan de bouwer, geheel vrij en onbelast, in de staat zoals het zich thans bevindt, bedrijfsklaar en volgens de eisen van Germanische Lloyd en Scheepvaartinspektie voor type III schepen.

Indien bij verkoop door de bouwer het m.t.s. "Prestige" meer opbrengt dan ƒ 800.000,—, dan zal het meerdere na aftrek van renten en kosten ten gunste komen voor opdrachtgeefster.

Zodra opdrachtgeefster het m.t.s. "Prestige" inlevert bij bouwer, zal naast het bedrag van ƒ 1.000.000,— zoals genoemd in de bouwovereenkomst onder punt d., tevens de betaling genoemd onder punt f. zijn verschuldigd.

Voorts geeft bouwer aan opdrachtgeefster een korting op de bouwsom van ƒ 500.000,—

Opdrachtgeefster zal 21 dagen na ondertekening van de bouwovereenkomst een 2de aanbetaling doen van ca. ƒ 300.000, —, of voor dit bedrag, een naar genoegen van de bouwer, andere zekerheid of garantie afgeven, minimaal ter hoogte van dit bedrag. Bouwer zal pas starten met de afbouw, zodra de eerste en de tweede aanbetaling ontvangen zijn. Derhalve bedraagt de reële bouwsom ƒ 4.850.000,- zegge viermiljoen achthonderdvijftigduizend gulden en staat bouwer garant voor een minimale verkoopopbrengst van ƒ 800.000,- voor het huidige m.t.s. "Prestige" van opdrachtgeefster. Meeropbrengst is voor opdrachtgeefster. Aldus overeengekomen en in 4-voud getekend te Gorinchem, 1984.

4. een als bijlage 16 bij het hiervoor onder 2 vermelde proces-verbaal (bladzijden 47 tot en met 49) gevoegd in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 30 mei 1985 door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , beiden wachtmeester der rijkspolitie en behorende tot de groep Nijmegen der rijkspolitie te Water, onder meer - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] :

Wat het motortankschip "Majestic" betreft, werd ik door een collega-scheepsmakelaar benaderd omdat hij een klant voor mij had. Die klant bleek [verdachte] te zijn.

[verdachte] kwam medio 1983 bij mij. Hij had interesse in een nieuwbouw motortankschip. Hij bood zijn motortankschip "Prestige" ter inruiling aan. Wij hebben [verdachte] een minimum verkoopprijs van ƒ 800.000,= gegarandeerd, zoals vermeld in het addendum op de bouwovereenkomst van 26 januari 1934.

In de bouwovereenkomst hebben wij het bedrag van ƒ 6.250.000,= gezet.

Dit was gebaseerd op de oorspronkelijke prijs van ƒ 5.200.000,=.

Bovenop het bedrag van ƒ 5.200.000,= is pak weg ƒ 1.000.000,= gezet om de financiering bij de banken rond te krijgen.

Dat de reële bouwprijs later naar ƒ 4.850.000,= zakte, hebben we er buiten gelaten, zodoende zaten wij flink hoog ten opzichte van de banken.

Het bedrag van de reële bouwsom van ƒ 4.850.000,= is in de bouwovereenkomst bewust door ons verhoogd naar ƒ 6.250.000,=. Hierdoor hébben wij deze bouwovereenkomst valselijk opgemaakt met het oogmerk om deze bouwovereenkomst als echt en onvervalst te gebruiken ten opzichte van de banken om meer hypotheek voor het nieuw te bouwen schip voor [verdachte] te krijgen.

Ik erken dat door het verhogen van de koopprijs in de bouwovereenkomst en de koopakte de banken zijn bewogen om meer hypotheek te verstrekken dan zij normaal gedaan zouden hebben.

5. een als bijlage 17 bij het hiervoor onder 2 vermelde proces-verbaal (bladzijden 52 tot en met 54) gevoegd in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 31 mei 1985 door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , onderscheidenlijk wachtmeester der rijkspolitie 1e klasse en wachtmeester der rijkspolitie, beiden behorende tot de groep Nijmegen der rijkspolitie te Water, onder meer - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] :

Ik ben directeur van [B] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] en ik ben ongeveer vijf jaar werkzaam als scheepsmakelaar. Eind november 1983 kwam ik in contact met [verdachte] , die interesse had in een nieuwbouw motortankschip. Tesamen met [betrokkene 2] , een scheepsmakelaar met wie ik wel eens zaken doe, probeerden wij tot zaken te komen met [verdachte] .

Wij boden [verdachte] een nieuwbouw tanker aan voor ƒ 4.850.000,=.

[verdachte] wenste het motortankschip "Prestige" in te ruilen. Na gezamenlijk overleg werd besloten dit te doen voor ƒ 1.700.000,=. Door deze prijs te betalen, hielpen wij [verdachte] aan voldoende eigen vermogen, waardoor hij voor een financiering in aanmerking kon komen.

Hiermee rekening houdende werd voor de volgende constructie gekozen. Aangezien de nieuwbouw was getaxeerd op ƒ 6.250.000,= besloten wij om voor die prijs de nieuwbouw te verkopen en de "Prestige" in te nemen voor ƒ 1.700.000,=. Een en ander is vastgelegd in een contract. Doordat wij in een addendum hadden bevestigd dat we nieuwbouw leverden voor ƒ 4.850.000,=, hebben wij het verschil tussen de contractprijs ƒ 6.250.000,= en de reële bouwsom ƒ 4.850.000,= als volgt verwerkt: ƒ 500.000,= als korting en ƒ 900.090,= verlies nemen op de "Prestige", want we hadden aan [verdachte] toegezegd dat alles wat de "Prestige" meer zou opbrengen dat ƒ 800.000,= ten gunste van hem zou komen.

Ik bevestig dat ik hieraan heb meegewerkt om de financiering voor [verdachte] mogelijk te maken. Mijn belang daarbij was om tesamen met [betrokkene 2] een nieuwbouw tanker te leveren aan [verdachte] .

6. een als bijlage 9 bij het hiervoor onder 2 vermelde proces-verbaal (bladzijden 32 en 33) gevoegd in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 25 juni 1985 door [verbalisant 2] en [verbalisant 5] , beiden wachtmeester der rijkspolitie en behorende tot de groep Nijmegen der Rijkspolitie te Water onder meer - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [betrokkene 4] ;

Ik ben Inspecteur der Rijksbelastingen en waarnemend hoofd van de Inspectie der Directe Belastingen te Zaltbomnel.

[verdachte] vroeg op een belastingbiljet, hem op 24 februari 1984 uitgereikt en bij ons op 6 september 1984 binnengekomen, W.I .R.-premie aan over een investering van ƒ 6.250.000,= voor de bouw van een tankschip.

Door correspondentie met [verdachte] is ons een bouwovereenkomst van 26 januari 1984 toegestuurd met daarin opgenomen de bouwprijs van ƒ 6.250.000, = . Op grond van de ons verstrekte gegevens heb ik [verdachte] een W.I.R.-premie van ƒ 750.000,= verstrekt, zijnde 12% van de investering.

Het addendum op die bouwovereenkomst ken ik niet.

Ik ben valselijk voorgelicht bij de informatie ter verstrekking van de W.I.R.-premie. Had ik de werkelijke bouwprijs geweten, dan had ik over dat lagere bedrag W.I.R.-premie verstrekt en zeker niet over dat hoge.

7. een als bijlage 19 bij het hiervoor onder 2 vermelde proces-verbaal (bladzijde 60) gevoegd in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 27 juni 1985 door [verbalisant 5] en [verbalisant 2] , beiden wachtmeester der rijkspolitie, behorende tot de groep Nijmegen der Rijkspolitie te Water, onder meer - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] :

Sinds 1983 voer ik de administratie van [verdachte] .

Ik wist dat [verdachte] een nieuw schip wilde laten bouwen of kopen.

Ik heb de W.I.R.-premie aangevraagd voor [verdachte] , gebaseerd op de gegevens die ik had gekregen, dus op de bouwovereenkomst met de bouwprijs van ƒ 6.250.000,=.

8. een als bijlage 15 bij het hiervoor onder 2 vermelde proces-verbaal (bladzijden 44 tot en met 46) gevoegd in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 24 mei 1985 door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , onderscheidenlijk wachtmeester der rijkspolitie Ie klasse en wachtmeester der rijkspolitie te Water, onder meer - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van verdachte :

Een addendum op de bouwovereenkomst van 26 januari 1984, waarin wordt aangegeven dat de werkelijke bouwsom ƒ 4.850.000,= bedraagt, is door mij, [betrokkene 3] en [betrokkene 2] ondertekend. Het bedrag van ƒ 4.850.000,= is ook de prijs die ik uiteindelijk voor mijn schip de "Majestic" heb betaald.

Ik kocht het schip de "Prestige" van de [D] A.G. te Bazel voor ƒ 875.000,= en verkocht het daar direct aan [betrokkene 3] en [betrokkene 2] voor ƒ 1.700.000,=. [betrokkene 3] en [betrokkene 2] verkochten het schip direct daarop weer aan [E] A.G. te Bazel voor ƒ 875.000,=. Deze transacties werden met gesloten beurzen gesloten. De transacties werden puur op papier gesloten.

Het verschil tussen aankoopprijs en verkoopprijs van de "Prestige" voor mij, namelijk ƒ 825.000,= werd gebruikt als aanbetaling op het gefingeerde bedrag van ƒ 6.250.000,=.

Ik erken dat het opgemaakte financieringsplaatje middels valse voorspiegelingen ten opzichte van de banken is rond gekomen. Ik doel hiermee op het inruilbedrag van ƒ 1.700.000,= voor de "Prestige" en de nieuwprijs van ƒ 6.250.000,= van de "Majestic".

Ik erken dat ik ten onrechte W.I.R.-premie heb aangevraagd over een bedrag van ƒ 6.250.000,=, terwijl het werkelijk geïnvesteerde bedrag maar ƒ 4.850.000,= bedroeg.

5. Beoordeling van het middel

Met betrekking tot het door het middel bedoelde verweer heeft het Hof overwogen en beslist:

dat de raadsman heeft aangevoerd dat het onder 2 telastegelegde feit een voortgezette handeling is als bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht, aangezien het gebruik van de in de telastelegging bedoelde bouwovereenkomst tegenover de fiscus moet worden beschouwd als een uiting van het onder 1 telastegelegde ongeoorloofde besluit ;

dat het hof dit door de raadsman aangevoerde verweer verwerpt, aangezien de onder 1 en onder 2 bewezen- verklaarde feiten reeds door het verschil in tijd waarop de feiten zijn begaan niet in zodanig verband staan dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling in de zin van het bepaalde in het eerste lid van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen, met name het hiervoor sub 4.2 onder 6 vermelde bewijsmiddel, heeft het Hof kunnen afleiden dat het onder 2 bewezen- verklaarde feit tenminste ongeveer een maand na het onder 1 bewezenverklaarde feit is gepleegd, zodat hetgeen in de toelichting op het middel onder b wordt betoogd niet tot cassatie kan leiden.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen, met name de hiervoor sub 4.2 onder 4, 5 en 8 (de op één na laatste alinea) vermelde bewijsmiddelen, heeft het Hof kunnen afleiden dat de onder 1 bewezenverklaarde valsheid in geschrift primair is gepleegd om gemakkelijker financiering van de aankoop van het schip te kunnen verkrijgen. In dit licht is het Hof er kennelijk van uitgegaan dat de onder 1 bewezenverklaarde valsheid in geschrift en de onder 2 bewezenverklaarde, op het verkrijgen van teveel W.I.R.-premie gerichte oplichting van de Staat der Nederlanden, geen uiting zijn van één ongeoorloofd wilsbesluit, zodat het Hof kon overwegen dat "de onder 1 en onder 2 bewezenverklaarde feiten reeds door het verschil in tijd waarop de feiten zijn begaan niet in zodanig verband staan dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht".

Het middel zoals toegelicht onder a kan derhalve ook niet tot cassatie leiden.

6. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

7. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Bronkhorst als voorzitter, en de raadsheren Beekhuis, Govaerts, Neleman en Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, en uitgesproken op 4 december 1990.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1991, 345
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?