ECLI:NL:HR:1991:ZC4823

ECLI:NL:HR:1991:ZC4823, Hoge Raad, 11-12-1991, 27699

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-12-1991
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 27699
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 6 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002226 BWBR0005289 BWBR0005291

Samenvatting

Koop bij inschrijving.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden

derde kamer .

nr. 27.699

11 december 1991

PdM

ARREST

gewezen op het beroep in cassatie van [X1], [X2] en [X3] te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 september 1990 betreffende de aan hen ter zake van de hierna vermelde verkrijging opgelegde aanslag in het recht van schenking.

1. Aanslag en geding voor het Hof.

Aan belanghebbenden zijn ter zake van verkrijgingen van f 6.083, -- , op één aanslagbiljet verenigde aanslagen in het recht van schenking opgelegd.

Belanghebbenden zijn tegen die aanslagen met toestemming van de Inspecteur, als bedoeld in artikel 26, lid 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in beroep gekomen bij het Hof, dat die aanslagen heeft gehandhaafd.

De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie.

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel.

3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat de onroerende zaak in januari 1988 bij inschrijving te koop is aangeboden; dat de zaak voor de inschrijving ten verzoeke van de verkopers is getaxeerd op ongeveer f 350.000, --; dat de inschrijving is gesloten op 23 januari 1988; dat de hoogste inschrijving f 560.999, -- , kosten koper beliep en werd gedaan door belanghebbenden; dat bij koopakte van 26 januari 1988 tussen verkopers en belanghebbenden een koopsom is overeengekomen van f 540.000, -- vrij op naam in welke koopsom ook de koopsom voor een aantal roerende zaken is begrepen.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat op het tijdstip waarop de zaak aan belanghebbenden werd gegund, de vordering van de verkopers op belanghebbenden f 560.999, -- bedroeg waarbij belanghebbenden de met de overdracht samenhangende kosten voor hun rekening dienden te nemen. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de verkopers eenzijdig en bewust genoegen hebben genomen met een lagere koopsom dan waarop men recht had na de gunning en aldus hebben gehandeld met het oogmerk de kopers te bevoordelen.

3.3. In die oordelen ligt kennelijk besloten het oordeel van het Hof dat bij de sluiting van de inschrijving tussen de verkopers en belanghebbenden een koopovereenkomst tot stand is gekomen waarbij tussen partijen is overeengekomen dat het goed aan belanghebbenden werd verkocht voor f 560.999, -- , kosten koper, en dat de verkopers bij nadere overeenkomst onverplicht afstand van een deel van hun vordering op belanghebbenden hebben gedaan. Immers eerst door het tot stand komen van een koopovereenkomst ontstaat voor de verkoper een aanspraak op betaling van de koopprijs.

3.4. Bij de beoordeling van het middel moet voorop worden gesteld dat het bij inschrijving ten verkoop aanbieden van een bepaalde zaak zich in beginsel niet ertoe leent anders te worden opgevat dan als een uitnodiging om in onderhandeling te treden. Het antwoord op de vraag, wanneer, als inderdaad onderhandelingen volgen, de koop geacht moet worden tot stand te zijn gekomen hangt af van de omstandigheden van het geval. Daaromtrent heeft het Hof niets vastgesteld.

3.5. Mocht het Hof hebben geoordeeld dat de inschrijving door belanghebbenden moet worden opgevat als een aanbod tot koop, dan heeft het Hof toch niets vastgesteld omtrent de aanvaarding daarvan door de verkopers. Daarbij moet worden opgemerkt dat de verkopers niet gehouden waren de door belanghebbenden aangeboden prijs te aanvaarden. Het stond de verkopers vrij het aanbod slechts tegen een lagere prijs te aanvaarden wanneer hen de door belanghebbenden aan- geboden prijs ongerechtvaardigd hoog mocht voorkomen. Dat zulks zich ten deze voordoet is, naar uit 's Hofs uitspraak blijkt, door belanghebbenden gesteld. Het Hof heeft die stelling niet onderzocht.

3.6. Het Hof heeft mitsdien zijn uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is in zoverre gegrond en behoeft voor het overige geen behandeling meer. De uitspraak kan niet in stand blijven en verwijzing moet volgen.

4. Beslissing.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof, verwijst het geding naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een verdere behandeling en beslissing van de zaak in meervoudige kamer met inachtneming van dit arrest en gelast dat door de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbenden wordt vergoed het door hen ter zake van de behandeling van hun beroep in cassatie gestorte griffierecht ten bedrage van f 300, --.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Mijnssen, Wildeboer, Zuurmond en Herrmann, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Zandhuis, in raadkamer van 11 december 1991.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1992, 177 RvdW 1992, 22 BNB 1992/70 FED 1992/76 WFR 1992/84, 2 V-N 1992/397, 11 FutD 1992-0141
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?