ECLI:NL:HR:1992:AD1631

ECLI:NL:HR:1992:AD1631, Hoge Raad, 28-02-1992, 14474

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 28-02-1992
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer 14474
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1992:AD1631
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Redelijk belang bij vernietiging besluit van de algemene ledenvergadering.

Uitspraak

28 februari 1992

Eerste Kamer

Nr. 14.474

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats], Monaco,

EISER tot cassatie,

advocaat: Mr. A.H. Westendorp,

tegen

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging VERENIGING BUMA (Bureau voor Muziekauteursrecht),

gevestigd te Amstelveen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: Jhr.Mr. J.L. R.A. Huydecoper.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen [eiser] - heeft bij exploit van 5 juni 1987 verweerster in cassatie - verder te noemen Buma - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd de vernietiging uit te spreken op grond van art. 2:11 (oud) lid 1 BW van het besluit van de algemene ledenvergadering van Buma van 9 juni 1986, waarbij het beleid van Buma over 1985 werd goedgekeurd althans dit besluit te vernietigen voor zover het betreft de ondertekening door Buma van de kabel-modelovereenkomst en/of de daarop gebaseerde overeenkomsten met kabelnet- exploitanten.

Nadat Buma tegen de vorderingen verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij vonnis van 1 februari 1989 [eiser] niet ontvankelijk in zijn vorderingen verklaard.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 1 maart 1990 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het vonnis van de Rechtbank en het arrest van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Buma heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Mok strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Het eerste onderdeel faalt. De Rechtbank heeft vastgesteld dat [eiser] bezwaren tegen de modelkabel- overeenkomst erop neerkomen dat muziekauteurs en fotografen een hogere vergoeding van de kabelexploitanten zouden kunnen bedingen, indien de kabelovereenkomst niet gesloten was. [eiser] eerste grief in hoger beroep strekte ten betoge dat hij zulks niet heeft gesteld, welke grief het Hof heeft verworpen. Anders dan het onderdeel betoogt, is het niet onbegrijpelijk dat het Hof uit hetgeen [eiser] heeft gesteld in zijn memorie van grieven, toelichting op grief 6, en in de inleidende dagvaarding onder nr. 18, heeft afgeleid dat [eiser] wel heeft gesteld hetgeen de Rechtbank heeft vastgesteld.

3.2 Het Hof behandelt in zijn rov. 4.2 tot en met 4.5 de grieven 2 tot en met 9 en vermeldt bij wijze van inleiding dat deze grieven de kern van het geschil betreffen, namelijk de vraag of de door [eiser] gevorderde vernietiging van het besluit van de algemene ledenvergadering van Buma van 9 juni 1986 meebrengt dat de geldigheid van de kabelovereenkomst wordt aangetast.

Subonderdeel 2.1 betoogt dat de kern van het geschil op andere wijze moet worden omschreven. Het subonderdeel faalt omdat [eiser] daarbij belang mist. Het Hof had de bedoelde vraag te behandelen ongeacht of deze als de kern van het geschil kan worden gekenschetst.

3.3 De onderdelen 2.2 en 2.3 strekken ten betoge dat het Hof heeft blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent de betekenis van het begrip redelijk belang in art. 2:11 (oud) lid 2 BW.

Dat betoog faalt. Het Hof heeft met de Rechtbank geoordeeld dat [eiser] geen redelijk belang heeft bij vernietiging van het besluit van 9 juni 1986 nu ook in geval van vernietiging van dit besluit de geldigheid van de kabelovereenkomst - waartegen de bezwaren van [eiser] zich richten - onaangetast blijft. Met het oordeel dat aldus niet voldaan is aan de eis van een redelijk belang heeft het Hof geen blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent het begrip redelijk belang als bedoeld in voormelde bepaling.

3.4 De in subonderdeel 2.4 vervatte klacht faalt omdat deze zich richt tegen een overweging ten overvloede. Subonderdeel 2.5 bevat geen zelfstandige klacht.

3.5 Subonderdeel 3.1 is eveneens tevergeefs voorgesteld. De Rechtbank heeft overwogen dat het enige gevolg van het niet verlenen van décharge aan het bestuur is, dat de bestuursleden aansprakelijk blijven voor het door hen gevoerde beleid. Het is niet onbegrijpelijk dat het Hof dit aldus heeft opgevat dat de Rechtbank zich heeft uitgelaten over het rechtsgevolg van het meerbedoelde besluit en niet over de effecten die een zodanig besluit zou kunnen hebben op het bestuursbeleid.

3.6 Subonderdeel 3.2 treft evenmin doel. Het door [eiser] gestelde belang is dat de geldigheid van de kabelovereenkomst wordt aangetast. Nu het Hof heeft geoordeeld en in cassatie niet is bestreden, dat bij toewijzing van de vordering de geldigheid van de kabelovereenkomst onaangetast blijft, is het niet onbegrijpelijk dat het met betrekking tot de achtste grief heeft overwogen dat de Rechtbank niet tot taak had buiten het gestelde rechtsbelang materiële belangen af te wegen. Het Hof was niet tot een nadere motivering gehouden.

3.7 . Voor zover onderdeel 4 ervan uitgaat dat in 's Hofs arrest besloten ligt dat het besluit van de algemene vergadering zelf op enigerlei wijze in strijd moet komen met de statuten, wil [eiser] belang hebben bij vernietiging van een besluit op grond van art. 2:11 lid 1, mist het feitelijke grondslag, omdat die opvatting niet in 's Hofs arrest besloten ligt. Ook overigens faalt het onderdeel. Anders dan het onderdeel betoogt,

is het niet onbegrijpelijk dat het Hof heeft overwogen dat niet of onvoldoende duidelijk wordt aangegeven waarom het besluit van de algemene vergadering niet met de statutaire doelstelling zou zijn te verenigen. Het Hof heeft zijn oordeel dienaangaande ook voldoende met redenen omkleed.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op heden aan de zijde van Buma begroot op f 457,20 aan verschotten en f 2.500, -- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Snijders als voorzitter en de raadsheren Bloembergen, Roelvink, Davids en Heemskerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Hermans op 28 februari 1992.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1992, 458 met annotatie van J.M.M. Maeijer RvdW 1992, 70
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?