ECLI:NL:HR:1993:ZC0825

ECLI:NL:HR:1993:ZC0825, Hoge Raad, 15-01-1993, 14840

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-01-1993
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14840
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1992:48
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 10 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Aanrijding tussen bestelauto en fietser. Vordering op grond van art. 1401 BW (oud). Schuld. Schadeafwikkeling na cassatie en verwijzing.

Uitspraak

15 januari 1993

Eerste Kamer

Nr. 14.840

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres], echtgenote van [A],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: Mr. H.A. Groen,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen [eiseres] - heeft bij exploit van 20 april 1988 verweerder in cassatie - verder te noemen [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Maastricht en gevorderd de veroordeling van [verweerder] tot vergoeding van de door haar ten gevolge van de aanrijding geleden materiƫle en immateriƫle schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Nadat [verweerder] tegen de vordering verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij vonnis van 8 februari 1990 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 27 mei 1991 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan:

- Op 3 december 1983 heeft te Maastricht een aanrijding plaatsgevonden tussen een door [verweerder] bestuurde bestelauto en [eiseres], die als gevolg van deze aanrijding letsel heeft opgelopen;

- de aanrijding vond plaats op de splitsing van wegen gevormd door de Observantenweg en de Henri Govaertsweg; van de Observantenweg splitst zich ter plaatse de licht naar rechts afbuigende Henri Govaertsweg af, terwijl de Observantenweg licht naar links afbuigt en haar loop vervolgt in de richting van de Luikerweg;

- voor het gedeelte van de Observantenweg direct na deze splitsing in de richting van de Luikerweg geldt een inrijverbod voor alle verkeer, hetgeen na die splitsing door middel van een verkeersbord aan de rechterzijde van de weg is aangegeven;

- [eiseres] is ter plaatse van de splitsing - al dan niet gezeten op haar fiets - de Henri Govaertsweg overgestoken in de richting van het voorbij de splitsing gelegen gedeelte van de Observantenweg en is tijdens dit oversteken op de door [verweerder] bereden weghelft van deze Henri Govaertsweg terecht gekomen en aldaar met de door [verweerder] bestuurde bestelauto in botsing gekomen; deze bestelauto reed over de Henri Govaertsweg in de richting van de Observantenweg. Het Hof heeft - evenals de Rechtbank - geoordeeld dat de schuld aan de aanrijding volledig bij [eiseres] ligt.

Het heeft bekrachtigd het vonnis van de Rechtbank, waarbij de uitsluitend op art. 1401 (oud) BW gebaseerde vordering van [eiseres] is afgewezen. Hiertegen richt zich het middel.

3.2 's Hofs beslissing steunt in hoofdzaak op zijn oordeel (rov. 4.2) dat [verweerder] van links geen enkel verkeer behoefde te verwachten, omdat de Observantenweg vanaf de splitsing met de Henri Govaertsweg voor alle verkeer behalve voetgangers is gesloten.

Onderdeel 2 komt hiertegen terecht op. Niet valt in te zien dat de omstandigheid dat de Observantenweg vanaf de splitsing voor alle verkeer behalve voor voetgangers is gesloten, zou meebrengen dat [verweerder] van links geen enkel verkeer behoefde te verwachten. Het stond voetgangers en ook fietsers vrij de Henri Govaertsweg ter plekke over te steken alvorens het van een inrijverbod voorziene gedeelte van de Observantenweg in te gaan. Bovendien, al ware dit anders, dan nog diende [verweerder] in beginsel rekening te houden met fouten van andere weggebruikers, dus ook met weggebruikers die in strijd met de verkeersregels oversteken.

De gegrondbevinding van onderdeel 2 brengt mede dat 's Hofs arrest niet in stand kan blijven en dat de overige onderdelen geen behandeling behoeven.

3.3 In verband met de behandeling van de zaak na verwijzing verdient het volgende opmerking, zulks in aansluiting op hetgeen is overwogen in HR 28 februari 1992, RvdW 1992, 72, rov. 3.7 en HR 22 mei 1992, NJ 1992, 527, rov. 3.3.

Het gaat hier om afwikkeling op de voet van art. 1401 (oud) BW van de schade die als gevolg van een aanrijding met het door [verweerder] bestuurde motorrijtuig, door [eiseres], een volwassen fietser, is geleden. Dan dient in de eerste plaats te worden onderzocht of [verweerder] ter zake van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen voor zover voor de veroorzaking van de aanrijding van belang, rechtens enig verwijt kan worden gemaakt; [eiseres] draagt hiervan in beginsel de bewijslast. Wanneer komt vast te staan dat [verweerder] enig verwijt kan worden gemaakt, is hij, nu niets is gesteld omtrent opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van [eiseres], in ieder geval voor de helft aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade. Ten aanzien van de andere helft is dan in beginsel beslissend in hoeverre - foutieve - gedragingen van [verweerder] en eventueel [eiseres] tot de schade hebben bijgedragen.

4. Beslissing

De Hoge Raad: vernietigt het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 mei 1991;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres], begroot op f 536,65 aan verschotten en f 3.000, -- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Snijders als voorzitter en de raadsheren Bloembergen, Mijnssen, Davids en Heemskerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Davids op 15 januari 1993.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1993, 568 met annotatie van C.J.H. Brunner RvdW 1993, 30 VR 1993, 76 PS-Updates.nl 2025-0317
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?