ECLI:NL:HR:1996:ZC2110

ECLI:NL:HR:1996:ZC2110, Hoge Raad, 21-06-1996, 16051

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-06-1996
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16051
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1996:58
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 4 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Verhuur gedeelte Malieveld Den Haag voor kermisattractie. Bedrijfsruimte in de zin van art. 39 aanhef en onder 4° Wet RO.

Uitspraak

21 juni 1996

Eerste Kamer

Nr. 16.051 (C 95/203)

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

BUREAU DE KERMISGIDS B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr P.B. Kamminga,

tegen

HOLLAND KERMIS BOUW B. V.,

gevestigd te Jelsum, gemeente Leeuweradeel,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr T.H. Tanja-van den Broek.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Kermisgids - heeft bij exploit van 26 februari 1991 verweerster in cassatie - verder te noemen: Kermis Bouw - gedagvaard voor de Rechtbank te Leeuwarden en gevorderd Kermis Bouw te veroordelen om aan De Kermisgids te betalen een bedrag van f 46.000, -- , te vermeerderen met rente.

Nadat Kermis Bouw tegen de vordering verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 3 september 1992 De Kermisgids tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden.

Tegen dit tussenvonnis heeft De Kermisgids hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Kermis Bouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 22 maart 1995 heeft het Hof partijen niet ontvankelijk verklaard in het door hen ingestelde principaal, respectievelijk incidenteel appel.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft De Kermisgids beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Kermis Bouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Op 8 februari 1990 is tussen partijen een overeenkomst gesloten, waarbij Kermisgids aan Kermis Bouw een standplaats voor haar kermisattractie "Supernova" heeft gegund op de van 8 tot en met 23 september 1990 op het Malieveld te Den Haag te houden "Rekreade".

(ii) Kermis Bouw heeft van deze standplaats geen gebruik gemaakt. In verband met gebreken heeft zij de Supernova op 6 september 1990 naar de fabriek gebracht. Nadat op 11 september 1990 de reparatiewerkzaamheden waren voltooid, is Kermis Bouw ermee op een van 15 tot en met 18 september 1990 te Mönchen-Gladbach gehouden kermis geweest.

(iii) Kermisgids maakt op grond van de art. 12 en 24 van haar Algemene Voorwaarden, die naar haar mening te dezen toepasselijk zijn, jegens Kermis Bouw aanspraak op betaling van een boete, omdat laatstgenoemde geen gebruik van de haar gegunde standplaats heeft gemaakt.

3.2 De Kermisgids heeft Kermis Bouw te dier zake gedagvaard voor de Rechtbank en gevorderd Kermis Bouw te veroordelen tot betaling van f 46.000, -- , te vermeerderen met rente. Bij tussenvonnis heeft de Rechtbank Kermisgids toegelaten tot bewijslevering.

Tegen dit tussenvonnis heeft Kermisgids hoger beroep ingesteld bij het Hof, terwijl Kermis Bouw incidenteel appel heeft ingesteld.

Het Hof heeft Kermisgids in haar principaal appel en Kermis Bouw in haar incidentele appel niet ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft het Hof overwogen dat het in deze zaak gaat om de verhuur door Kermisgids van een gedeelte van het Malieveld te Den Haag als standplaats voor de kermisattractie van Kermis Bouw, dat deze huur is aan te merken als huur van bedrijfsruimte als bedoeld in art. 39, aanhef en onder 4°, RO, dat van hierop betrekking hebbende vorderingen de kantonrechter kennis neemt en dat, nu de zaak door Kermisgids aanhangig is gemaakt bij de Rechtbank en Kermis Bouw niet de onbevoegdheid van de Rechtbank heeft ingeroepen, de Rechtbank in hoogste ressort heeft beslist.

Het middel bestrijdt 's Hofs oordeel dat deze overeenkomst moet worden aangemerkt als huur van bedrijfsruimte.

3.3 Bij de beoordeling van dit middel moet worden vooropgesteld dat onder bedrijfsruimte in de zin van art. 39, aanhef en onder 4º, RO moet worden verstaan elke onroerende zaak die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor gebruik in de uitoefening van een bedrijf, onverschillig of die zaak al dan niet bebouwd is (vgl. HR 16 november 1990, NJ 1991, 232) .

3.4 Onderdeel 1 betoogt dat in een geval als het onderhavige geen sprake kan zijn van huur van bedrijfsruimte, omdat het tijdelijke en zeer incidentele gebruik van een openbaar terrein, straat of plein niet een zodanige wijziging van bestemming meebrengt dat een dergelijk terrein, straat of plein moet worden aangemerkt als bedrijfsruimte.

Het onderdeel faalt, omdat het blijkens het hiervoor in 3.3 overwogene miskent dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van huur van bedrijfsruimte, uitsluitend van belang is de bestemming die bij de huurovereenkomst aan de onroerende zaak is gegeven, terwijl de omstandigheid dat de huur voor korte tijd is aangegaan, daaraan niet afdoet.

3.5 Onderdeel 2 strekt ten betoge dat het Hof heeft miskend dat van huur van bedrijfsruimte in de zin van art. 39, aanhef en onder 4°, RO alleen dan sprake is, indien een onroerende zaak niet alleen krachtens de desbetreffende huurovereenkomst is bestemd voor gebruik voor de uitoefening van een bedrijf, maar tevens zich naar haar aard en inrichting en zonder dat enige nadere aanpassing, bebouwing of verbouwing nodig is, leent voor het bij de overeenkomst voorziene bedrijfsmatige gebruik, waarvan - aldus het onderdeel - te dezen geen sprake is. Ook deze klacht is tevergeefs voorgesteld, nu dit nadere vereiste geen steun vindt in de wet.

3.6 Onderdeel 3 komt neer op een herhaling van onderdeel 1 en faalt mitsdien eveneens.

3.7 Onderdeel 4 kan evenmin tot cassatie leiden, nu 's Hofs oordeel dat het in deze zaak gaat om de verhuur van een gedeelte van het Malieveld te Den Haag als standplaats voor een kermisattractie, in het licht van de stellingen van Kermisgids in de inleidende dagvaarding niet onbegrijpelijk is. Het behoefde ook geen nadere motivering, nu ten processe niet is gedebatteerd over het karakter van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

3.8 Onderdeel 5 van het middel bouwt voort op de voor- afgaande onderdelen en moet derhalve het lot daarvan delen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Kermisgids in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kermis Bouw begroot op f 1.257,20 aan verschotten en f 3.000, -- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren Roelvink, als voorzitter, Korthals Altes en Nieuwenhuis, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 21 juni 1996.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1996, 746 RvdW 1996, 147
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?