25 maart 1997
Strafkamer
nr. 104.384 P
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juni 1995 op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] . 1970, wonende te [woonplaats] , ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting " [A] " te [plaats] .
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een beslissing van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 13 december 1994 - de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van achthonderdelfduizendentachtig gulden, subsidiair, zoals de Hoge Raad begrijpt: vijftienhonderd, dagen hechtenis.
2. Het cassatieberoep
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. De conclusie van het Openbaar Ministerie
De Advocaat-Generaal Van Dorst heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
4. Beoordeling van het middel
4.1.1. Het Hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op f. 811.080, -.
4.1.2. Het Hof heeft die schatting ontleend aan de inhoud van de volgende bewijsmiddelen:
1. De verklaring van de veroordeelde.
De veroordeelde heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard -zakelijk weergegeven -:
Ik heb in de periode van 1 april 1994 tot en met 19 augustus 1994 te [plaats] samen met een ander, meerdere keren heroïne en cocaïne verkocht, afgeleverd en vervoerd. Ik verkocht die harddrugs vanuit een shoarmazaak aan de [a-straat 1] te [plaats] , waar ik toen werkte. De harddrugs die ik verkocht stal ik van dealers. Ik rekende voor 1 gram heroïne f 30,- en voor 1 gram cocaïne f 50, -.
2. Het aan dit arrest gehechte -door de griffier van het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor foto-copie conform het origineel getekende- afschrift van de aantekening arrest d.d. 23 mei 1995 van dit hof in de zaak tegen de veroordeelde, waarbij -onder meer- bewezen is verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, en terzake daarvan tot een gevangenisstraf als vermeld is veroordeeld.
3. Een financieel rapport met parketnummer 925778/4 van het Bureau financiële Ondersteuning Haaglanden, opgemaakt en ondertekend op 20 oktober 1994 door [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Haaglanden, en [verbalisant 2] , onbezoldigd opsporingsambtenaar van het Korps Rijkspolitie, respectievelijk werkzaam als tactisch rechercheur en financieel deskundige bij het Bureau Financiële Ondersteuning Haaglanden. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:
a. als relaas van de rapporteurs:
Door het Bureau financiële Ondersteuning is gestreefd naar een berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, dat de verdachte [veroordeelde] heeft genoten.
Om tot de berekening te komen is gebruik gemaakt van de bevindingen, zoals die zijn weergegeven in proces-verbaal 9645/1994 van de politie Haaglanden en proces-verbaal nr 12111/1994 van het Bureau financiële Ondersteuning Haaglanden.
De periode waar de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zich over uitstrekt, is van 1 april 1994 tot en met 19 augustus 1994. Hierna volgt een berekening van het door de verdachte [veroordeelde] genoten wederrechtelijk verkregen voordeel:
- de shoarmazaak " [B] " is in de periode van 1 april 1994 tot en met 19 augustus 1994 in totaal 141 dagen open geweest;
- per dag was deze zaak gemiddeld 10 uren open;
- de gemiddelde aanloop van verslaafden per uur was 5 (103 verslaafden : 18 uur);
- de gemiddelde hoeveelheid aangetroffen heroïne per verslaafde was afgerond 2 gram (28 gram : 12);
- de gemiddelde hoeveelheid aangetroffen cocaïne per verslaafde was afgerond 1 gram (16,2 gram : 2).
De totale opbrengst uit de verkoop van verdovende middelen vanaf 1 april 1994 tot 20 augustus 1994 bedroeg (op grond van bovenstaande gegevens) :
De op 19 augustus 1994 aangetroffen hoeveelheid hash in perceel [b-straat 1] te [plaats] bedroeg in totaal 60 gram. Volgens de verklaring van de verdachte [veroordeelde] is deze hoeveelheid het restant van een eerder verkochte partij hash van 3,6 kilogram. De totale verkochte hoeveelheid hash bedraagt 3.600 gram - 60 gram = 3.540 gram hash. Volgens de verklaring van de verdachte [veroordeelde] bedroeg de opbrengst van 1 gram hash 22, -. De totale opbrengst van de verkochte partij hash bedraagt derhalve f 22,- x 3.540 gram = f 77.880,-
Kosten sub-dealers:
Uit verschillende verklaringen en uit observatie is gebleken dat de verdachte [veroordeelde] diverse personen in dienst had die verdovende middelen verkochten. Gemiddeld waren dat 6 personen per dag. Uit verklaringen is gebleken dat de subdealers f 50,- per dag verdienden. Het totaalbedrag aan "personeelskosten" bedraagt 6 x 141 x f 50,- = f 42.300.
De verdachte heeft verklaard dat alle door hem verkochte verdovende middelen zijn gestolen. Derhalve zijn er geen inkoopkosten.
De vaste lasten zullen niet worden opgenomen bij de vaststelling van het netto wederrechtelijk verkregen voordeel omdat deze ruimschoots worden gedekt door de opbrengst van de speelautomaten in de shoarmazaak " [B] ".
Het totaal bruto wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geraamd op f 775.500,- + f 77.800 = f 853.380,-
Het totaal netto wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geraamd op f 853.380,- min de kosten sub-dealers ad f 42.300 =f 811.080 .-
4. Het ambtsedig proces-verbaal d.d. 10 oktober 1994, nr 12.111/1994 van de politie Haaglanden (Bureau financiële Ondersteuning). Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voornoemd. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:
als de op 10 oktober 1994 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [veroordeelde] als verdachte ~zakelijk weergegeven -:
Ik werkte 7 dagen per week van 13.00 uur tot 00.00/01.00 uur.
5. Een door de officier van justitie voor copie conform getekend ambtsedig proces-verbaal, nummer 9645/94, met bijlagen, van de politie Haaglanden, op 22 augustus 1994 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] , hoofdagent-rechercheur van politie, en andere bevoegde opsporingsambtenaren. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:
als relaas van de verbalisanten dan wel een of meer van hen (blz 8, 9, 13, 15, 16 en 21):
Op donderdag 4 augustus 1994 hebben wij postgevat in de onmiddellijke nabijheid van de shoarmazaak " [B] " aan de [a-straat 1] te [plaats] . Daarbij bleek ons dat er een zeer grote toeloop was van allochtone jongeren, alsmede van harddrugsverslaafde personen, waarvan er velen het perceel na zeer korte tijd weer verlieten. Tevens viel het ons op dat er een aantal Marokkaanse jongeren op bromfietsen af en aan reed. Wij herkenden met zekerheid als koerier [betrokkene 1] . De bijnaam van deze jongen is Appie. Op 9, 10, 11, 14, 15 en 19 augustus 1994 hebben wij op verschillende tijdstippen postgevat in de onmiddellijke nabijheid van perceel
[a-straat 1] te [plaats] teneinde de continuering van het verkopen van harddrugs uit deze shoarmazaak aan te kunnen tonen.
Op 19 augustus 1994 zijn er tussen 19.35 uur en 23.55 uur in totaal 26 personen aangehouden als verdacht van overtreding van artikel 2 van de Opiumwet, een en ander naar aanleiding van de "schepaktie" van personen, die bij perceel [a-straat 1] te [plaats] waren geweest.
Bij de aangehouden verdachten werden in totaal 31,4 gram op heroïne gelijkende substantie en 16,2 gram op cocaïne gelijkende substantie aangetroffen. Deze harddrugs zijn door mij, verbalisant [verbalisant 4] , inbeslaggenomen. De kleurreactietesten betreffende de inbeslaggenomen verdovende middelen waren positief.
Wij, verbalisanten, merken op dat het aantal "geschepten" slechts een magere afspiegeling was van de aanloop van klanten bij de shoarmazaak aan de [a-straat 1] . Wij hebben besloten zeer selectief te scheppen teneinde geen argwaan te wekken.
Op 20 augustus 1994 is er op last van de rechter-commissaris een aanvang gemaakt met een huiszoeking in perceel [b-straat 1] te [plaats] . Hierbij werden een groot aantal goederen aangetroffen en inbeslaggenomen waaronder ruim 2 kilo op heroïne en cocaïne gelijkende substanties.
6. De uitgewerkte observatierapporten, welke als bijlagen zijn gevoegd op de bladzijden 107 tot en met 138 bij het onder 5 genoemde ambtsedig proces-verbaal nr 9645/94. Deze houden onder meer in -zakelijk weergegeven -:
Als gegevens omtrent aanloop verslaafden:
GEGEVENS OMTRENT AANLOOP VERSLAAFDEN EN AANGETROFFEN HOEVEELHEDEN VERDOVENDE MIDDELEN ZOALS WEERGEGEVEN IN PROCES-VERBAAL 9645/1994.
Vrijdag 19/08/1994 zijn 12 verslaafden aangehouden die in het bezit waren van verdovende middelen. In totaal betrof het
7. Een lijst van inbeslaggenomen goederen, als bijlage I gevoegd bij het onder 5 genoemde ambtsedig proces-verbaal nr 9645/94. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:
Onder meer werden de volgende goederen aangetroffen tijdens de huiszoeking in perceel [b-straat 1] te [plaats] :
-1 blokje van ongeveer 20 gram hasj (blz 166);
-brokje hasj met een gewicht van 40 gram (blz 168).
8. Het onder 5 genoemde ambtsedig proces-verbaal. Het houdt onder meer in -zakelijk weergegeven -:
a als de op 22 augustus 1994 tegenover de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 5] afgelegde verklaring van [veroordeelde] als verdachte (blz 43 en 44):
De Marokkaanse jongens die bij mij in de zaak rondhingen, zijn mede aandeelhouders van mijn bedrijf. Ik bedoel hiermee dat zij voor mij mensen volgden en uitzochten of er ergens drugs te stelen viel.
De hash die u heeft aangetroffen is afkomstig van een partij van 16 kilo. Ik kreeg van die partij 3,6 kilo en heb deze verkocht. Een goede gram hasj levert in theehuizen f 22, - op.
b als de op 20 augustus 1994 tegenover de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 3] afgelegde verklaring van [betrokkene 2] (blz 28 e.v. ) :
Ik heb sinds twee jaar een relatie met [veroordeelde] . Ik ken hem ongeveer vijf jaar. Na enige tijd kwam ik er achter dat hij handelde in verdovende middelen.
Ik ben ongeveer drie maanden geleden tezamen met hem in de [b-straat] , [b-straat 1] gaan wonen. Ik kan u vertellen dat [veroordeelde] zich nog steeds bezig houdt met verdovende middelen handel. [veroordeelde] wordt regelmatig opgebeld of via een semafoon opgepiept. Na deze telefoontjes liep hij naar de meterkast, die zich in de gang van onze woning bevindt en waar u gisteren een hoeveelheid verdovende middelen hebt aangetroffen. Ik zag dan dat hij met een sleutel, die alleen hij in zijn bezit had, de meterkast opende en kennelijk een hoeveelheid verdovende middelen uit die kast meenam en hiermee het huis verliet. Deze handeling verrichte hij meermalen per dag.
Ik heb [veroordeelde] regelmatig met plastic zakjes in de woning bezig gezien. Ook heb ik regelmatig gezien dat hij in het bezit was van grote hoeveelheden geld en dat hij bundeltjes bankbiljetten telde.
c. als de op 21 augustus 1994 tegenover de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 3] afgelegde verklaring van [betrokkene 2] (blz 38) :
Ik ben regelmatig in de zaak van [veroordeelde] in de [a-straat ] geweest. Ik merkte dat het er net een soort clubhuis was wanneer ik daar kwam, waar zich behalve [veroordeelde] een groot aantal Marokkaanse jongens ophield. Ik zag dat die zaak regelmatig werd bezocht door verslaafde personen, die de zaak in en uitliepen en dat er druk heen en weer werd gereden met scooters. Kortom ik vermoedde dat er gedeald werd.
d. als de op 14 augustus 1994 tegenover de verbalisant [verbalisant 3] afgelegde verklaring van een als verdachte gehoord persoon N.N. die om veiligheidsredenen anoniem wenste te blijven (blz 26):
Ik wens een verklaring af te leggen omtrent de verdovende middelen die ik koop in de shoarmazaak aan de [a-straat ] . Ik ben reeds jaren verslaafd aan het gebruik van heroïne. Ik gebruik ongeveer 1,5 gram per dag. Ik koop de heroïne in die shoarmazaak bij een zekere [veroordeelde] . Sinds een jaar koop ik daar dagelijks een of tweemaal per dag een gram heroïne. Voor een gram heroïne betaal ik slechts f 50, -. [veroordeelde] heeft zijn voorraad achter de bar liggen, doch heeft die voorraad ook verspreid over een zestal Marokkaanse jongens die voor [veroordeelde] heroïne en cocaïne verkopen.
e. als de op 19 augustus 1994 tegenover de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] afgelegde verklaring van een als verdachte gehoord persoon N.N. die om veiligheidsredenen anoniem wenste te blijven (blz 82) :
Ik ben verslaafd aan heroïne en cocaïne. Ik gebruik dagelijks ongeveer 1 gram cocaïne of heroïne.
Het is mij bekend dat er vanuit perceel [a-straat 1] , een shoarmazaak, welke [B] is genaamd, op grote schaal harddrugs worden verkocht. De uitbater van deze zaak is een Turkse man die [veroordeelde] is genaamd.
Ik heb sinds februari van dit jaar bijna dagelijks cocaïne en heroïne gekocht van [veroordeelde] . Hij bewaart de drugs in zijn woning aan de [b-straat 1] . Het gaat echt om grote hoeveelheden harddrugs. Ik heb van [veroordeelde] al honderden malen cocaïne en heroïne gekocht. In totaal zeker zeven tot acht ons heroïne en cocaïne. Ik heb ook vaak gekocht van een Marokkaanse jongen, die [bijnaam] of [bijnaam] wordt genoemd (ongeveer 50x). Tevens heb ik vaak gekocht (ongeveer 50x) van een Marokkaanse jongen die [betrokkene 1] heet. Hij rijdt op een scooter en brengt in opdracht bestellingen rond voor [veroordeelde] .
en als relaas van bevindingen van genoemde verbalisanten:
Vervolgens hebben wij de verdachte 14 observatiefoto's getoond, welke bij dit proces-verbaal zijn gevoegd. Hij wees ons de nummers 1, 4, en 11 als de dealers, die aan hem hadden verkocht. Noot verbalisanten: Deze foto's betreffen achtereenvolgens; [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [veroordeelde] . Vervolgens hebben wij de verdachte een groot aantal politiefoto's getoond.
Hij wees ons de nummers 1 en 3 aan. Noot verbalisanten: Dit betreft [betrokkene 1] en [betrokkene 3] . Het betreft hier volgens de verdachte achtereenvolgens [betrokkene 1] en [bijnaam] .
f. als de op 21 augustus 1994 tegenover de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 5] afgelegde verklaring van [betrokkene 1] (blz. 41) :
Vlak voordat [betrokkene 4] vast kwam te zitten vroeg hij mij of ik zijn plaats wilde overnemen achter de bar. Dat deed ik en ik werd ingewerkt door [betrokkene 4] . Ik merkte al gauw dat [veroordeelde] aan het dealen was. Hij kreeg bestellingen per telefoon en ging dan zelf de harddrugs bij de klanten brengen. Als er zich verslaafden in het park ophielden, dan moest ik van [veroordeelde] naar het park toe om wat heroïne of cocaïne aan deze junks te verkopen. Het geld moest ik dan afdragen aan [veroordeelde] . Hij verkocht een gram heroïne voor f 30, - en een gram cocaïne voor f 50, -. Als er grotere bestellingen waren, dan ging hij dit zelf verder regelen. Ook andere Marokkaanse jongens. dealden voor [veroordeelde] . Zij kregen 10 of 15 gram van [veroordeelde] , om uit te dealen in de buurt. Ook moest ik wel eens met mijn scooter een geringe hoeveelheid harddrugs wegbrengen van [veroordeelde] . Op 9 augustus 1994 werd ik 's middags aangehouden door de politie. Ik heb toen 15 gram harddrugs weggegooid. Ik had dit vanuit de bar meegenomen, om daar niets onbeheerd achter te laten. Toen ik wegging was [veroordeelde] er namelijk ook niet. Mijn werk voor [veroordeelde] bestond verder uit het beheer van de bar. Ik verdiende f 50,- per dag voor dit werk. Een Marokkaanse jongen met de bijnaam [bijnaam] dealde flink voor [veroordeelde] . Zijn echte naam is [betrokkene 3] . Hij bracht meestal een gram of 10 naar buiten en verkocht dat aan verslaafden die zich in de buurt van de shoarmazaak ophielden of kleine dealers die hem aanspraken. [bijnaam] bevoorraadde ook de dealpanden [c-straat 1] en [d-straat 1] in [plaats] . De harddrugs kreeg hij van [veroordeelde] .
9. De verklaring van de getuige [betrokkene 1] .
Deze getuige heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard -zakelijk weergegeven -:
Ik heb op 21 augustus 1994 tegenover de politie een verklaring afgelegd. Ik heb toen de waarheid gesproken. " [betrokkene 4] " [betrokkene 4] was barjongen in de shoarmazaak aan de [a-straat ] . Hij kwam in de maanden juni en juli 1994 vast te zitten. In die maanden dealde ik voor mijzelf, maar betrok de drugs bij [veroordeelde] .
4.2. Gelet op de hiervoor onder 4.1.2. vermelde bewijsmiddelen, kon het Hof ervan uitgaan dat de observaties representatief waren voor de periode 1 april 1994 tot en met 19 augustus 1994, zodat, anders dan het middel aanvoert, geen sprake is van een ongeoorloofde generalisatie van de resultaten van een steekproef. Het Hof heeft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen ontlenen aan de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen.
4.3. Het middel faalt derhalve.
5. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, dient als volgt te worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Hermans, als voorzitter, en de raadsheren Keijzer, Bleichrodt, Corstens en Aaftink, in bijzijn van de griffier Bogaert, en uitgesproken op 25 maart 1997.