ECLI:NL:HR:1999:AA2803

ECLI:NL:HR:1999:AA2803, Hoge Raad, 09-07-1999, 33819

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-07-1999
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 33819
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:1999:AA2803
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 14 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

-

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 7 oktober 1997 betreffende na te melden navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volks-verzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende, die aanvankelijk in de inkom- stenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1991 was aangeslagen naar een belastbaar inkomen van ƒ 140.947,--, is over dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 148.574,--, zonder verhoging. Deze aanslag is naar aanleiding van het daartegen gemaakte bezwaar door de Inspecteur verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 145.584,--. Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoog- schrift het cassatieberoep bestreden. De Plaatsvervangend Procureur-Generaal Van Soest heeft op 29 januari 1999 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 6 mei 1998, nr. 33415, BNB 1998/221, de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 9 juli 1999 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Van Brunschot, Hammerstein, Van Amersfoort en Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.Conclusie : Nr. 33.819 Mr Van Soest

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl BNB 1999/362 FED 1999/536 met annotatie van M.J.G.A.M. WEEREPAS WFR 1999/962 V-N 1999/32.12 met annotatie van Redactie
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?