26 januari 2000
Derde Kamer
Rek.nr. OK 73
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
DE PROVINCIE ZUID-HOLLAND,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr R.A.A. Duk,
t e g e n
1. DE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE GEMEENTE RIJSWIJK, gevestigd te Rijswijk (ZH),
2. DE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE GEMEENTE LEIDSCHENDAM, gevestigd te Leidschendam,
3. DE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE GEMEENTE NOOTDORP, gevestigd te Nootdorp,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr S.V. Langeveld,
en
4. DE GEMEENTE RIJSWIJK, gevestigd te Rijswijk (ZH),
5. DE GEMEENTE LEIDSCHENDAM, gevestigd te Leidschendam,
6. DE GEMEENTE NOOTDORP, gevestigd te Nootdorp,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr E.D. Vermeulen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 november 1998 waarin is opgenomen een beschikking voorlopige voorzieningen. Het proces-verbaal is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de Provincie - heeft van voormelde beschikking beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift tot cassatie is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders in cassatie - verder respectievelijk te noemen: de ondernemingsraden en de gemeenten - hebben verweer gevoerd.
De Provincie en de ondernemingsraden hebben de zaak mondeling doen toelichten door hun advocaten en de gemeenten door mr N.S.J. Koeman, advocaat te Amsterdam.
De Advocaat-Generaal in buitengewone dienst Moltmaker heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk-verklaring van de Provincie in haar cassatieverzoek
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Nu de Hoge Raad in zijn beschikking van heden de beschikking van de Ondernemingskamer van 28 januari 1999 in de hoofdzaak vernietigt en de verzoeken van de ondernemingsraden afwijst, heeft de Provincie geen belang meer bij haar beroep in cassatie. De Provincie zal derhalve in haar beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard worden.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de Provincie niet-ontvanke-lijk in haar beroep in cassatie.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van Brunschot, Hammerstein, Van Amersfoort en Lourens, en door de vice-president Korthals Altes in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2000.