17 maart 2000
Eerste Kamer
Nr. C98/226HR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [huurder 1],
2. [huurder 2],
beiden wonende te [woonplaats], België,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr J.K. Franx,
t e g e n
de stichting STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [huurders] - hebben bij exploit van 10 september 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: BPFK - op verkorte termijn gedagvaard voor de Kantonrechter te Bergen op Zoom en gevorderd bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat op BPFK jegens [huurders] de verplichtingen en aansprakelijkheden voor de door Krijtenburg Dienstverlening aan [huurders] geleverde service en daarvoor in rekening gebrachte prijzen rust, welke de Huurprijzenwet legt op de ‘verhuurder’ als in die wet bedoeld.
BPFK heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 26 februari 1997 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [huurders] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Breda.
Bij vonnis van 24 maart 1998 heeft de Rechtbank het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank hebben [huurders] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
BPFK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [huurders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BPFK begroot op ƒ 597,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Mijnssen als voorzitter en de raadsheren Heemskerk, Van der Putt-Lauwers, Fleers en De Savornin Lohman, en in
het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 17 maart 2000.