ECLI:NL:HR:2000:AA5173

ECLI:NL:HR:2000:AA5173, Hoge Raad, 17-03-2000, R99/147HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 17-03-2000
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R99/147HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2000:AA5173
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 23 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

-

Uitspraak

17 maart 2000

Eerste Kamer

Rek.nr. R99/147HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr M.H. van der Woude,

t e g e n

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 22 december 1997 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en primair verzocht de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 juni 1996 in dier voege te wijzigen dat de door hem te betalen bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw -, die door het Gerechtshof is bepaald op ƒ 1.000,-- per maand, met ingang van 1 januari 1997, althans op een in goede justitie te bepalen datum, op nihil wordt gesteld. Tevens heeft de man subsidiair verzocht, voor zover er nog een verplichting tot betaling van een onderhoudsbijdrage op hem zou rusten, om deze verplichting te limiteren tot 1 april 2003, zijnde de datum waarop de vrouw de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

De vrouw heeft beide verzoeken van de man bestreden.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 30 september 1998 met wijziging van voormelde beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 juni 1996 het primaire verzoek van de man toegewezen, zij het met ingang van 30 september 1998.

Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 17 juni 1999 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank waarvan beroep vernietigd en het inleidend verzoek van de man alsnog afgewezen.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft in cassatie geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot vernietiging van de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 juni 1999 en tot verwijzing van de zaak ter verdere behandeling en beslissing.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Partijen zijn in 1983 gehuwd. De Rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 6 december 1995 echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Zij heeft bij die beschikking de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw bepaald op ƒ 850,-- per maand.

In hoger beroep heeft het Gerechtshof te Amsterdam deze bijdrage bij beschikking van 13 juni 1996 bepaald op ƒ 1.000,-- per maand, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Bij deze beslissing is het hof ervan uitgegaan dat de vrouw een lijfrente alsmede een pensioen ten bedrage van onderscheidenlijk ƒ 7.904,-- en ƒ 2.275,-- ontving en dat zij voorts op basis van een rente van 5% per jaar ƒ 6.237,-- zou ontvangen uit effecten ter waarde van ƒ 124.744,-- alsmede ƒ 6.250,-- uit een bedrag van ƒ 125.000,-- dat zou resteren na verkoop van haar woning en aankoop van een goedkopere woning, en tenslotte “enige - zij het geringe - inkomsten” zou kunnen verwerven uit de op ƒ 100.000,-- gestelde opbrengst van een stuk grond in Libanon waarvan zij voor een derde deel mede-eigenaar was.

3.2 In het onderhavige geding heeft de man verzocht deze beschikking te wijzigen en de bijdrage te bepalen op nihil met ingang van 1 januari 1997, op de grond dat het gerechtshof is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. Hij stelde daartoe onder meer dat het bedrag dat na aankoop van de nieuwe woning voor de vrouw resteerde niet ƒ 125.000,-- beliep maar ƒ 305.000,-- zodat zij na aftrek van de overdrachtskosten, de kosten van herinrichting en aanschaf van een andere auto de beschikking had over ƒ 227.000,--.

De Rechtbank heeft de beschikking van het gerechtshof gewijzigd in die zin dat zij de door de man te betalen bijdrage met ingang van 30 september 1998 op nihil heeft gesteld. Deze beslissing is ten aanzien van de lijfrente, het pensioen en het rentepercentage gebaseerd op dezelfde gegevens als waarvan het gerechtshof is uitgegaan in zijn beschikking van 13 juni 1996. De Rechtbank begrootte het totale vermogen van de vrouw (effecten en “restantbedrag”) per 1 januari 1997 op ƒ 332.819,--, welk vermogen naar het oordeel van de Rechtbank een inkomen van ƒ 16.640,95 per jaar zou kunnen opleveren. Daarnaast ging de Rechtbank ervan uit dat de grond in Libanon voor een bedrag tussen ƒ 100.000,-- en ƒ 150.000,-- verkocht zou kunnen worden en dat de vrouw uit haar deel van de opbrengst gemiddeld een inkomen van ƒ 2.000,-- per jaar zou kunnen ontvangen. Uitgaven die bleken “uit de opsomming van het verloop van haar vermogen” - de Rechtbank doelt hier kennelijk op de door de vrouw bij verweerschrift overgelegde opgave van haar accountant welke onder meer inhield dat in 1996 sprake was geweest van “disposities” tot een bedrag van ƒ 47.823,-- - heeft de Rechtbank buiten beschouwing gelaten “nu de noodzaak daarvan onvoldoende is aangetoond” en “niet eens is gebleken of gesteld waarvoor deze uitgaven waren bestemd.”

3.3 In hoger beroep heeft de vrouw onder meer aangevoerd (grieven I en III), dat de Rechtbank ten onrechte is uitgegaan van haar vermogen per 1 januari 1997: naar de opvatting van de vrouw had de Rechtbank behoren uit te gaan van haar vermogen per 1 januari 1998, zoals dat blijkt uit haar aangifte Vermogensbelasting 1998, en derhalve van ƒ 258.867,--. Daarnaast heeft de vrouw betoogd dat verkoop van de grond in Libanon vooralsnog niet mogelijk is.

De man daarentegen heeft zich op het standpunt gesteld, dat zelfs volgens de eigen stellingen van de vrouw haar vermogen per 1 januari 1997 ƒ 398.672,-- zou moeten bedragen, en heeft volhard bij zijn stelling dat het vermogen van de vrouw, dat volgens de door haar overgelegde aangifte Vermogensbelasting per 1 januari 1999 ƒ 263.083,-- bedroeg, zonder objectieve noodzaak is verminderd, zodat met die vermindering bij de vaststelling van de behoefte van de vrouw geen rekening mag worden gehouden.

Het Hof heeft de beschikking van de Rechtbank vernietigd en het inleidend verzoek van de man afgewezen. Het Hof was van oordeel dat, in aanmerking genomen onder meer dat het vermogen van de vrouw op 1 januari 1999 ƒ 263.083,-- bedroeg en dat aannemelijk was dat de grond in Libanon niet op een redelijke termijn verkocht zou kunnen worden, de op 13 juni 1996 bepaalde bijdrage nog steeds in overeenstemming was met de wettelijke maatstaven.

3.4 Het middel bestrijdt dit oordeel met een aantal motiveringsklachten. De klachten a, c, d, e en f kunnen gezamenlijk worden behandeld voor zover zij erop neerkomen, dat het Hof ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan de zowel voor de Rechtbank als voor het Hof aangevoerde en gemotiveerde stelling van de man dat het vermogen van de vrouw blijkens door haar zelf verstrekte gegevens per 1 januari 1997 een niet verklaarde vermindering ten bedrage van ƒ 52.194,-- heeft ondergaan, met welke vermindering bij de vaststelling van de behoefte van de vrouw geen rekening mag worden gehouden.

In de beschikking van het Hof wordt op deze als essentieel aan te merken stelling inderdaad niet rechtstreeks ingegaan. Wel heeft het Hof geoordeeld dat de vrouw voldoende inzicht heeft gegeven in de ontwikkeling van haar vermogen, aan welk oordeel het Hof ten grondslag heeft gelegd dat de waarde van aandelen en obligaties nu eenmaal pleegt te fluctueren, zodat aan de waarde-opgaven in de opeenvolgende door de vrouw overgelegde aangiften Vermogensbelasting niet die overwegende betekenis mag worden toegekend die de man bepleit, alsmede dat begrijpelijk is dat de vrouw een defensief beleggingsbeleid voert (rov. 3.3). Deze overweging behelst echter niet een begrijpelijk antwoord op de hier aan de orde zijnde stelling van de man. In de eerste plaats omdat de man zich voor het Hof juist erop heeft beroepen dat de door hem bedoelde - aanzienlijke - vermogensvermindering zich heeft voorgedaan in een jaar, 1996, waarin de waarde van het effectenbezit van de vrouw blijkens de door haar bij verweerschrift in eerste aanleg overgelegde opgave van haar accountant juist is gestegen, en voorts omdat niet valt in te zien welke verklaring voor die vermindering gelegen zou kunnen zijn in het voeren van een defensief beleggingsbeleid. Het Hof is dan ook in zijn motiveringsplicht tekortgeschoten door hetzij aan de hiervoor vermelde stelling van de man voorbij te gaan, hetzij die stelling zonder begrijpelijke redengeving te verwerpen. In zoverre zijn de klachten derhalve gegrond.

3.5 De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 juni 1999;

verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Herrmann, als voorzitter, Van der Putt-Lauwers en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 17 maart 2000.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2000, 156 NJ 2000, 333 RvdW 2000, 77 EB 2000, 33
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?