28 april 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/041HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr G. Janssen,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 juli 1997 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie B verder te noemen: de man - zich gewend tot de Rechtbank te Haarlem en verzocht de beschikking van de Rechtbank te Alkmaar van 9 december 1993, welke door het Gerechtshof te Amsterdam bij be-schikking van 16 juni 1994 is bekrachtigd, in dier voege te wijzigen dat de door de man verschuldigde bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van verweerster in cas-satie B verder te noemen: de vrouw B met ingang van 1 mei 1997 wordt gesteld op nihil, althans op een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum als de Rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.
DDe vrouw heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.
DDe Rechtbank heeft bij beschikking van 31 maart 1998 de beschikking van de Rechtbank te Alkmaar van 9 december 1993 in dier voege gewijzigd dat de man aan de vrouw met ingang van 18 juli 1997 een uitkering tot le-vensonderhoud dient te betalen van / 1.955,-- per maand en het meer of anders verzochte afgewezen.
TTegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
BBij beschikking van 24 december 1998 heeft het Hof de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep verklaard. De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
DDe vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
DDe conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- Van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-Van Gent.
4. Beslissing
DDe Hoge Raad verwerpt het beroep.
DDeze beschikking is gegeven door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raadsheren P. Neleman, W.H. Heemskerk, R. Herrmann en J.B. Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 28 april 2000.