Nr. 1282
4 oktober 2000
in de zaak van
1. [Eiseres 1], gevestigd te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,
2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats],
3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats],
4. [Eiser 4], wonende te [woonplaats],
eisers tot cassatie,
advocaat: Mr. C.M.E. Verhaegh,
tegen
De Provincie Noord-Holland, zetelende te Haarlem
verweerster in cassatie,
advocaat: Mr. H.A. Groen.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. Nadat de Arrondissementsrechtbank te Haarlem (hierna: de Rechtbank) bij beschikking van 2 maart 1999 op daartoe strekkend verzoek van de Provincie Noord-Holland (hierna: de Provincie) op de voet van artikel 54a van de Onteigeningswet een rechter-commissaris en een drietal deskundigen had benoemd, heeft de Provincie bij exploit van 6 mei 1999 de Staat der Nederlanden doen dagvaarden voor de Rechtbank en ten behoeve van de aanleg van de provinciale weg N22, gedeelte N207- N201, met bijkomende werken in de gemeente Haarlemmermeer gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten algemene nutte en ten name van de Provincie van een in de dagvaarding nader omschreven onroerende zaak, waarvan de Staat der Nederlanden is aangewezen als eigenaar, en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 19 oktober 1999 heeft de Rechtbank eisers tot cassatie toegelaten als tussenkomende partij, de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken, de aan de Staat toekomende schadeloosstelling bepaald op f. 240.000,00 en het voorschot op de schadeloosstelling voor eisers in cassatie op f. 464.500,00 en voorts een dag voor de nederlegging van het deskundigenrapport bepaald. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. Eisers tot cassatie hebben het vonnis bestreden met een uit drie onderdelen bestaand middel van cassatie. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun voornoemde advocaten.
2.4. De Advocaat-Generaal Ilsink heeft op 24 mei 2000 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op f 728,65 aan verschotten en op
f. 3.000,00 voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren J.L.M. Urlings, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en L. Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2000.