24 november 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/178HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
ENNOVISION INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Vreeland,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Westendorp,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instantie
Met een op 18 mei 1999 ter griffie van het Kantongerecht te Utrecht ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - […] - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht de huurprijs van de woonruimte gelegen aan het [adres] te [woonplaats] vast te stellen op ƒ 9.000,-- per maand met ingang van 1 juli 1998.
Verzoekster tot cassatie - verder te noemen: Ennovision - heeft het verzoek bestreden en (voorwaardelijk) in reconventie verzocht de huurprijs vast te stellen op ƒ 2.216,90 per maand.
De Kantonrechter heeft bij tussenbeschikking van 16 augustus 1999 partijen in de gelegenheid gesteld zich binnen vier weken na datum uitspraak uit te laten omtrent de te benoemen deskundige(n) en voorts iedere verdere beslissing aangehouden.
De tussenbeschikking van de Kantonrechter is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de tussenbeschikking van de Kantonrechter heeft Ennovision beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft primair verzocht Ennovision niet-ontvankelijk te verklaren, subsidiair het beroep te verwerpen.
Op het niet-ontvankelijkheidsverweer van [verweerder] heeft Ennovision een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling- van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent dient Ennovision in haar beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart Ennovision niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt Ennovision in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 2.500,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers
en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 24 november 2000.