22 december 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/011HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Biemond,
t e g e n
DE GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE, gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 23 januari 1998 gedateerd verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot de Kantonrechter te 's-Gravenhage en verzocht te bepalen dat verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - en zijn (toenmalige) echtgenote [betrokkene A] een bedrag van ƒ 12.339,46 schuldig zijn en dat dit bedrag terstond en in het geheel opeisbaar zal zijn indien zij de gemaakte en/of te maken aflossingsregeling niet nakomen.
Na mondelinge behandeling ter terechtzitting van 25 februari 1998, bij welke gelegenheid [verzoeker] het verzoek heeft bestreden, heeft de Kantonrechter bij beschikking van 25 februari 1998 het verzoek toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te ’s-Gravenhage.
Bij beschikking van 13 december 1999 heeft de Rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 22 december 2000.