ECLI:NL:HR:2001:AA9902

ECLI:NL:HR:2001:AA9902, Hoge Raad, 09-02-2001, R00/131HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-02-2001
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R00/131HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2001:AA9902
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

-

Uitspraak

9 februari 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/131HR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr D. Poot.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Rechtbank te Utrecht heeft bij vonnis van 6 april 1999 ten aanzien van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

[Verzoeker] heeft de rechter-commissaris in deze Rechtbank verzocht om de tot 1 juli 2000 maandelijks ten behoeve van de boedelrekening ingehouden bedragen aan [verzoeker] te restitueren.

Dit verzoek heeft de rechter-commissaris op 30 augustus 2000 afgewezen.

Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] met een op 1 september 2000 ter griffie van de Rechtbank te Utrecht hoger beroep ingesteld.

[Verzoeker] is, hoewel ter zake behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting van de Rechtbank verschenen.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 13 september 2000 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

3.1 Wat betrteft de feiten en het verloop van de procedure verwijst de Hoge Raad naar punt 1 van de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer.

3.2 De Rechtbank heeft - in cassatie onbestreden - geoordeeld dat [verzoeker] met zijn beroepschrift heeft beoogd hoger beroep in te stellen tegen een beschikking die de rechter-commissaris op 31 augustus 2000 zou hebben genomen overeenkomstig art. 295 lid 3 F. Vervolgens heeft de Rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep op de grond dat ingevolge art. 315 lid 2 F. geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen, onder meer, de beschikkingen bedoeld in art. 295 lid 3 F.

3.3 Het in 3.2 overwogene brengt mee dat [verzoeker] op grond van het bepaalde in art. 360 F. niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 9 februari 2001.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2001, 106 JWB 2001/53
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?