Nr. 1316
5 oktober 2001
FA
in de zaak van
[Eiser], wonende te [woonplaats],
eiser tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
tegen
de Gemeente Rotterdam, zetelende te Rotterdam,
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. J.G. de Vries Robbé,
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. De Gemeente Rotterdam heeft bij exploit van 12 mei 2000 [eiser] doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam en ten behoeve van de uitvoering van het bouwplan "Insulindeplein" gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van het perceel kadastraal bekend gemeente Rotterdam, sectie [...], nummer [...], ter grootte van 0.01.23 ha, plaatselijk bekend als [a-straat 1] en bepaling van het voorschot op het bedrag van de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 9 november 2000 heeft de Rechtbank de gevorderde onteigening uitgesproken en het voorschot op de schadeloosstelling bepaald op f 33.825. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. [Eiser] heeft het vonnis van 9 november 2000 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten.
2.4. [Eiser] heeft gerepliceerd. De Gemeente heeft gedupliceerd.
2.5. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 23 mei 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.6. De Gemeente heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op f 632,20 aan verschotten en op f 3.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren D.H. Beukenhorst en P.J. van Amersfoort en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2001.