ECLI:NL:HR:2002:AD6240

ECLI:NL:HR:2002:AD6240, Hoge Raad, 12-02-2002, 03781/00 P

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-02-2002
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 03781/00 P
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2002:AD6240
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

-

Uitspraak

12 februari 2002

Strafkamer

nr. 03781/00 P

SO/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 september 2000, nummer 20/001822-99, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[de betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een beslissing van de Arrondissementsrechtbank te

Maastricht van 15 december 1998 - de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van ƒ 553.042,02, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 527.325,48, te rekenen vanaf

1 januari 1998, tot de dag dat dit arrest onherroepelijk zal zijn geworden, subsidiair 50 maanden hechtenis.

1.2. De bestreden uitspraak alsmede de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede lid, in verbinding met art. 511e, eerste lid, Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

2.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

3. Beoordeling van het derde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het eerste middel

4.1. Het middel klaagt dat uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan blijken dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de wisseltransacties waarbij het grenswisselkantoor [...] betrokken was, zodat de uitspraak niet naar de eis van de wet met redenen is omkleed.

4.2. Het Hof heeft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontleend aan de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de aan dit arrest gehechte aanvulling op de bestreden uitspraak.

4.3. Het als eerste bewijsmiddel gebezigde schriftelijke bescheid houdt onder meer in dat op verzoek van de

Officier van Justitie door de adjunct-accountant L.H.M. Geerlings een financieel onderzoek is ingesteld naar de documenten en bescheiden van de betrokkene en dat de doelstelling van dat onderzoek is geweest om na te gaan of en in hoeverre de betrokkene voordeel heeft genoten door aan- en verkopen van valuta's door Wisselkantoor [...] bij de Aachener Bank niet in de administratie van het Wisselkantoor te verantwoorden.

Dat bewijsmiddel houdt voorts als bevinding van genoemde Geerlings in dat het voordeel dat door Wisselkantoor [...] minimaal zou zijn gerealiseerd ƒ 553.042,02 bedraagt.

Aan de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen kan echter niet worden ontleend dat het de betrokkene is geweest die dat door het Hof geschatte bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, terwijl de bestreden uitspraak ook overigens niets behelst waaruit zulks kan worden afgeleid.

De bestreden uitspraak is daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed, zodat zij niet in stand kan blijven.

4.4. Het middel is dus terecht voorgesteld.

5.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak;

Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en A.M.J. van Buchem-Spapens, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 12 februari 2002.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?