1 maart 2002
Eerste Kamer
Nr. R01/117HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ ONDERNEMINGEN GORINCHEM, kantoorhoudende te Gorinchem,
2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. Mr. Wilhelmus Henricus Bernardus Maria LITJENS Q.Q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Binair Nederland B.V., wonende te Nijmegen,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R. Mellenbergh.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 6 maart 2001 gedateerd verzoekschrift hebben verweerders in cassatie sub 1 en 2 - verder afzonderlijk te noemen: [verweerder 2] resp. mr. Litjens - zich gewend tot de Rechtbank te Arnhem en verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - in staat van faillissement te verklaren.
[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.
Ter terechtzitting van 16 mei 2001 heeft verweerder in cassatie sub 1 - verder te noemen: de Ontvanger - zich laten vertegenwoordigen in deze procedure.
Na mondelinge behandeling op 22 augustus 2001 heeft de Rechtbank bij vonnis van dezelfde datum [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling op 20 september 2001 heeft het Hof bij arrest van 27 september 2001 heeft het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 maart 2002.