13 september 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/347HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. T.H. Tanja-van den Broek,
t e g e n
1. STICHTING VAKANTIEFONDS VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZET-BEDRIJF, gevestigd te Rijswijk,
2. STICHTING RISICOFONDS VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZET-BEDRIJF, gevestigd te Rijswijk,
3. STICHTING VERVROEGDE UITTREDING VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF, gevestigd te Rijswijk,
4. STICHTING SCHOLINGS- EN WERKERVARINGS-FONDSSCHILDERSBEDRIJF, gevestigd te Rijswijk,
5. STICHTING AANVULLINGSFONDS WERKNEMERS-VERZEKERING EN VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF, gevestigd te Rijswijk,
6. STICHTING AANVULLINGSFONDS WW VOOR DE BOUWNIJVERHEID, gevestigd te Amsterdam,
7. STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF, gevestigd te Rijswijk,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweersters in cassatie - verder te noemen: de Stichtingen - hebben bij exploit van 4 september 1998 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Kantonrechter te Gouda en gevorderd bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat:
1. de Landelijke CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland, zoals die vanaf 1 augustus 1997 heeft gegolden en thans geldt, van toepassing is op [eiseres];
2. de voor de bedrijfstak verplicht gestelde pensioenregeling met de uitvoering waarvan het Bedrijfspensioenfonds SFS belast is, van toepassing is op [eiseres].
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 1 juli 1999 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage.
Bij vonnis van 6 september 2000 heeft de Rechtbank het vonnis van de Kantonrechter waarvan beroep bekrachtigd.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichtingen hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Stichtingen mede door mr. A.J. Swelheim, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, H.A.M. Aaftink, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 september 2002.