ECLI:NL:HR:2002:AE9254

ECLI:NL:HR:2002:AE9254, Hoge Raad, 06-12-2002, C01/108HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 06-12-2002
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C01/108HR
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9254
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0004608

Samenvatting

-

Uitspraak

6 december 2002

Eerste Kamer

Nr. C01/108HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.H. van der Woude,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

2. [Verweerder 2],

beiden wonende te [woonplaats], Canada,

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen: het echtpaar [...] - hebben bij exploit van 18 oktober 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: [eiser] - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Groningen en gevorderd [eiser] te veroordelen om binnen één dag na betekening van het te dezen te wijzen vonnis in kort geding [het] minderjarige [kind] af te geven aan het echtpaar [...], of, indien zulks niet aanstonds mogelijk is, aan een door het echtpaar [...] aan te wijzen vertegenwoordiger, althans aan een voogdij-instelling als bedoeld in art. 60 van de Wet op de jeugdhulpverlening, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 25.000,-- voor iedere dag dat [eiser], nadat één dag na voormelde betekening is verstreken in gebreke blijft aan het te dezen te wijzen te voldoen.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds in reconventie gevorderd:

- primair het echtpaar [...] op straffe van een dwangsom van ƒ 100.000,-- te verbieden de beschikking van de rechtbank te Groningen van 28 september 1999 ten uitvoer te brengen, onder bepaling dat [het kind] verblijfplaats zal kunnen hebben bij [eiser]; en

- subsidiair de tenuitvoerlegging van voormelde beschikking op te schorten totdat onherroepelijk is beslist over het gezag van [het kind].

De President heeft bij vonnis van 4 november 1999 in conventie [eiser] veroordeeld om binnen één dag na betekening van dit vonnis de bij beschikking d.d. 28 september 1999 van deze rechtbank bevolen afgifte van [het kind] aan het echtpaar [...], of indien dit niet mogelijk is aan een door het echtpaar [...] aan te wijzen vertegenwoordiger dan wel aan een voogdij-instelling als bedoeld in art. 60 van de Wet op de jeugdhulpverlening, na te komen en voorts [eiser] veroordeeld tot betaling aan het echtpaar [...] van een dwangsom groot ƒ 5.000,-- voor iedere dag dat niet aan voormelde veroordeling wordt voldaan, met dien verstande dat maximaal ƒ 500.000,-- aan dwangsommen verbeurd zal kunnen worden. De President heeft voorts de in reconventie gevraagde voorzieningen geweigerd en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.

Bij arrest van 13 december 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen het echtpaar [...] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 6 december 2002.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2002, 668 JWB 2002/460
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?