ECLI:NL:HR:2003:AF4161

ECLI:NL:HR:2003:AF4161, Hoge Raad, 01-04-2003, 01738/02 P

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-04-2003
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 01738/02 P
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2003:AF4161
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 5 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

1 april 2003 Strafkamer nr. 01738/02 P EdK/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 augustus 2001, nummer 21/000649-00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting "Norgerhaven Unit 1" te Veenhuizen. 1. De bestreden uitspraak ...

Uitspraak

1 april 2003

Strafkamer

nr. 01738/02 P

EdK/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 augustus 2001, nummer 21/000649-00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting "Norgerhaven Unit 1" te Veenhuizen.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een beslissing van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem van 5 januari 2000 - de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van ƒ 1.762.750,-, subsidiair 72 maanden hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. A. Moszkowicz, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het vierde middel

3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd het verzoek van de verdediging om uitstel van de behandeling van de zaak teneinde tot een schikking met het Openbaar Ministerie te komen, heeft afgewezen.

3.2. Het Hof heeft de afwijzing van het in het middel bedoelde verzoek bij tussenarrest van 22 maart 2002 als volgt gemotiveerd:

"Voorts wijst het hof af het verzoek van de verdediging strekkende tot het verkrijgen van uitstel om tot een schikking te kunnen komen, nu - mede gelet op het bepaalde in artikel 511g van het Wetboek van Strafvordering - artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering niet van overeenkomstige toepassing is en een schikking derhalve niet op de wet zou zijn gebaseerd. In ieder geval wordt vertraging van de afdoening van deze zaak daardoor niet gerechtvaardigd."

3.3. Art. 511c Sv, waarin is bepaald, kort gezegd, dat de officier van justitie, zolang het onderzoek op de terechtzitting niet is gesloten, met de verdachte of veroordeelde een schriftelijke schikking kan aangaan tot betaling van een geldbedrag aan de Staat of tot overdracht van voorwerpen ter gehele of gedeeltelijke ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, is blijkens art. 511g Sv niet van overeenkomstige toepassing verklaard op de behandeling van de ontnemingsvordering in hoger beroep. Het dienovereenkomstige oordeel van het Hof is mitsdien juist en draagt de afwijzing van het in het middel bedoelde verzoek zelfstandig.

3.4. Het middel is dus tevergeefs voorgesteld.

4. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 1 april 2003.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 2003, 348 JOW 2003, 24 NbSr 2003/186
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?