ECLI:NL:HR:2003:AF4520

ECLI:NL:HR:2003:AF4520, Hoge Raad, 14-02-2003, 37679

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-02-2003
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 37679
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0007119

Samenvatting

-

Uitspraak

Nr. 37.679

14 februari 2003

cl

gewezen op het beroep in cassatie van Stichting X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 september 2001, nr. BK-00/01633, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ).

1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 2.711.000.

Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Goedereede bij uitspraak de beschikking gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd en de beschikking in dier voege gewijzigd dat de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op ƒ 2.431.804 en dat deze waarde geldt per 1 januari 1998. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goedereede heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende heeft het eeuwigdurend recht van erfpacht met opstalrecht van 59 percelen grond met een totale oppervlakte van 68.836 m2, tezamen vormend het recreatiepark "X". Belanghebbende heeft 56 van deze percelen, met een totale oppervlakte van 3032 m2, uitgegeven in ondererfpacht met opstalrecht aan eigenaren van op die percelen gestichte vakantiewoningen (welke percelen met vakantiewoningen hierna kortweg worden aangeduid als: de recreatiewoningen). De ondererfpachters hebben krachtens het recht van ondererfpacht en opstal het exclusieve gebruiksrecht van de aan hen in ondererfpacht uitgegeven percelen. Daarnaast hebben zij een gebruiksrecht van de aan de recreatiewoningen toe te rekenen gronden, en mogen zij gebruik maken van de door belanghebbende in het recreatiepark getroffen voorzieningen, zoals parkeerplaatsen en speelplaatsen.

3.2. Uit het hiervoor overwogene volgt dat belanghebbende genothebbende krachtens beperkt recht is van het recreatiepark voorzover dat niet in ondererfpacht is uitgegeven (hierna aan te duiden als: het terrein) en dat de ondererfpachters genothebbenden krachtens beperkt recht zijn van de recreatiewoningen. Het Hof heeft hieraan het oordeel verbonden dat het terrein en de recreatiewoningen niet tezamen één onroerende zaak kunnen vormen in de zin van artikel 16 van de Wet WOZ.

3.3. Belanghebbende klaagt in de eerste plaats dat het terrein niet voldoet aan de twee vereisten waaraan volgens haar een WOZ-object moet voldoen, te weten dat het object zelfstandig exclusief wordt gebruikt en dat het object een redelijke mate van afsluitbaarheid heeft.

Deze klacht faalt. Omdat het terrein en de recreatiewoningen verschillende genothebbenden krachtens beperkt recht hebben, kan het terrein niet tezamen met de recreatiewoningen één onroerende zaak vormen in de zin van artikel 16 van de Wet WOZ (vgl. HR 20 september 2000, nr. 35444, BNB 2000/361), zodat het terrein niet een gedeelte - in de zin van artikel 16, letter c, van de Wet WOZ - van het recreatiepark kan zijn. Aldus is zonder betekenis of het terrein al dan niet een redelijke mate van afsluitbaarheid ten opzichte van de in ondererfpacht uitgegeven percelen heeft, en dat op het terrein aangebrachte gemeenschappelijke voorzieningen mede worden gebruikt door de genothebbenden krachtens beperkt recht van de recreatiewoningen.

3.4. Belanghebbende klaagt voorts dat de waarde van het terrein moet worden toegerekend aan de recreatiewoningen, omdat het een gemeenschappelijke voorziening voor de recreatiewoningen zou vormen. De Wet WOZ biedt echter geen ruimte voor toerekening van de waarde van een WOZ-object aan een ander WOZ-object. Dat is niet anders indien, zoals in dit geval, het ene WOZ-object (het terrein) mede gebruikt wordt door de genothebbenden krachtens beperkt recht van de andere WOZ-objecten (de recreatiewoningen). Ook deze klacht faalt derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, P.J. van Amersfoort, A.R. Leemreis en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2003.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PW 2003, 21596 Belastingblad 2003/311 BNB 2003/114 met annotatie van W.J.N.M. SNOIJINK FED 2003/128 FED 2003/228 met annotatie van J.A. MONSMA WFR 2003/349 V-N 2003/13.25 met annotatie van Redactie NTFR 2003/390 met annotatie van mr. J.F. Kastelein MRE MRICS RV
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?