ECLI:NL:HR:2003:AI0276

ECLI:NL:HR:2003:AI0276, Hoge Raad, 26-09-2003, C02/129HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 26-09-2003
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C02/129HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2003:AI0276
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0004770 BWBR0004771

Samenvatting

26 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/129HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST HAAGLANDEN, voorheen DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ONDERNEMINGEN RIJSWIJK, mede gevestigd te Rijswijk, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.D.O. Blauw. 1. Het geding in feitelijke instanties

Uitspraak

26 september 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/129HR

JMH/HJH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST HAAGLANDEN, voorheen DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ONDERNEMINGEN RIJSWIJK,

mede gevestigd te Rijswijk,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. H.D.O. Blauw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de ontvanger - heeft bij exploit van 16 januari 1991, zoals hersteld bij rectificatie-exploit van 23 januari 1991, eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en - na vermindering van eis bij antwoordakte na tussenarrest - gevorderd bij vonnis, voorzover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat [eiser] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de loonbelasting- en premieschulden van [betrokkene 1 en A] tot in totaal ƒ 82.224,--, te vermeerderen met de invorderingsrente vanaf 18 november 1990, een en ander met inachtneming van het resultaat van de door [eiser] op de voet van (het destijds geldende) art. 50 Invorderingswet (IW) 1990 aanhangig gemaakte bezwaarschriftprocedure.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 24 maart 1993 partijen bewijslevering opgedragen en bij eindvonnis van 16 oktober 1996 voor recht verklaard dat [eiser] hoofdelijk aansprakelijk is voor de loonbelasting- en premieschulden van [betrokkene 1 en A] als bedoeld in de inleidende dagvaarding onder 4, exclusief de daarin begrepen verhogingen en te vermeerderen met de in art. 28 IW 1990 bedoelde invorderingsrente, te rekenen met ingang van 18 november 1990.

Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij tussenarrest van 19 oktober 2000 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eiser]. Bij eindarrest van 15 november 2001 heeft het Hof het bestreden tussenvonnis bekrachtigd, het bestreden eindvonnis vernietigd, en, opnieuw rechtdoende, de gewijzigde vordering van de ontvanger toegewezen.

Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de ontvanger mede door mr. M. Verwijs, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de ontvanger begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 26 september 2003.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2003, 470 JWB 2003/351
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?