ECLI:NL:HR:2003:AI0864

ECLI:NL:HR:2003:AI0864, Hoge Raad, 19-09-2003, C02/107HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-09-2003
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C02/107HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2003:AI0864
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 18 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001838 BWBR0005289 BWBR0006000

Samenvatting

19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/107HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], handelende onder de naam Mathurawala Exports, wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. W.B. Teunis, t e g e n [verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. I. de Vink. 1. Het geding in feitelijke instanties

Uitspraak

19 september 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/107HR

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], handelende onder de naam [A] Exports,

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. W.B. Teunis,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. I. de Vink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 5 maart 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 154.604,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding en een bedrag van ƒ 10.790,40 met de wettelijke interessen over dit bedrag vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerder] heeft primair de vordering van [eiser] bestreden en subsidiair gevorderd eventuele tussen partijen bestaande overeenkomsten te vernietigen, althans de gevolgen daarvan op grond van art. 3:54 in verbinding met art. 6:248 BW ten voordele van [verweerder] te wijzigen, althans meer subsidiair de gevolgen van eventuele overeenkomsten op grond van art. 6:258 BW ten voordele van [verweerder] te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 6 december 2000 [verweerder] veroordeeld aan [eiser] ƒ 154.604,-- te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 1999 tot aan de dag der voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen het vonnis van 6 december 2000 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 27 december 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 77.302,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 1999 tot de dag van voldoening, dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 941,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 19 september 2003.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2003, 447 JWB 2003/339
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?