12 december 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/216HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MARLUD B.V., gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
[Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Marlud - heeft bij exploot van 4 november 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, [verweerster] te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van deze procedure, een en ander met inbegrip van de kosten verbonden aan de gelegde beslagen.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden en gevorderd Marlud te veroordelen in de kosten van dit geding, met bevel tot opheffing van de door Marlud gelegde beslagen.
Bij conclusie van repliek heeft Marlud de grondslag van haar eis aangevuld.
De rechtbank heeft bij vonnis van 25 februari 2000 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft Marlud hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 4 april 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Marlud beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Marlud heeft bij brief van 23 oktober 2003 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Marlud in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 12 december 2003.