ECLI:NL:HR:2004:AN8150

ECLI:NL:HR:2004:AN8150, Hoge Raad, 28-05-2004, 38996

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 28-05-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 38996
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2004:AN8150
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2002:AL8188
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 4 zaken
20 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0002376 BWBR0003360 BWBR0005537 BWBR0007632 BWBR0007633 CELEX:31968R0804 CELEX:31987R2658 CELEX:31992R2913 CELEX:31993R2454 CELEX:31994R3290 CELEX:31995R1598 CELEX:31997R0082 EU:31968R0804 EU:31987R2658 EU:31992R2913 EU:31993R2454 EU:31994R3290 EU:31995R1598 EU:31997R0082

Samenvatting

Uitlegging door het Hof van een nadere verklaring omtrent het voorwerp van beroep. Een begeleidende brief bij de uitnodigingen tot betaling bevat in dit geval geen zelfstandige beschikking. Geen behandeling door de Hoge Raad van de vraag of tegen een uitnodiging tot betaling van “landbouwheffing” beroep openstaat op het gerechtshof.

Uitspraak

Nr. 38.996

28 mei 2004

EC

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z, vertegenwoordigd door de curator in haar faillissement, tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 december 2002, nrs. 97/90139 DK en 02/4041 DK, betreffende na te melden uitnodigingen tot betaling van invoerrecht, omzetbelasting en landbouwheffingen.

1. Uitnodigingen, bezwaar en geding voor de Tariefcommissie en het Hof

Belanghebbende is op 20 mei 1996 door de Inspecteur onder nummer 120 NAV/96 schriftelijk uitgenodigd tot betaling van bedragen van f 210,50, f 48.193,70 en f 503.406,10 aan respectievelijk invoerrecht, omzetbelasting en landbouwheffingen. Het door belanghebbende daartegen gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur gedeeltelijk toegewezen; aan landbouwheffingen werd een bedrag van f 54.457,20 en aan omzetbelasting een bedrag van f 5305,90 teruggegeven.

Belanghebbende is tegen de uitspraak op haar bezwaar in beroep gekomen bij de Tariefcommissie.

Het Hof, met ingang van 1 januari 2002 in de plaats getreden van de Tariefcommisssie, heeft het beroep in de zaak met nummer 97/90139 DK gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd voorzover deze betrekking heeft op douanerechten, belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep, voorzover het is gericht tegen de brief van de Inspecteur van 20 mei 1996 welke de uitnodigingen tot betaling vergezelde, de uitnodiging tot betaling van f 210,50 aan douanerechten verminderd tot nihil, en het beroep in de zaak met nummer 02/4041 DK (omzetbelasting) niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 6 oktober 2003 geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Hof.

3. Beoordeling van de middelen

3.1. De middelen 2 en 3 gaan ervan uit dat de begeleidende brief bij de uitnodigingen tot betaling naast die uitnodigingen nog een andere beschikking inhoudt.

De middelen falen, aangezien de vermelding in die brief van de uitkomst van de inventarisatie door de douane van de in het desbetreffende douane-entrepot aanwezige goederen kennelijk slechts ertoe strekte de feitelijke grondslag voor de uitnodigingen tot betaling aan te geven. Die vermelding maakt derhalve deel uit van de uitnodigingen en gaat daarin op.

3.2. Middel 1 komt met een motiveringsklacht op tegen het oordeel van het Hof dat het bij de Tariefcommissie ingestelde beroep niet is gericht tegen de uitspraak van de Inspecteur, voorzover daarbij de uitnodiging tot betaling met betrekking tot landbouwheffingen is gehandhaafd.

De klacht faalt. Het Hof heeft zijn oordeel gegrond op een na de indiening van het beroepschrift - hetwelk volgens het Hof naar zijn bewoordingen wel mede strekte tot vernietiging van de uitnodiging tot betaling met betrekking tot landbouwheffingen - door belanghebbende gedane uitlating. De uitlegging die het Hof met zijn bestreden oordeel aan deze uitlating, door hem weergegeven in rechtsoverweging 6.1.2 van zijn uitspraak, heeft gegeven, is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

3.3. Gelet op het hiervoor in 3.2 overwogene behoeft middel 4 geen behandeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet, P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl BNB 2004/291 met annotatie van G.J. van Slooten FED 2004/314 WFR 2004/883 V-N 2004/29.5 met annotatie van Redactie NTFR 2004/867 met annotatie van mr. W.J. Benning
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?