ECLI:NL:HR:2004:AO1429

ECLI:NL:HR:2004:AO1429, Hoge Raad, 19-03-2004, C02/338HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-03-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C02/338HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2004:AO1429
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001937 BWBR0004045

Samenvatting

19 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/338HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P.S.M. van den Enden. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Uitspraak

19 maart 2004

Eerste Kamer

Nr. C02/338HR

JMH/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. P.S.M. van den Enden.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 25 november 1997 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de kantonrechter te Delft en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [verweerster] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van (a) ƒ 6.917,04 bruto terzake achterstallig salaris over de periode 1 van het jaar 1996 tot en met periode 3 van het jaar 1997 en (b) ƒ 2.993,99 terzake achterstallige vakantie-rechtwaarden als bedoeld in hoofdstuk 8 van de CAO voor het Bouwbedrijf;

II. te verklaren voor recht dat [eiser] in dienst is als timmerman 1 als bedoeld in de CAO voor het Bouwbedrijf, zodat hij ook vanaf periode 4 van het jaar 1997 tot het rechtsgeldig einde der dienstbetrekking als zodanig beloond dient te worden door [verweerster] in plaats van een beloning als timmerman 2;

III. [verweerster] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van 10% van de gevorderde bedragen onder I (a) en I (b) terzake wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente te rekenen vanaf 1 mei 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.

[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 4 juni 1998 [eiser] in de gelegenheid gesteld de geldende CAO in het geding te brengen en bij eindvonnis van 16 juli 1998 de vordering afgewezen.

Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage.

Bij tussenvonnis van 8 december 1999 heeft de rechtbank [eiser] toegelaten het in rov. 5.4 van dit vonnis bedoelde bewijs te leveren. Na enquête en contra-enquête heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 5 september 2001 [eiser] toegelaten het in rov. 10 en 11 bedoelde (nadere) bewijs te leveren door het doen horen van de genoemde getuige. Na op 2 oktober 2001 gehouden getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 12 juni 2002 [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter te Delft van 4 juni 1998, het vonnis van die kantonrechter van 16 juli 1998 vernietigd voorzover daarbij het door [eiser] gevorderde bedrag van ƒ 1.392,01 ter zake van aanvullende vakantierechten over de periode van 7 oktober 1996 tot en met 27 december 1996 is afgewezen. Opnieuw rechtdoende heeft de rechtbank [verweerster] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 631,67, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10%, alsmede de wettelijke rente vanaf 1 mei 1997 tot de dag der algehele voldoening, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het vonnis van 16 juli 1998 voor het overige bekrachtigd.

De vonnissen van de rechtbank van 8 december 1999, 5 september 2001 en 12 juni 2002 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de drie vermelde vonnissen van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 maart 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2004, 153 JWB 2004/106
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?