ECLI:NL:HR:2004:AO7005

ECLI:NL:HR:2004:AO7005, Hoge Raad, 11-06-2004, R03/117HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 11-06-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R03/117HR
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2004:AO7005
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0002656

Samenvatting

11 juni 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/117HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, VERWEERDER in het incidentele verzoek, advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, incidenteel VERZOEKSTER, advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Uitspraak

11 juni 2004

Eerste Kamer

Rek.nr. R03/117HR

JMH/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

VERWEERDER in het incidentele verzoek,

advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

incidenteel VERZOEKSTER,

advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 1 juli 2002 gedateerd verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en verzocht de beschikking van die rechtbank van 25 februari 2000 in dier voege te wijzen dat de kinderalimentatie ten behoeve van de uit een relatie van de vrouw met verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] geboren minderjarige [de dochter] met ingang van 1 mei 2002 vast te stellen op € 159,-- per maand.

De man heeft tegen dit verzoek geen verweer gevoerd.

De rechtbank heeft bij beschikking van 6 september 2002 het verzoek toegewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage en verzocht deze beschikking te vernietigen dan wel te wijzigen en het verzoek van de vrouw af te wijzen, dan wel de bijdrage op nihil of op een lager bedrag te stellen.

Bij beschikking van 2 juli 2003 heeft het hof de beschikking van de rechtbank van 6 september 2002 bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld.

De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en verzocht het beroep te verwerpen. Tevens heeft zij bij afzonderlijk verzoekschrift van 4 december 2003 verzocht - alvorens op het cassatieberoep van de man te beslissen - de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 juli 2003 alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Het cassatierekest en het verzoekschrift tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van voormelde beschikking van het hof zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het verzoek tot alsnog uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking van het hof af te wijzen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot:

- verwerping van het cassatieberoep en

- niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar incidentele verzoek.

De advocaat van de man heeft bij brief van 13 april 2004 op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het incidentele verzoek

Het incidentele verzoek van de vrouw houdt in dat de Hoge Raad de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 juli 2003 alsnog uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren.

Het verzoek mist belang nu met de verwerping van het beroep in cassatie van de man de door het hof bekrachtigde beschikking van de rechtbank in kracht van gewijsde gaat. De vrouw kan derhalve niet in haar verzoek worden ontvangen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep en verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 11 juni 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2004, 317 JWB 2004/232
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?