ECLI:NL:HR:2004:AP0167

ECLI:NL:HR:2004:AP0167, Hoge Raad, 31-08-2004, 02448/03

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 31-08-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 02448/03
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2004:AP0167
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 8 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Vertaling verstekmededeling. Verdachte, die de Nederlandse taal niet beheerst, komt te laat in appèl na betekening onvertaalde verstekmededeling. De opvatting dat een verstekmededeling ex art. 366 Sv moet worden aangemerkt als mededeling ex art. 6.3.a EVRM aan de verdachte omtrent de aard en reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging, is onjuist.

Uitspraak

31 augustus 2004

Strafkamer

nr. 02448/03

AGJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 september 2003, nummer 21/003945-02, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie) op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Rechtbank te Zutphen, sector Kanton te Terborg van 4 juni 2002, waarbij de verdachte ter zake van 1., 2., 3., 4. en 5. telkens opleverende: "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer" is veroordeeld tot telkens twaalf dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.M. Beg, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.

2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Blijkens de daarop gegeven toelichting strekt het middel ten betoge dat het Hof, dat de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het ingestelde hoger beroep, het recht heeft geschonden door art. 6, derde lid sub a, EVRM niet van toepassing te verklaren op de verstekmededeling als bedoeld in art. 366 Sv.

3.2. Het bestreden arrest houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"Op 30 oktober 2002 is aan verdachte in persoon een mededeling betekend van het vonnis waarvan beroep. Het hoger beroep is eerst op 28 november 2002 en aldus niet binnen veertien dagen na die betekening ingesteld. Door de verdediging is aangevoerd dat het hoger beroep niettemin tijdig is ingesteld omdat de verdachte, die de Nederlandse taal niet beheerst, toen hem de mededeling betekend werd, daarvan nog geen kennis heeft kunnen nemen.

Het uitgangspunt van de wetgever is dat de verdachte, als hem een schriftelijke mededeling bereikt, in het algemeen geacht moet worden van de inhoud van die mededeling op de hoogte te zijn. Hij wordt verondersteld van de mededeling te hebben kennisgenomen en, zo hij daarbij hulp nodig heeft, ligt het op zijn weg zich daarvan te voorzien en rust op hem het risico als hij dat nalaat. Dat uitgangspunt blijkt bijvoorbeeld ook uit artikel 408 lid 1 Wetboek van Strafvordering waar de betekening van een dagvaarding in persoon voor de terechtzitting in eerste aanleg genoemd wordt als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de dag van die terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. Waar het gaat om een in een dagvaarding opgenomen telastelegging moet dit uitgangspunt worden gerelativeerd ingevolge artikel 6 lid 3 aanhef en onder a van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aangezien dit de verdachte het recht geeft daarvan in een taal die hij verstaat op de hoogte te worden gesteld. Voor de mededeling van een rechterlijke beslissing is voor een dergelijke relativering geen aanleiding en geldt de algemene regel dat de overheid met de burgers communiceren mag in de landstaal.

Het feit dat het bestreden vonnis verdachte in persoon is medegedeeld, moet daarom gelden als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de uitspraak hem bekend was. Nu hij vervolgens zijn hoger beroep instelde na het verstrijken van de door de wet bepaalde termijn, kan verdachte in dat hoger beroep niet worden ontvangen."

3.3. Het middel huldigt de opvatting dat een verstekmededeling als bedoeld in art. 366 Sv moet worden aangemerkt als een mededeling in de zin van art. 6, derde lid onder a, EVRM aan de verdachte omtrent de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging. Die opvatting is echter onjuist, zodat het middel faalt.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 augustus 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2004, 420 NJ 2004, 551 NbSr 2004/304
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?