10 september 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/071HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende op Curaçao,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
STICHTING MONUMENTENZORG CURAÇAO,
gevestigd op Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
1. Het geding in voorgaande instanties
De Hoge Raad verwijst voor het verloop van dit geding tussen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en verweerster in cassatie - verder te noemen: de Stichting - naar zijn arrest van 8 februari 2002, nr. R00/071, NJ 2002, 266. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: het hof) van 29 februari 2000 vernietigd en het geding naar dat hof verwezen ter verdere behandeling en beslissing.
Na memoriewisseling zijdens partijen heeft het hof bij tussenvonnis van 5 november 2000 [eiser] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten als bedoeld in rov. 13 en 14 van dit vonnis. Naar aanleiding daarvan heeft [eiser] een akte genomen, waarop de Stichting bij contra-akte heeft gereageerd.
Bij eindvonnis van 29 april 2003 heeft het hof het bestreden vonnis bevestigd, met dienverstande dat het maximum van de eventueel te verbeuren dwangsommen op Naf. 200.000,-- wordt gesteld.
Het tussenvonnis en het eindvonnis van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide vonnissen van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift tot cassatie zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Stichting heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 270,96 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 10 september 2004.