ECLI:NL:HR:2004:AP2609

ECLI:NL:HR:2004:AP2609, Hoge Raad, 24-09-2004, C03/138HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 24-09-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C03/138HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2004:AP2609
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

24 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/138HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.H. Vermeulen, t e g e n ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. M.H. van der Woude, thans mr. F.E. Vermeulen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Uitspraak

24 september 2004

Eerste Kamer

Nr. C03/138HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H. Vermeulen,

t e g e n

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. M.H. van der Woude,

thans mr. F.E. Vermeulen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - heeft bij exploot van 31 maart 1999 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan de Bank te betalen een bedrag van ƒ 791.428,61, te vermeerderen met de overeengekomen debetrente van 6,25% per jaar over ƒ 791.792,61, en te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 19.636,--, althans de tegenwaarde van voormelde bedragen in Euro-munteenheid, vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds in reconventie gevorderd:

a. voor recht te verklaren dat de Bank onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en derhalve schadeplichtig is;

b. te verklaren voor recht dat de Bank wanprestatie heeft gepleegd jegens hem en derhalve schadeplichtig is;

c. de Bank te veroordelen tot vergoeding aan [eiser] van alle door hem geleden en nog te lijden schade, voorlopig begroot op ƒ 2.623.000,-- (schade) alsmede ƒ 500.000,-- (gederfde winst) en ƒ 100.000,-- (buitengerechtelijke kosten van (rechts)bijstand), vermeerderd met de wettelijke rente, een en ander voor zover nodig op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De Bank heeft in reconventie de vorderingen van [eiser] bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 13 maart 2001 in conventie [eiser] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de Bank te betalen een bedrag van ƒ 771.792,61, vermeerderd met de overeengekomen debet-rente vanaf 1 januari 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, en het meer of anders in conventie en het in reconventie gevorderde afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij memorie van grieven heeft [Eiser] zijn eis in reconventie gewijzigd en vermeerderd.

Na verzet door de Bank tegen de wijzing van eis heeft het hof bij rolbeschikking van 11 september 2001 het verzet ongegrond verklaard.

Bij tussenarrest van 6 februari 2003 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor uitlating van partijen teneinde hun standpunt omtrent de vragen en de deskundigen kenbaar te maken en heeft het hof verstaan dat partijen desgewenst van dit tussenarrest beroep in cassatie kunnen instellen voordat eindarrest is gewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 4.895,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 september 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2004, 482 JWB 2004/322
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?