ECLI:NL:HR:2004:AQ8461

ECLI:NL:HR:2004:AQ8461, Hoge Raad, 21-09-2004, 01414/04 U

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-09-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 01414/04 U
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2004:AQ8461
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002559 BWBR0016664

Samenvatting

OM-cassatie. Vervolgingsuitlevering België. Art. 11.2.b BUV heeft ten doel dat op een doelmatige manier kan worden nagegaan of de feiten naar Nederlands recht strafbaar zijn en tot uitlevering kunnen leiden. Het oordeel van de rb dat de overgelegde stukken (o.m. een strafdossier en een op basis daarvan door de OvJ gemaakt overzicht van de strafbare feiten) wederom (een eerder verzoek werd ook ontoelaatbaar verklaard) ongenoegzaam zijn, is onjuist noch onbegrijpelijk.

Uitspraak

21 september 2004

Strafkamer

nr. 01414/04 U

SG/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Assen van 23 april 2004, nummer RK 03/327, op een verzoek van het Koninkrijk België tot uitlevering van:

[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon ontoelaatbaar verklaard.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal Keijzer heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en opnieuw zal oordelen over de toelaatbaarheid van de verzochte uitlevering.

2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat te Utrecht, op de conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel strekt ten betoge dat de Rechtbank de verzochte uitlevering ten onrechte, althans op ontoereikende gronden ontoelaatbaar heeft verklaard.

3.2. De Rechtbank heeft de ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering als volgt gemotiveerd:

"De rechtbank stelt vast dat de uiteenzetting van de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd, ten opzichte van de uitspraak van de rechtbank d.d. 8 december 2002 (de Hoge Raad leest: 8 november 2002), niet is gewijzigd. De officier van justitie heeft wel een Belgisch strafdossier aan de stukken toegevoegd en zelf een overzicht gemaakt van strafbare feiten naar Nederlands recht, maar uit een en ander blijkt niet ter zake van welke feiten uit de overgelegde Belgische dossiers uitlevering wordt gevraagd te meer nu bij globale beschouwing van het dossier zou kunnen worden geconstateerd dat meer feiten in het dossier aan de orde zijn dan waarop de - ongenoegzame - uiteenzetting der feiten betrekking heeft. De omstandigheid dat de officier van justitie zijn schriftelijke samenvatting aan de Belgische justitie heeft toegestuurd en de summiere reactie daarop doet daar niet aan af. Er kan in ieder geval niet worden gesproken van toevoegen van stukken door de verzoekende staat (vide in dit verband NJ 1981/47). De bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken zijn derhalve nog steeds ongenoegzaam."

3.3. De in art. 11, tweede lid aanhef en onder b, van het te dezen toepasselijke Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en rechtshulp in strafzaken (BUV) Trb. 1962, 97 gestelde eis tot het overleggen van een overzicht van de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht, heeft ten doel dat op een doelmatige manier kan worden nagegaan of deze feiten naar Nederlands recht strafbaar zijn en met zodanige straf of maatregel zijn bedreigd dat zij naar de bepalingen van het verdrag tot uitlevering kunnen leiden.

3.4. De Rechtbank heeft in haar hiervoor onder 3.2 bedoelde uitspraak van 8 november 2002 tot uitdrukking gebracht dat de door de verzoekende staat overgelegde stukken ontoereikend waren voor het vormen van een oordeel daaromtrent. Tegen deze uitspraak is door de Officier van Justitie beroep in cassatie ingesteld, hetwelk is verworpen bij arrest van de Hoge Raad van 15 april 2003.

3.5. De Rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoekende Staat weliswaar een strafdossier heeft overgelegd en dat de Officier van Justitie op basis daarvan zelf een overzicht heeft gemaakt van de strafbare feiten, maar dat de verzoekende Staat niet een gewijzigd of aanvullend overzicht van de feiten heeft overgelegd ter staving van het uitleveringsverzoek. Gelet daarop getuigt haar oordeel dat de bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken nog steeds ongenoegzaam zijn, waarin besloten ligt dat het - destijds reeds - overgelegde overzicht van de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht, niet voldoet aan de vereisten van art. 11, tweede lid aanhef en onder b, BUV, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is toereikend gemotiveerd.

3.6. Het middel faalt derhalve.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 21 september 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2004, 469
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?