ECLI:NL:HR:2004:AR3512

ECLI:NL:HR:2004:AR3512, Hoge Raad, 08-10-2004, 39417

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-10-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 39417
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARN:2002:AF0112
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 9 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003955 BWBR0004423 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0007746

Samenvatting

Art. 6:9, lid 2, Awb. Verzendtheorie. Verzending per koeriersdienst.

Uitspraak

Nr. 39.417

8 oktober 2004

wv

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 6 februari 2003, nr. 01/02552, betreffende na te melden aan X te Z opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 52.404, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 49.029. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. J.H. Sassen, advocaat te Arnhem.

3. Beoordeling van de middelen

3.1. Het oordeel van het Hof dat het in handen van een koeriersdienst stellen van een beroepschrift gelijk is te stellen met het ter post bezorgen van een beroepschrift als bedoeld in artikel 6:9, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is onjuist. Gelijk de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 10 augustus 2001, nr. 36016, BNB 2001/358, kan een verzending per koeriersdienst als hier heeft plaatsgevonden niet worden aangemerkt als 'verzending per post' in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De door het Hof vermelde privatisering van PTT-Post (thans TPG Post) vormt geen reden - evenmin als de liberalisering van de postmarkt - hierover thans anders te oordelen. Deze ontwikkelingen hebben vooralsnog geen verandering gebracht in de omstandigheden waarop de wetgever blijkens zijn in genoemd arrest aangehaalde overwegingen de beslissing heeft gebaseerd hier een uitzondering op de ontvangsttheorie te maken. Middel 1, dat zich richt tegen voormeld oordeel van het Hof, slaagt derhalve.

3.2. Ingevolge artikel 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Belanghebbende heeft op die bepaling ter zitting van het Hof een beroep gedaan, aan beoordeling waarvan het Hof niet is toegekomen. Als reden voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding heeft belanghebbende aangevoerd "nu belanghebbende gekozen heeft voor de hoogste betrouwbaarheidsgraad van bezorgen". Dit is evenwel onvoldoende grond voor het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest.

Belanghebbende heeft zich ter zitting van het Hof voorts nog beroepen op onderdeel 6.1.3 van het Besluit van 21 juli 1997, nr. AFZ97/2526M, Stcrt. 1997, 138, V-N 1997/2707 (Voorschrift algemene wet bestuursrecht 1997). Dit beroep faalt reeds omdat in dat besluit de begrippen 'verzending per post' en 'ter post bezorgd' kennelijk niet anders zijn bedoeld dan in de zin van de Awb.

3.3. Uit het vorenoverwogene volgt dat 's Hofs uitspraak niet in stand kan blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Middel 2 behoeft geen behandeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, en

verklaart belanghebbende alsnog niet-ontvankelijk in zijn beroep bij het Hof.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2004.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl BNB 2004/434 FED 2004/566 WFR 2004/1527 V-N 2004/53.8 met annotatie van Redactie NTFR 2004/1513 met annotatie van MR. J. VAN DE MERWE
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?