2 september 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/030HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging UNION BANKA A.S.I.L.,
gevestigd te Ostrava, Tsjechië,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
INVESMART B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 9 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: Union Banka - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verweerster in cassatie - verder te noemen: Invesmart - in staat van faillissement te verklaren.
Invesmart heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 september 2004 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft Union Banka hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 18 februari 2005 heeft het hof Union Banka niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep verklaard.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft Union Banka beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Invesmart heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Union Banka in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Invesmart B.V. begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 2 september 2005.