ECLI:NL:HR:2006:AR5757

ECLI:NL:HR:2006:AR5757, Hoge Raad, 12-05-2006, 39225

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-05-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 39225
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AR5757
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 4 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Liquidatie-uitkering van emigrerende vennootschap.

Uitspraak

Nr. 39.225

12 mei 2006

EC

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 december 2002, nr. 00/02964, betreffende na te melden aan X Beheer B.V., statutair gevestigd te Z, opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 239.198, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot één naar een belastbaar bedrag van ƒ 214.732. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal C.W.M. van Ballegooijen heeft op 31 augustus 2004 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep, tot vernietiging van de uitspraak van het Hof en tot verwijzing van het geding.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Voor de feiten waarvan in cassatie kan worden uitgegaan, verwijst de Hoge Raad naar de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.14 van het Hof.

3.2. Het Hof heeft op grond van een aantal feitelijke omstandigheden, waaronder het gegeven dat de bestuurder van belanghebbende per 15 oktober 1996 inwoner was van België en dat in de Belgische notariële akte van statutenwijziging van 12 november 1996 is verklaard dat met ingang van 30 oktober 1996 de feitelijke leiding was gevestigd te Q, geoordeeld dat de vennootschap vanaf 30 oktober 1996 in België is gevestigd en vanaf die datum inwoner is van België, naar het Hof

kennelijk bedoelt: in de zin van het belastingverdrag Nederland-België van 19 oktober 1970 (Trb. 1970, 192).

3.3. Het middel betoogt onder meer dat het Hof geen aandacht heeft geschonken aan de stelling van de Inspecteur dat de vennootschap al eerder had besloten over te gaan tot vereffening. Het voert aan dat op 24 oktober 1996 was besloten tot een stappenplan dat moest leiden tot verplaatsing en liquidatie van belanghebbende, dat derhalve alle activiteiten van belanghebbende als uitvoeringshandelingen zijn te zien van in Nederland genomen beslissingen en dat belanghebbende daarna geen feitelijke leiding meer nodig had, zodat die leiding ook niet meer kon worden verplaatst.

Dit betoog kan niet worden gevolgd. Niet valt in te zien dat een vennootschap die voorbereidingen treft om tot ontbinding en vereffening te komen geen (werkelijke) leiding nodig zou hebben om die plannen uit te voeren. Het middel faalt in zoverre.

3.4. Het middel bestrijdt voor het overige met motiveringsklachten 's Hofs oordeel dat belanghebbende vanaf 30 oktober 1996 in België is gevestigd en vanaf die datum inwoner is van België. Ook in zoverre faalt het middel. Het bestreden oordeel is niet onbegrijpelijk. Het is ook niet onvoldoende gemotiveerd.

4. Proceskosten

De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep ongegrond;

veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1288 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2006.

Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 422.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl BNB 2007/37 met annotatie van S. van Weeghel Belastingadvies 2006/11.7 FutD 2006-0873 Viditax (FutD) 2006051201
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?