ECLI:NL:HR:2006:AS3588

ECLI:NL:HR:2006:AS3588, Hoge Raad, 15-12-2006, 40457

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-12-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 40457
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AS3588
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 4 zaken
21 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002629 BWBR0005251 BWBR0008032 CELEX:31985R3632 CELEX:31987R2144 CELEX:31988R1031 CELEX:31991R0719 CELEX:31991R1593 CELEX:31992L0012 CELEX:31992R2913 CELEX:31993R2454 CELEX:31999R0955 EU:31985R3632 EU:31987R2144 EU:31988R1031 EU:31991R0719 EU:31991R1593 EU:31992L0012 EU:31992R2913 EU:31993R2454 EU:31999R0955

Samenvatting

heffing van omzetbelasting en accijns bij extern douanevervoer met gebruikmaking van carnet TIR; vereiste mededeling aan aangever gelegenheid bewijs te leveren van de plaats van onregelmatigheid of overtreding; artikelen 454 en 455 van de UCDW.

Uitspraak

Nr. 40.457

15 december 2006

EC

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 december 2003, nr. BK-97/20036, betreffende na te melden aan X te Z (Griekenland) (hierna: belanghebbende), uitgereikte uitnodigingen tot betaling van omzetbelasting en accijns.

1. Uitnodigingen, bezwaar en geding voor het Hof

Belanghebbende is op 10 juli 1995 bij één geschrift uitgenodigd tot betaling van bedragen van ƒ 227.880 aan douanerechten, ƒ 437.872,40 aan omzetbelasting en ƒ 1.568.070 aan accijns. Het tegen die bedragen door belanghebbende gemaakte bezwaar is bij gezamenlijke uitspraak van de Inspecteur afgewezen.

Belanghebbende is tegen die uitspraak, voorzover deze betrekking had op de geheven omzetbelasting en accijns, in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur, alsmede de uitnodigingen tot betaling met betrekking tot de omzetbelasting en de accijns vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W. de Wit heeft op 22 december 2004 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Voorzover het middel strekt ten betoge dat het Hof zijn oordeel ten onrechte heeft gebaseerd op artikel 379, leden 1 en 2, van de Uitvoeringsverordening Communautair Douanewetboek (hierna: UCDW) is het gegrond. Bij toepassing van de douaneregeling extern douanevervoer met gebruikmaking van een carnet TIR dient het kantoor van vertrek de bevoegdheid tot invordering van de eventueel verschuldigde rechten en andere heffingen vast te stellen op de voet van de artikelen 454 en 455 van de UCDW.

3.2. Het middel kan echter niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft geoordeeld dat met betrekking tot carnets TIR aan de aangever mededeling moet worden gedaan omtrent het te leveren bewijs over de plaats van de overtreding of de onregelmatigheid, dat voor deze bewijslevering een termijn van een jaar geldt, en dat in geval een zodanige mededeling niet is gedaan, dat verzuim tot gevolg heeft dat geen uitnodiging tot betaling mag worden uitgereikt. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, met name de arresten van 21 oktober 1999, Lensing & Brockhausen, C-233/98, Jurispr. (1999) blz. I-7349 en van 23 maart 2000, Met-Trans en Sagpol, C-310/98 en C-406/98, Jurispr. 2000, blz. I-1797 (zie ook HR 11 april 2003, nr. 37519, BNB 2003/252) zijn deze oordelen juist. Nu in cassatie niet is bestreden 's Hofs vaststelling dat de Inspecteur belanghebbende niet in de gelegenheid heeft gesteld binnen een jaar het in artikel 454, lid 3, van de UCDW bedoelde bewijs te leveren, heeft het Hof terecht de uitnodigingen tot betaling vernietigd.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, P. Lourens, C.B. Bavinck en E.N. Punt in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2006.

Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 422.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl BNB 2007/95 met annotatie van B. Sio V-N 2007/2.18 NTFR 2006/1792 met annotatie van mr. A.P. Eeltink DouaneUpdate 2007-0043 FutD 2006-2299 Viditax (FutD) 2006121505
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?