ECLI:NL:HR:2006:AV0654

ECLI:NL:HR:2006:AV0654, Hoge Raad, 24-02-2006, R05/016HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 24-02-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R05/016HR
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AV0654
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Geschil over partneralimentatie na echtscheiding, behoefte van de vrouw i.v.m. door haar ontvangen kinderalimentatie, onbegrijpelijk oordeel.

Uitspraak

24 februari 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/016HR

JMH/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats], Zwitserland,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 25 april 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed, tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken en - voor zover in cassatie nog van belang - de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw ten laste van de man vast te stellen op € 4.000,-- per maand, vermeerderd met de wettelijke indexering per 1 januari 2003, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man heeft het verzoek van de vrouw tot vaststelling van de partneralimentatie bestreden.

De rechtbank heeft na een tussenbeschikking van 18 augustus 2003 bij eindbeschikking van 16 februari 2004 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 4.000,-- per maand met uitsluiting van de toepasselijke wijziging van rechtswege ingevolge art. 1:402a BW, en deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Tegen laatstvermelde beschikking heeft de man wat de partneralimentatie betreft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 3 november 2004 heeft het hof de bestreden beschikking wat de partneralimentatie en de uitsluiting van de wettelijke indexering betreft vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, de alimentatie voor de vrouw ten laste van de man met ingang van 27 mei 2004 op € 1.490,-- per maand bepaald met wijziging van rechtswege conform art. 1:402a BW, en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot vernietiging en verwijzing.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Partijen zijn op 11 juni 1988 met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn twee dochters geboren, de eerste op [geboortedatum] 1990 en de tweede op [geboortedatum] 1994.

(ii) Bij beschikking van 16 februari 2004 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken; de beschikking is op 27 mei 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

(iii) Bij de genoemde beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, aan de vrouw aan kinderalimentatie dient te betalen € 1.000,-- per maand per kind en aan partneralimentatie € 4.000,-- per maand, met uitsluiting van de wettelijke indexering.

(iv) De man woont als alleenstaande in Zwitserland. Hij is in loondienst en zijn inkomen daaruit bedraagt, volgens de salarisspecificaties van januari, februari en mei 2004, € 13.178,-- bruto per maand, inclusief bepaalde emolumenten.

(v) De vrouw woont met de kinderen in Nederland en vormt samen met hen een éénoudergezin. Zij is in loondienst en haar inkomen daaruit bedraagt € 944,-- netto per maand.

3.2 De man is in hoger beroep gekomen van de hiervoor genoemde beschikking en heeft, voorzover in cassatie van belang, een grief geformuleerd tegen het oordeel van de rechtbank dat hij € 4.000,-- per maand aan partneralimentatie aan de vrouw dient te voldoen. Volgens de man is deze alimentatie niet in overeenstemming met de behoefte van de vrouw.

Het hof heeft de beschikking van de rechtbank vernietigd wat betreft de partneralimentatie en heeft deze bepaald op € 1.490,-- per maand. Het hof overwoog daartoe, samengevat, dat de vrouw een behoefteoverzicht heeft overgelegd dat het hof als uitgangspunt zal nemen en waarin de vrouw haar behoefte heeft gesteld op € 4.935,-- per maand. De vrouw heeft niet weersproken de stelling van de man dat de helft van de opgevoerde kosten (mede) ten behoeve van de kinderen wordt gemaakt. Daarom houdt het hof met dit deel van de kosten geen rekening en bepaalt het de netto behoefte van de vrouw op € 2.468,-- per maand (rov. 6).

3.3 Onderdeel 1 klaagt terecht dat het feit dat de vrouw heeft erkend dat de helft van het in rov. 6 genoemde bedrag van € 4.935,-- bestaat uit kosten die (mede) ten behoeve van de kinderen worden gemaakt, niet het oordeel kan dragen dat de behoefte van de vrouw niet moet worden bepaald op dat bedrag maar op € 2.468,-- per maand. Die halvering is derhalve zonder nadere motivering, welke ontbreekt, onbegrijpelijk. Dit brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en dat de overige onderdelen geen behandeling behoeven.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 november 2004;

verwijst het geding naar het gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 februari 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 120 RvdW 2006, 233 JWB 2006/71 JPF 2006/61 met annotatie van prof. mr. P. Vlaardingerbroek
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?