ECLI:NL:HR:2006:AV1574

ECLI:NL:HR:2006:AV1574, Hoge Raad, 12-05-2006, C05/078HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-05-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C05/078HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AV1574
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001948 BWBR0003793

Samenvatting

Geschil tussen buren over de vraag of een weg die gedeeltelijk over het erf van de ene buur loopt, dient te worden aangemerkt als een openbare weg (81 RO).

Uitspraak

12 mei 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/078HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 18 april 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Zutphen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te bevelen binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis het door hem op de grens van de percelen, kadastraal bekend gemeente Gendringen, sectie [A], nummers [001 en 002], aangebrachte hek te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ 1.000,-- voor elke dag na acht dagen na betekening van dit vonnis, dat [eiser] [verweerder] verhindert van de weg gebruik te maken, zulks tot een maximum van ƒ 150.000,--, en [eiser] te veroordelen in de kosten van het geding.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds een eis in reconventie ingesteld met betrekking tot het weghalen van bomen en een heg, die in cassatie niet meer aan de orde is.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 31 augustus 2000 een descente tevens comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 9 november 2000 in conventie [verweerder] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de rechtbank bij eindvonnis van 27 september 2001 in conventie de vordering toegewezen, zij het met matiging van de te verbeuren dwangsom van ƒ 500,-- (€ 226,89) per dag tot een maximum van ƒ 25.000,-- (€ 11.344,51), [eiser] in de proceskosten veroordeeld, en dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard

Tegen de vonnissen van 9 november 2000 en 27 september 2001 heeft [eiser] in conventie hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 7 september 2004 heeft het hof de bestreden vonnissen die de rechtbank in conventie heeft gewezen, bekrachtigd en [eiser] in de proceskosten in hoger beroep veroordeeld.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft een anticipatie-exploit doen uitbrengen. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

In cassatie heeft zich een incident voorgedaan bij het fourneren van de processtukken. In verband hiermee is de zaak verwezen naar de rolzitting van 23 december 2005. Tijdens die rolzitting is komen vast te staan dat een door [eiser] in zijn procesdossier overgelegde (ongetekende) "akte uitlating met overlegging van produkties" voor de rolzitting van het hof op 24 februari 2004, naar welke akte in het cassatiemiddel is verwezen, in werkelijkheid niet behoort tot de gedingstukken in hoger beroep. De overgelegde akte is hierop teruggenomen.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 mei 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 296 RvdW 2006, 496 JWB 2006/166
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?