10 maart 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/161HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op verzoek van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - heeft de rechtbank te Arnhem bij vonnis van 29 september 2003 definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar uitgesproken en een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd.
Met een op 25 juli 2005 gedateerde brief heeft de bewindvoerder beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar verzocht.
De schuldenaar heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft na een mondelinge behandeling ter terechtzitting van 13 oktober 2005 bij vonnis van 20 oktober 2005 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en in het faillissement van de schuldenaar een rechter-commissaris en een curator benoemd.
Tegen laatstvermeld vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 1 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 20 oktober 2005 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de schuldenaar heeft bij brief van 11 januari 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 maart 2006.