ECLI:NL:HR:2006:AV2655

ECLI:NL:HR:2006:AV2655, Hoge Raad, 12-05-2006, C05/115HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-05-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C05/115HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AV2655
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Kort geding. Executiegeschil tussen een besloten vennootschap en haar statutair directeur over de nakoming door die vennootschap van haar eerdere veroordeling in kort geding en in verband daarmee of zij dwangsommen heeft verbeurd (81 RO).

Uitspraak

12 mei 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/115HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. K. Teuben,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploot van 14 november 2002 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, aan [eiser] te verbieden om de executie van het vonnis van 1 mei 2002, zoals gewezen onder rolnummer KG 02/524, voort te zetten, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 2.000,-- voor iedere dag dat hij nalatig is om het in deze gevraagde verbod na te leven en [eiser] te veroordelen in de proceskosten.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 31 januari 2003 de vordering afgewezen en [verweerster] in de kosten van dit geding veroordeeld.

Tegen het vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Daarbij heeft zij haar eis gewijzigd en gevorderd voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [eiser] te verbieden om het eerder tussen partijen gewezen vonnis van 1 mei 2002 onder rolnummer KG 02/524 te executeren, primair in zijn geheel en subsidiair voor zover het dwangsommen betreft over de periode vanaf 6 mei 2002, althans 7 mei 2002;

2. [eiser] te bevelen al hetgeen zij bij de tenuitvoerlegging van genoemd vonnis van 1 mei 2002 reeds op of ten laste van haar mocht hebben geïncasseerd, binnen twee dagen na het arrest aan haar terug te betalen;

3. [eiser] te veroordelen om aan [verweerster] een dwangsom te betalen van € 1.000,-- voor iedere dag dat hij geheel of gedeeltelijk niet aan het arrest mocht voldoen, en

4. [eiser] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.

Bij arrest van 21 december 2004 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage van 31 januari 2003 vernietigd en, opnieuw rechtdoende:

- [eiser] verboden het eerder tussen partijen gewezen vonnis van 1 mei 2002, rolnummer KG 02/524, te executeren;

- [eiser] bevolen al hetgeen hij bij de tenuitvoerlegging van het genoemde vonnis van 1 mei 2002 reeds op of ten laste van [verweerster] mocht hebben geïncasseerd, binnen zeven dagen na betekening van dit arrest aan haar terug te betalen;

- [eiser] veroordeeld in de proceskosten van de gedingen in beide instanties;

- dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en

- het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 2 maart 2006 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 mei 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 300 RvdW 2006, 500 JWB 2006/165
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?