31 oktober 2006
Strafkamer
nr. 02748/05
LR/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 mei 2005, nummer 21/000562-05, in de strafzaak tegen:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een beslissing van de Rechtbank te Zwolle, zitting houdende te Lelystad, van 10 november 2004, waarbij het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. E.S.L. Bos-Veterman, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het cassatieberoep.
3. Procesgang en beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
De betrokkene heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een op de voet van art. 22g(oud) Sr genomen beslissing van de Politierechter in de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 november 1996.
In een zodanige rechtsgang is in de wet niet voorzien, zodat de Politierechter de betrokkene terecht in dat bezwaarschrift niet heeft ontvangen. Van die beslissing stond, naar het Hof terecht heeft geoordeeld, geen hoger beroep open, terwijl, naar uit het vorenoverwogene voortvloeit, tegen 's Hofs beslissing ook geen cassatieberoep openstaat. De betrokkene kan dus in het cassatieberoep niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 oktober 2006.