ECLI:NL:HR:2006:AY8773

ECLI:NL:HR:2006:AY8773, Hoge Raad, 10-11-2006, R06/006HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-11-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer R06/006HR
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AY8773
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0002656

Samenvatting

Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van een bij kinderconvenant naast co-ouderschap (nader) bepaalde omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen (81 RO).

Uitspraak

10 november 2006

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/006HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,

t e g e n

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 12 april 2005 ter griffie van de rechtbank te Utrecht ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die rechtbank en op de voet van art. 1:377e BW verzocht met ingang van 1 september 2005 tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - en de minderjarige kinderen van partijen, [kind 1] en [kind 2], een omgangsregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen eenmaal per twee weken van vrijdagavond 18.30 uur tot zondag 18.30 uur omgang met de vader zullen hebben, alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties.

De vader heeft het verzoek bestreden en zijnerzijds zelfstandig, kort gezegd, verzocht de bestaande regeling omtrent het hoofdverblijf in stand te houden, in die zin dat de kinderen afwisselend hun hoofdverblijf bij de ouders hebben. Subsidiair heeft de vader verzocht te bepalen dat de kinderen in de zeer nabije omgeving van de vader naar de basisschool gaan, althans te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben, althans voor de duur van deze procedure, althans een zodanige wijziging van de bestaande zorgregeling te bepalen als de rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren met een minimum aantal zorgdagen voor de vader van tien dagen per maand alsmede de helft van de zomervakanties.

Na de mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 29 juni 2005 het verzoek van de moeder tot wijziging van de omgangsregeling c.q. vaststelling van de gewone verblijfplaats van de minderjarigen afgewezen, het tussen partijen gesloten kinderconvenant d.d. 26 mei 2003 gewijzigd, de in dat convenant vastgestelde co-ouderschapsregeling beƫindigd en bepaald dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats bij de vader zullen hebben. Hetgeen meer op anders is verzocht heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. In haar verzoekschrift in appel heeft de moeder tevens verzocht de beschikking van de rechtbank te schorsen totdat een nieuwe beslissing is gegeven.

De vader heeft het hoger beroep bestreden.

Na de mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij uitvoer bij voorraad verklaarde beschikking van 13 oktober 2005 de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking en tevens:

- de bestreden beschikking vernietigd;

- bepaald dat [de kinderen] hun gewone verblijfplaat bij de moeder zullen hebben;

- bepaald dat de vader met [de kinderen] recht op omgang heeft als in rov. 4.5 van de beschikking is overwogen;

- het meer of anders verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 10 november 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2006, 1065 JWB 2006/392 JPF 2007/29
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?