ECLI:NL:HR:2006:AY9219

ECLI:NL:HR:2006:AY9219, Hoge Raad, 20-10-2006, C05/171HR

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 20-10-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C05/171HR
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9219
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 24 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001860 BWBR0002656 BWBR0005289

Samenvatting

Faillissementsrecht. Geschil tussen een moedermaatschappij van een groep vennootschappen en de curator in het faillissement van haar voormalige extern adviseur/feitelijk bestuurder over de betaling van schadevergoeding aan de boedel voor managementwerkzaamheden waarbij baten bewust aan de boedel zijn onttrokken (81 RO).

Uitspraak

20 oktober 2006

Eerste Kamer

Nr. C05/171HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. K.G.W. van Oven,

t e g e n

mr. R.J. VAN GALEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],

wonende te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R. Menschaert.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij exploot van 17 april 1998 heeft de voorganger van thans verweerder in cassatie - verder te noemen: de curator - in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] - verder te noemen: [betrokkene 1] - de eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen aan hem te betalen een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 april 1997, althans vanaf de dag van de dagvaarding, alsmede [eiseres] te veroordelen aan hem te betalen als voorschot op vermelde schadevergoeding een bedrag van ƒ 1.440.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 14 maart 2001 [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ten behoeve van de boedel aan de curator te betalen ƒ 870.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 april 1997, [eiseres] in de kosten van de procedure veroordeeld, het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen het vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 22 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ten behoeve van de boedel aan de curator te betalen € 313.108,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 april 1997, [eiseres] in de kosten van de procedure veroordeeld, het arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [eiseres] namens zijn advocaat toegelicht door mr. G.A.J. Boekraad en mr. W.H. van Hemel, advocaten te Amsterdam, en voor de curator namens zijn advocaat door mr. R.J. van Galen en mr. W.P. Wijers, advocaten te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het principale beroep.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 1.171,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 oktober 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 624 RvdW 2006, 979 JWB 2006/348
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?