ECLI:NL:HR:2006:AY9635

ECLI:NL:HR:2006:AY9635, Hoge Raad, 21-11-2006, 01627/05

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-11-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 01627/05
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AY9635
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0004257

Samenvatting

Uit het zich bij de stukken bevindend gratieverzoek moet worden afgeleid dat verdachte op 18-1-01 op de hoogte was van de bestreden uitspraak. Daarom kan verdachte in het op 25-5-05 ingestelde beroep gelet op art. 432.2 Sv, niet worden ontvangen. Aan verdachte na het verstrijken van de beroepstermijn verstrekte onjuiste ambtelijke informatie omtrent de onherroepelijkheid van ’s hofs arrest kan daaraan niet afdoen. Het middel moet dus onbesproken blijven.

Uitspraak

21 november 2006

Strafkamer

nr. 01627/05

AJ/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 mei 2000, nummer 22/000510-99, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 25 september 1998 - de verdachte ter zake van 1. en 2. "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en 3. "medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.

2. Geding in cassatie

2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. T.R. Hüpscher, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1. In deze zaak is de dagvaarding in hoger beroep niet in persoon betekend. Het Hof heeft de verdachte bij verstekarrest van 10 mei 2000 veroordeeld. Blijkens een zich in het dossier bevindend stuk is de bestreden uitspraak op 13 mei 2005 aan de verdachte in persoon betekend en is op 25 mei 2005 namens de verdachte cassatieberoep ingesteld.

3.2. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich voorts een gratieverzoek, van 18 januari 2001, dat blijkens een daarop aangebracht stempel op 23 januari 2001 bij de geadresseerde instantie is ingekomen. Dit gratieverzoek houdt onder meer het volgende in:

"Verzoekster is [verdachte], geboren [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], aan de [a-straat 1], voor deze zaak woonplaats kiezende te Rotterdam aan de Eendrachtsweg 74 op het kantoor van haar advocaat Mr. T.R. Hüpscher die door haar bepaaldelijk gemachtigd is om dit gratieverzoek te ondertekenen en in te dienen.

1. Verzoekster is bij onherroepelijk geworden uitspraak van 10 mei 2000 van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, in de zaak met het parketnummer 1009290597 bij verstek veroordeeld tot een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van zes maanden (zie bijlage)."

3.3. Uit het gratieverzoek, zoals hiervoor weergegeven, moet worden afgeleid dat de verdachte reeds op 18 januari 2001 op de hoogte was van de bestreden uitspraak. Daarom kan de verdachte in het eerst op 25 mei 2005 ingestelde beroep, gelet op art. 432, tweede lid, Sv, niet worden ontvangen. Aan de verdachte, na het verstrijken van de beroepstermijn verstrekte onjuiste ambtelijk informatie omtrent de onherroepelijkheid van 's Hofs arrest kan daaraan niet afdoen. Het middel moet dus onbesproken blijven.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 21 november 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 734 RvdW 2006, 1122
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?