8 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/283HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 11 januari 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en, kort gezegd, gevorderd primair [verweerster] te veroordelen om aan [eiser] een schadevergoeding te betalen van ƒ 80.000,-- en een gebruiksvergoeding van ƒ 15.000,--, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2001 tot aan de dag der algehele voldoening. Subsidiair en voorwaardelijk heeft [eiser], voor het geval de diefstal wordt opgelost en de auto weer in het bezit van [verweerster] komt, afgifte van de auto gevorderd.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 5 februari 2003 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 8 juni 2004 heeft het hof [eiser] toegelaten te bewijzen dat hij de auto niet alleen aan [verweerster] heeft geschonken, doch slechts aan haar in bruikleen heeft gegeven. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 21 juni 2005 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.