ECLI:NL:HR:2006:AZ0227

ECLI:NL:HR:2006:AZ0227, Hoge Raad, 05-12-2006, 01439/06 W

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 05-12-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 01439/06 W
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2006:AZ0227
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 6 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004028

Samenvatting

WOTS-zaak. Motivering strafoplegging en mogelijkheid Halbstrafe. In cassatie wordt geklaagd over de verwerping van het verweer dat betrokkene ex § 57 StGB na ½ van zijn straf te hebben uitgezeten in vrijheid zou zijn gesteld, althans dat de rb heeft verzuimd naar de mogelijkheid van toepassing van § 57.2 StGB een onderzoek in te stellen. HR verwerpt onder verwijzing naar conclusie AG, o.m. inhoudend: Het onderzoek dat de rechter moet instellen als de veroordeelde het verweer voert dat door de omzetting van de straf de strafrechtelijke positie van hem dreigt te worden verzwaard a.b.i. art. 11.1.d VOGP zal niet steeds kunnen resulteren in een met precisie te geven antwoord. De werkelijke duur van de detentie in het buitenland is - alhoewel gebruikelijk ingebed in een systeem van vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling dat veelal in beginsel kenbaar is - dikwijls afhankelijk van omstandigheden en beslissingen die t.t.v. van de executieovername nog onbekend zijn. Dat kan ertoe leiden dat de rechter zijn oordeel noodgedwongen moet baseren op de waarschijnlijkheid van de onderscheiden strafrechtelijke positie van de veroordeelde in de staat van veroordeling dan wel de staat van tenuitvoerlegging (HR NJ 2000, 334). Door te verwijzen naar de stukken heeft de rb tot uitdrukking gebracht dat zij bij het bepalen van de op te leggen straf wat betreft de te verwachten v.i. rekening heeft gehouden met hetgeen daaromtrent door de Duitse autoriteiten was medegedeeld en heeft zij haar uitspraak op dit punt voldoende gemotiveerd. Dat de rb toepassing van § 57 lid 2 StGB niet als op voorhand zo zeker heeft beschouwd dat zij daarmee in haar beslissing rekening diende te houden is niet onbegrijpelijk. Toepassing van § 57 lid 2 StGB is immers geen regel en hangt af van de omstandigheden van het geval en het gedrag van veroordeelde. Daarbij kan een rol spelen dat een verdachte met het oog op het begaan van strafbare feiten Duitsland is binnengekomen. Ook het verlenen van 'Aufklärungshilfe', medewerking met politie en justitie in de strafzaken tegen leveranciers en afnemers, kan gewicht in de schaal leggen.

Uitspraak

5 december 2006

Strafkamer

nr. 01439/06 W

EC/AM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Roermond van 24 april 2006, nummer 04/898001-06, op een vordering van de Officier van Justitie tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van een straf opgelegd door het Landsgericht Düsselfdorf (Duitsland) in de zaak tegen:

[de veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Roermond".

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft toelaatbaar verklaard de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Landsgericht Düsseldorf (Duitsland) van 22 april 2005, waarbij de veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en zes maanden. De Rechtbank heeft verlof verleend tot tenuitvoerlegging in Nederland van de genoemde beslissing en veroordeelde ter zake van de in die beslissing vermelde feiten een gevangenisstraf opgelegd van vijf jaar en zes maanden. Voorts heeft de Rechtbank bevolen dat de tijd, welke veroordeelde in Duitsland in voorlopige hechtenis en ter uitvoering van de hem aldaar opgelegde sanctie, met het oog op de overbrenging naar Nederland en uit hoofde van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen van zijn vrijheid is beroofd geweest, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht als ook de periode die veroordeelde in hechtenis heeft doorgebracht teneinde aan Duitsland te worden uitgeleverd.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel behelst klachten over de aan de strafoplegging ten grondslag gelegde motivering.

3.2. Het middel kan niet tot cassatie leiden op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.1 tot en met 3.6.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 december 2006.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 763 NJ 2006, 664 RvdW 2006, 1164
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?