ECLI:NL:HR:2007:AZ2104

ECLI:NL:HR:2007:AZ2104, Hoge Raad, 30-01-2007, 00233/06

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-01-2007
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 00233/06
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2007:AZ2104
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 24 zaken
10 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001840 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0004318 BWBR0005416 BWBR0005537 BWBR0006297 BWBR0006299 BWBR0006358 BWBR0008973

Samenvatting

OM-cassatie tegen vrijspraak van verdachte die over dranghekken ambassade VS klom en op grond ging liggen. Verstoring openbare orde a.b.i. art. 76 APV Den Haag. Dit art. heeft, gelet op de titel waarin het is geplaatst, het oog op verstoring van de openbare orde, hetgeen in de tekst daarvan tot uitdrukking is gebracht met “op of aan de openbare weg of in een voor een publiek toegankelijk gebouw”. Nu het begrip “verstoring van de (openbare) orde” in dat art. niet nader is omlijnd, moet de vraag of daarvan sprake is, worden beantwoord aan de hand van het normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval. Wil van een dergelijke verstoring kunnen worden gesproken, dan zal het moeten gaan om een verstoring - van enige betekenis - van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte. Indien het hof heeft geoordeeld dat voor verstoring van de (openbare) orde a.b.i art. 76 APV Den Haag nodig is dat wanordelijkheden onder het publiek zijn teweeggebracht, dan heeft het aan die term een te beperkte uitleg gegeven. Indien het niet is voorbijgegaan aan de betekenis van die term, dan is zijn oordeel zonder nadere motivering niet begrijpelijk nu van algemene bekendheid is dat de stage-dranghekken dienen ter wering van het publiek van het weggedeelte waarop verdachte zich heeft begeven.

Uitspraak

30 januari 2007

Strafkamer

nr. 00233/06

KM/IC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2005, nummer 22/004862-04, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 20 juli 2004 - de verdachte vrijgesproken van het haar bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte, mr. E.Th. Hummels, advocaat te Zeist, heeft het beroep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast moge voorkomen.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft vrijgesproken.

3.2.1. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"zij te 's-Gravenhage op of omstreeks 21 maart 2003, op of aan de openbare weg, het Lange Voorhout, op enigerlei wijze de orde heeft verstoord en/of (een) perso(o)n(en) heeft lastig gevallen en/of heeft gevochten, immers is hij, verdachte, over een afzetting ((drang)hek) geklommen en/of (vervolgens) is hij op de grond gaan liggen en/of (vervolgens) heeft hij zich besmeurd met een (rode) vloeistof en/of (vervolgens) heeft hij geschreeuwd."

3.2.2. Het Hof heeft de gegeven vrijspraak als volgt gemotiveerd:

"Naar 's hofs oordeel is het volgende naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep komen vast te staan. De verdachte is met een paar anderen bij wijze van politiek protest op 21 maart 2003 's ochtends om een uur of negen over bij de Amerikaanse ambassade aan het Lange Voorhout te 's Gravenhage geplaatste "stage-dranghekken" geklommen. Zij zijn vervolgens vlakbij de zich in de binnenste afzetting met bouwhekken bevindende toegangspoort tot het ambassadeterrein op de grond gaan liggen en hebben zich met een rode (op bloed gelijkende) vloeistof besmeurd. De mobiele eenheid die bij die ambassade surveilleert, heeft de verdachte en de anderen direct verwijderd, waarna de verdachte is aangehouden. Die aanhouding ging met wat commotie en geschreeuw gepaard en er werden foto's gemaakt door de (tevoren door de demonstranten ingelichte) pers.

Uit de hiervoor weergegeven gang van zaken is naar 's hofs oordeel niet af te leiden dat de verdachte met haar handelen de openbare orde heeft verstoord. Voor zover er al sprake is geweest van enige commotie of "enige opschudding onder het publiek" (zoals gerelateerd in PV-nr. PL1511/2003/17374-2, p. 13, overigens niet nader onderbouwd) veroorzaakt door dat handelen, dan kan dit niet worden aangemerkt als het veroorzaken van wanordelijkheden. Het tenlastegelegde is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken."

3.2.3. Art. 76, eerste lid, Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982 hierna: APV 's-Gravenhage 1982, geplaatst in Hoofdstuk II (Openbare Orde), Afdeling IV (Andere maatregelen betreffende de openbare orde), Paragraaf 1 (Maatregelen tegen overlast), luidt als volgt:

"Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426 bis van het Wetboek van Strafrecht is het verboden, op of aan de openbare weg of in een voor het publiek toegankelijk bouwwerk op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten."

3.2.4. Gelet op de titel waarin art. 76 APV 's-Gravenhage 1982 is geplaatst heeft die bepaling het oog op verstoring van de openbare orde, hetgeen in de tekst tot uitdrukking is gebracht met de passage "op of aan de openbare weg of

in een voor een publiek toegankelijk bouwwerk".

3.3. De tenlastelegging is toegesneden op art. 76 APV 's-Gravenhage 1982. Het in de tenlastelegging voorkomende begrip "op of aan de openbare weg de orde verstoren", moet geacht worden te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in dat artikel.

3.4.1. Het begrip "verstoring van de (openbare) orde" in genoemde bepaling is niet nader omlijnd. De beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, zal dus moeten worden beantwoord aan de hand van het normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval. Wil van een dergelijke verstoring kunnen worden gesproken, dan zal het moeten gaan om een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte.

3.4.2. Het Hof heeft onder meer vastgesteld dat de verdachte met een paar anderen over bij de Amerikaanse

ambassade aan het Lange Voorhout te 's-Gravenhage geplaatste "stage-dranghekken" is geklommen waarna zij vervolgens tussen die hekken en de voor de ambassade geplaatste binnenste dranghekken op de grond zijn gaan liggen.

3.4.3. Overwegende als hiervoor onder 3.2.2 is weergegeven, heeft het Hof geen inzicht gegeven in zijn gedachtegang.

Indien het heeft geoordeeld dat voor verstoring van de (openbare) orde in de zin van art. 76 APV 's-Gravenhage 1982 nodig is dat wanordelijkheden onder het publiek zijn teweeggebracht, dan heeft het met miskenning van hetgeen hiervoor onder 3.4.1 is vooropgesteld, aan die term een te beperkte uitleg gegeven.

Indien het niet is voorbijgegaan aan de betekenis die aan die term toekomt, dan is zijn oordeel zonder nadere, doch ontbrekende motivering, niet begrijpelijk. Naar van algemene bekendheid is, dienen de door het Hof genoemde

"stage-dranghekken" immers ter wering van het publiek van het weggedeelte waarop de verdachte zich heeft begeven.

3.5. Het middel is derhalve gegrond.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

Vernietigt de bestreden uitspraak;

Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 30 januari 2007.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AB 2007, 131 met annotatie van A.E. Schilder, J.G. Brouwer JOL 2007, 68 NJ 2007, 96 RvdW 2007, 176 NJB 2007, 439 Gst. 2007, 117 met annotatie van L.J.J. Rogier NbSr 2007/86
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?